Landelijk Asbestvolgsysteem: eindelijk verplicht?

Het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) is bedoeld om het asbestverwijderingsproces transparanter te maken en de naleving van regelgeving te verbeteren. Gebruik is nu nog vrijwillig, maar aan een verplichtstelling wordt gewerkt. Toezichthouders kunnen dan met het LAVS veel beter speurwerk doen.

Asbestproces volledig volgen

Sinds 2012 kunnen met asbest vervuilde locaties worden ingevoerd in het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS). Wie opdracht geeft tot het verwijderen van asbest, kan met deze web-applicatie het volledige proces volgen, van inventarisatie tot en met de stort van het asbest. Alle betrokken partijen bij het vinden, verwijderen en onderzoeken van asbest hebben toegang tot het LAVS. Daarnaast kunnen ook toezichthouders en de Inspectie SZW inloggen op het systeem.


Het LAVS is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en de asbestsector en deelname gebeurt nu nog op vrijwillige basis. Eigenaren en opdrachtgevers kunnen het systeem gebruiken, maar zijn het niet verplicht. Gecertificeerde asbestinventariseerders en asbestverwijderaars moeten volgens de certificatieschema’s hun saneringsprojecten in het LAVS invoeren, zodra het systeem beschikbaar is gesteld door de wetgever. Momenteel wordt gewerkt aan een wettelijke verankering. Zodra deze geregeld is, zijn alle bedrijven in de asbestsector verplicht om met het LAVS te werken. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan de aanpassing van de Arbeidsomstandighedenregeling, die waarschijnlijk in juli van dit jaar gereed is. Het ministerie van IenM wil het verplichte gebruik juridisch vastleggen in de nieuwe Omgevingswet.

Nog enkele hobbels te gaan

‘De aanpassing van de Arbeidsomstandighedenregeling moet voldoende zijn om de verplichtstelling al in te laten gaan’, zegt Tom Troquay, ketenregisseur bij het LAVS. De gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijven hechten volgens hem veel belang aan de wettelijke verankering. Troquay: ‘Zij vinden dat de verplichtstelling in de wet geborgd moet zijn, zodat er voldoende grondslag is voor registratie in het LAVS en er geen discussies met opdrachtgevers plaatsvinden. Dit jaar moet blijken of de asbestverwijderingsbedrijven zich met de aanpassing van de Arbeidsomstandighedenregeling voldoende gesteund voelen.’


Voordat de verplichtstelling in kan gaan, moeten er volgens Troquay nog enkele andere `hobbels’ genomen worden. Zo zijn er nog een paar technische aanpassingen aan het LAVS nodig. Er ontbreekt bijvoorbeeld nog een `complexenmodule’. Troquay: ‘Simpel gezegd: ieder asbesttraject moet je kwijt kunnen in het LAVS. Of dit nu een schip, een vliegtuig of een gebouw is. Deze complexenmodule is waarschijnlijk nog voor de zomer klaar.’


Daarnaast moet ook met de brancheorganisaties worden afgestemd wat een logische datum is om de verplichtstelling in te laten gaan. Troquay: ‘De ketenpartijen hebben dan ruimschoots de tijd om hun medewerkers op te leiden en om een digitale koppeling te maken tussen de eigen systemen en het LAVS.’

Verplichtstelling: enorme sprong

Er werken momenteel zo’n 650 bedrijven met het LAVS en er zijn sinds het begin ongeveer 40.000 projecten ingevoerd. Troquay schat dat jaarlijks zo’n 5 procent van het totale volume aan asbestprojecten in het LAVS wordt ingevoerd. Troquay: ‘Bij de verplichtstelling maken we een enorme sprong.’


Voor toezichthouders en vergunningverleners wordt het LAVS dan veel aantrekkelijker, aldus Troquay. ‘Zij krijgen er een mooi broninformatiesysteem bij. Alles wat niet is ingevoerd, is per definitie illegaal. Een toezichthouder kan met behulp van het LAVS veel beter speurwerk doen. Ziet hij een bouwproject en vermoedt hij dat er asbest in de woning zit, dan kan hij in het LAVS kijken of er een inventarisatie is uitgevoerd. Is dat niet het geval, dan wordt er mogelijk illegaal asbest verwijderd.’