Gemeenten en de Europese Richtlijn Omgevingslawaai

De Europese Richtlijn Omgevingslawaai is bedoeld om de blootstelling aan omgevingslawaai te verminderen. Agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners zijn daarom verplicht om elke 5 jaar de geluidsbelasting in hun gebied in kaart te brengen. Waar nodig moeten geluidsbeperkende maatregelen genomen worden. In de agglomeratie Rotterdam-Dordrecht is gekozen voor een gezamenlijke aanpak met Provincie Zuid-Holland.

Nieuw: ondersteuning door InfoMil

Kenniscentrum InfoMil informeert en ondersteunt gemeenten, provincies en andere partijen bij de uitvoering van taken die volgen uit de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Deze taak is overgenomen van het Projectbureau Omgevingslawaai Kartering en Actieplannen (POLKA), dat werd uitgevoerd door RoyalHaskoning/DHV. Ondersteuning gebeurt via internet, bijeenkomsten en de directe beantwoording van vragen. Kenniscentrum InfoMil rapporteert de resultaten namens het ministerie aan Brussel.

Invloed op gezondheid

Behalve het daadwerkelijk beperken van de blootstelling aan omgevingslawaai, heeft de Europese Richtlijn Omgevingslawaai nog een ander doel: het lokaal creëren van bewustwording van het belang van de geluidseffecten. Volgens Hans Herremans, coördinerend beleidsmedewerker Lucht en Geluid op het ministerie van Infrastructuur en Milieu, wordt over geluid vaak ten onrechte gesproken in termen van “slechts” hinder. ‘Hoe kwalijk kan hinder zijn? Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat geluid niet alleen hinder kan veroorzaken, maar ook zeer van invloed is op de menselijke gezondheid. Dat besef is nog niet bij alle overheden doorgedrongen. Het is belangrijk dat provincies en gemeenten zich bewust zijn van de serieuze effecten van geluid en doen wat redelijkerwijs mogelijk is. Zij hebben op hun beurt volgens de EU richtlijn de verantwoordelijkheid om het publiek te informeren over de geluidssituatie in hun leefomgeving en de gezondheidskundige gevolgen daarvan. Bovendien moeten de overheden het publiek betrekken bij de te nemen acties. Met andere woorden: de taken die voortvloeien uit de Europese richtlijn zijn zeer relevant.’

Zo’n 100 gemeenten in Nederland zijn verplicht om geluidskaarten en actieplannen op te stellen. De ene gemeente pakt de taken voortvarender op dan de andere, weet Herremans. ‘Toen de richtlijn werd ingevoerd, zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering. Inmiddels is het maken van geluidskaarten een reguliere taak van gemeenten geworden. Overal staan budgetten onder druk, dus het kan lokaal soms moeilijk zijn om voldoende middelen bij elkaar te krijgen. Zo’n vijfjaarlijkse taak staat bovendien niet overal bovenaan de prioriteitenlijst. Hier ligt een taak voor Kenniscentrum InfoMil (zie ook kader, red.). Dat moet de vinger aan de pols houden en gemeenten erop wijzen om tijdig aan de slag gaan.’

Grafische weergave van een decibelschaal in Rotterdam
Grafische weergave van een decibelschaal in Rotterdam

Geluidsbelasting- kaarten aan elkaar plakken

DCMR Milieudienst Rijnmond heeft voor het maken van geluidsbelastingkaarten nauw samengewerkt met 2 adviesbureaus. Zij maakten in opdracht van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geluidsbelastingkaarten voor een aantal gemeenten in de regio Rijnmond. Hierdoor was het mogelijk alle geluidsbelastingkaarten binnen de agglomeratie Rotterdam-Dordrecht en de kaarten van Provincie Zuid-Holland met elkaar te vergelijken en gezamenlijk te presenteren. Van Wijk: ‘Waarom is het in de ene gemeente in een woonwijk stiller dan in een andere gemeente? Welke acties zijn hiervoor ondernomen? Gemeenten kunnen zo van elkaar leren.’

