Nauwere samenwerking met het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen

Omgevingsdiensten maken nog maar beperkt gebruik van de schat aan informatie van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen. Maar daar gaat dit jaar verandering in komen. Beide partijen werken nauwer samen en zien grote kansen in de informatiegestuurde en risicogerichte wijze van toezicht en handhaving.

‘Informatiegestuurd toezicht vergroot de maatschappelijke meerwaarde van omgevingsdiensten.’

Maatschappelijke betekenis LMA

Wie in Nederland gevaarlijk afval, bedrijfsafval en scheepsafval verwerkt, moet dit melden bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Deze stichting registreert en beheert sinds 1993 alle meldingen en stelt de gegevens beschikbaar aan overheden voor handhaving, beleid en vergunningverlening. Het LMA heeft zelf geen medewerkers; Rijkswaterstaat is aangewezen als uitvoeringsorganisatie.


Met de schat aan informatie die het LMA bezit, lijkt een nauwe samenwerking met de omgevingsdiensten voor de hand liggend. Toch wordt er nog te weinig gestructureerd gebruikgemaakt van de database van het LMA. Tot spijt van Fred Doeleman, directeur van het LMA. ‘Onze vanzelfsprekende relatie zie je op geen enkele manier terug in de werkwijzen en activiteiten van beide organisaties. Terwijl het LMA een duidelijke maatschappelijke betekenis heeft en omgevingsdiensten kan helpen bij het opsporen van organisaties en mensen die zich niet aan de regels houden.’

Portretfoto Fred Doeleman
Fred Doeleman, directeur LMA

Omgevingsdiensten onder druk

Om de samenwerking te verbeteren, gingen het LMA en de omgevingsdiensten begin 2015 met elkaar om tafel. Wat bleek? De omgevingsdiensten hadden een enorme behoefte aan de informatie waarover het LMA beschikt. Doeleman: ‘Er ontstond een enorm enthousiasme over wat wij voor elkaar kunnen betekenen. Omgevingsdiensten staan onder druk van zowel bestuurders als van hun eigen directie, die willen dat de omgevingsdiensten een heel takenpakket afwerken. Terwijl de organisaties nog jong zijn en de budgetten beperkt. Meer planmatig gebruik van onze data is een prachtige kans voor de omgevingsdiensten om uit deze ‘squeeze’ te komen. Zij kunnen met informatiegestuurd toezicht en handhaving overtredingen sneller signaleren en aanpakken. De gebieden waar vaak overtredingen plaatsvinden, krijgen zij beter in beeld, en bovendien wordt duidelijk waar de gevaarlijke bewegingen in de afvalbranche zitten. Op deze manier zijn de omgevingsdiensten niet bezig om een takenlijstje af te vinken, maar treden zij veel pro-actiever en gerichter op naar zaken die niet goed gaan in de afvalbranche. Hun werk wordt er gemakkelijker en leuker op en bovendien maken zij een uitstekende beurt richting bestuurders.’


Ook Gerard Nieuwe Weme, secretaris-directeur van Omgevingsdienst Groningen en bestuursvoorzitter van het LMA, is enthousiast over de nauwere samenwerking met het LMA. ‘De omgevingsdiensten zijn nog maar net opgericht. Wij zijn tot nu toe vooral druk bezig geweest om onze organisatie, het ketentoezicht en de relatie met de opdrachtgever op te bouwen. Nu pas zien wij de geweldige meerwaarde van alle beschikbare data en de analyses die hiermee gedaan kunnen worden. Overigens maakt onze eigen dienst al wel gebruik van de gegevens van het LMA, bijvoorbeeld bij het toezicht op de verwerking en afvoer van asbest. Maar de intensievere samenwerking met het LMA opent volledig nieuwe mogelijkheden.’

Portretfoto Gerard Nieuwe Weme
Gerard Nieuwe Weme, secretaris-directeur Omgevingsdienst Groningen en bestuursvoorzitter LMA
Tekening van de beleidscyclus Big-8
De expedities helpen de omgevingsdiensten om te werken volgens de beleidscyclus van de Big-8

Samen op expeditie

Om de samenwerking te verbeteren hebben het LMA en de omgevingsdiensten een ‘routekaart’ met 5 ‘expedities’ bedacht. Deze pilots lopen in 2016 en worden bij succes onderdeel van het normale dienstenpakket van het LMA. Doeleman: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het LMA en de omgevingsdiensten baat hebben van onze gezamenlijke inspanningen. Het komend jaar staat in het teken van leren en er zal heus weleens iets verkeerd gaan, maar we zijn vastberaden om onze samenwerking tot een succes te maken.’