Pijnpunten in beeld

Voortvarend is in elk geval wel de aanpak van de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR). De omgevingsdienst nam bij de vorige tranche zelf contact op met Provincie Zuid-Holland en de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor samenwerking. Gezamenlijk beloofden zij bestuurders om geluidsbelastingkaarten te produceren waar bestuurders actie op konden ondernemen. ‘Je kunt op 2 manieren een geluidsbelastingkaart maken’ stelt Astrid van Wijk, bureau Geluid en Veiligheid van de DCMR. ‘Met de snelle manier stel je de EU tevreden en voldoe je aan de wet- en regelgeving. Maar je kunt ook een gedetailleerd geluidbeeld maken dat verschillende bronsoorten onderscheidt en aantoont waar de pijnpunten zitten. Hierdoor beschikt een bestuurder over de informatie om de juiste acties te ondernemen.’

Gemeenten hebben veel behoefte aan informatie per bronsoort, volgens Van Wijk. ‘Een wethouder wil weten wanneer hij aan zet is als het gaat om het nemen van geluidsbeperkende maatregelen. Een rijksweg kan wel geluidsbelasting veroorzaken, maar daar kan een gemeente geen actie op ondernemen. Een geluidsbelastingkaart laat zien aan welke geluidsbronnen een gemeente wél kan sleutelen.’

Zo kan een gemeente ervoor kiezen om op een gemeentelijke weg die teveel geluidhinder veroorzaakt, de toegestane snelheid naar beneden bij te stellen en de weg zodanig in te richten dat er langzamer wordt gereden. Daarnaast kan de weg worden voorzien van een stiller wegdek. Alle gemeenten die de DCMR inschakelden, hebben volgens Van Wijk gedetailleerde actieplannen opgesteld naar aanleiding van de informatie in hun geluidsbelastingkaart. Gemeente Rotterdam maakte het Actieplan Geluid 2013 – 2018. Van Wijk: ‘Rotterdam wilde onder meer weten wat de geluidsbelasting was in de stille gebieden van de stad. En of het mogelijk was om hierop invloed uit te oefenen door bijvoorbeeld via groenvoorzieningen het geluid buiten de gebieden te houden.’

Kaart van kop van zuid in Rotterdam
Geluidsbelastingskaart Rotterdam 2012

Bekijk hier de interactieve versie van de Geluidsbelastingskaart Rotterdam 2012.

Komst Omgevingswet

Met de komst van de Omgevingswet zal het belang van de geluidsbelastingkaarten alleen maar toenemen. De nieuwe wet betekent een grotere gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de leefomgeving en bescherming van het milieu, waaronder het beperken van omgevingslawaai valt. De komst van de Omgevingswet is volgens Herremans ook een mooie gelegenheid om het maken van geluidsbelastingkaarten efficiënter aan te pakken. ‘Bij het maken van Omgevingsplannen zullen gemeenten eerder en op een meer natuurlijke wijze nadenken over geluidsbelasting. Bovendien kunnen de kaarten opgenomen worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet waarin alle milieu-informatie beschikbaar is. Als het maken van geluidskaarten wat meer centraal aangepakt wordt, scheelt dat tijd en kosten.’

Volgens Van Wijk is er nog wel veel werk te verzetten. ‘Gemeenten staan pas aan het begin van een ladder die zij op moeten. Gemeenten krijgen in de nabije toekomst een grotere  verantwoordelijkheid om alle milieuaspecten te visualiseren, te monitoren en te communiceren met de burger. Maar dat wordt nog een hele kluif. Het maken van verschillende milieumodellen kost nu nog veel tijd omdat er voor verschillende berekeningen steeds weer andere gegevens ingevoerd moeten worden. Maar: als het Digitale Stelsel Omgevingswet eenmaal is gevuld met eenduidige gegevens die gebruikt kunnen worden voor berekeningen voor bijvoorbeeld geluid, lucht en veiligheid, betekent dat een enorme winst.’

Derde tranche

Het is inmiddels de derde keer (tranche) dat er geluidsbelastingkaarten en actieplannen gemaakt moeten worden. Deadline: medio 2017 respectievelijk medio 2018.