De expedities helpen de omgevingsdiensten om meer risicogericht te handelen en milieucriminaliteit terug te dringen. Zo wil het LMA samen met de omgevingsdiensten alle meldingsplichtige inrichtingen in kaart brengen. Door de database van het LMA te vergelijken met vergunningenbestanden worden de inrichtingen die niet melden, opgespoord. Ook wordt een overzicht gemaakt van risicovolle afvalstromen en branches binnen een beheersgebied. Een analyse van verschillende bronnen leidt tot meer inzicht in de verwerking én het ontstaan van afval. Daarnaast worden risicovolle handelingen, kenmerkende afvalstoffen en de verwachte vrij te komen hoeveelheden per branche in kaart gebracht. Een tactische quickscan met risico-indicatoren helpt omgevingsdiensten om de risicovolle bedrijven binnen een regio of een branche te bezoeken. Ook worden risicoprofielen van afvalproducenten gemaakt, zodat omgevingsdiensten een beter inzicht hebben in de herkomst van afvalstoffen.


Volgens Doeleman helpen de expedities de omgevingsdiensten om te werken volgens de beleidscyclus van de Big-8, een kwaliteitssysteem dat speciaal is ontworpen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. ‘De analyses geven in de onderste cirkel van de Big-8 direct aan wat er in de operatie beter kan. In de bovenste cirkels leidt meer inzicht tot interventies en betere sturingsmogelijkheden.’


In de praktijk betekent dit volgens Nieuwe Weme dat omgevingsdiensten veel sneller achterhalen waar in de afvalketen bewust of onbewust fouten worden gemaakt. ‘Met een betere analyse van de data van het LMA kunnen wij veel gerichter toezichthouden. Dat betekent ook: een veel efficiëntere en effectievere inzet van middelen. Bovendien realiseren wij zo onze milieudoelen, dus: milieucriminaliteit terugdringen en milieuschade zo snel mogelijk aanpakken en liefst voorkomen. Informatiegestuurd toezichthouden en handhaven vergroten zo de maatschappelijke meerwaarde van de omgevingsdiensten.’

Expedities van start

De eerste 2 expedities van het LMA zijn inmiddels gestart en de komende maanden zullen de andere pilots van start gaan. Meer dan 20 omgevingsdiensten hebben zich al aangemeld voor de expedities. In de loop van 2016 presenteert het LMA de resultaten hiervan. Omgevingsdiensten kunnen zich nog steeds aanmelden voor de expedities.

Portretfoto Arjan de Zeeuw
Arjan de Zeeuw, directeur Leefomgeving Rijkswaterstaat

Van stichting naar gebruikersraad

Terwijl het LMA in 2016 nauwer wil samenwerken met de omgevingsdiensten, staat voor 2017 een ander punt op de agenda: het opheffen van de stichting. In plaats van een stichtingsbestuur krijgt het LMA dan een gebruikersraad, die Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie aanstuurt. Een logische ontwikkeling, vindt Arjan de Zeeuw, directeur Leefomgeving Rijkswaterstaat. ‘De stichting was ooit nodig om de samenwerking tussen de verschillende overheden in het afvaldomein op gang te helpen. Nu de omgevingsdiensten zijn gevormd en het duidelijk is waar het LMA voor staat, kan de stichting opgeheven worden. Daardoor ontstaat er een wat directere aansturing van ons als uitvoeringsorganisatie. Wij zullen onze werkzaamheden rechtstreeks met onze opdrachtgevers – het ministerie van Infrastructuur en Milieu, provincies en gemeenten – afstemmen. Deze structuur sluit aan bij de rol die wij al in andere domeinen vervullen – zie ons werk voor Bodem+ – en helpt ons om goed naar de klant te luisteren.’


De nieuwe structuur komt ook de samenwerking met de omgevingsdiensten ten goede, denkt De Zeeuw. ‘De keten van toezicht en handhaving moet meer informatiegestuurd worden. Omgevingsdiensten zijn echter slanke organisaties, die niet over de middelen beschikken om aan datamining te doen. Dat maakt Rijkswaterstaat interessant als partner. In toenemende mate beheren wij data in opdracht van verschillende overheden. Wij hebben de knowhow om informatie over verschillende lagen heen aan elkaar te knopen. De toegevoegde waarde van het LMA zal meer en meer zijn het bij elkaar brengen van verschillende datasets, waarmee er gerichte risicoprofielen ontstaan voor toezicht en handhaving.’