De Algemene BeoordelingsMethodiek en het Handboek Immissietoets zijn herzien. Beide documenten worden gebruikt om lozingen op de riolering en het oppervlaktewater te beoordelen. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? Vinden vergunningverleners de herziening een verbetering en hoe groot zijn de gevolgen voor het bedrijfsleven?

BBT-documenten

Op 1 juli 2016 treden 2 herziene documenten in werking. De Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) vervangt dan het document ‘Het beoordelen van stoffen en preparaten voor de uitvoering van het emissiebeleid water’. Het Handboek Immissietoets komt in de plaats van het ‘Handboek Immissietoets: toetsing van lozingen op effecten voor het oppervlaktewater’. De beide herziene documenten zijn per 1 juli aangewezen als BBT-document. De vergunningverlener gebruikt ze als toetsingskaders voor het beoordelen van een lozing.

Met de ABM kunnen de vergunningverlener en de lozer van afvalwater de waterbezwaarlijkheid van stoffen en mengsels  bepalen. Bij elke categorie waterbezwaarlijkheid hoort een overeenkomstige saneringsinspanning. De herziening van de 2 documenten was onder andere nodig vanwege de aanpak van de zwaarste categorie: de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Op deze lijst met stoffen, die gevaarlijk zijn voor mens en milieu, zijn alle Europese verplichtingen en internationale afspraken samengevoegd. Ook sluiten de herziene ABM en het Handboek Immissietoets straks beter aan op de nieuwste Europese wet- en regelgeving, zoals REACH en CLP.

Vijfjaarlijkse verplichting

Het streven is om ZZS uit de leefomgeving te weren. De aanpak gebeurt in 3 stappen. Allereerst moet de lozer bij de bron voorkomen dat hij de stoffen via afvalwater loost. Vervolgens moet hij bepalen in welke mate zuivering voorafgaand aan de lozing noodzakelijk is. Op de afvalwaterstroom die overblijft en direct wordt geloosd op het oppervlaktewater is de Immissietoets van toepassing. Het bevoegd gezag beoordeelt hiermee of vanwege waterkwaliteit een nog verdergaande bronaanpak en zuivering nodig is.

Door de herziening van de documenten is de lozer verplicht om de nieuwste technieken en methodes toe te passen bij de bronaanpak en minimalisatie. Iedere 5 jaar moet hierover aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd. Deze verplichting moet als vergunningvoorschrift opgenomen worden in de vergunning.

Mathilde Bergman, vergunningverlener bij Waterschap Vechtstromen en lid van de landelijke werkgroep herziening Algemene BeoordelingsMethodiek en Handboek Immissietoets
Mathilde Bergman, vergunningverlener bij Waterschap Vechtstromen en lid van de landelijke werkgroep herziening Algemene BeoordelingsMethodiek en Handboek Immissietoets

Aparte categorieaanduiding

Mathilde Bergman, vergunningverlener bij Waterschap Vechtstromen en lid van de landelijke werkgroep die de herziening voorbereidde, denkt dat gevolgen van de herziening mee zullen vallen. ‘De biologische afbreekbaarheid en toxiciteit van de stoffen zelf veranderen niet, net als de gevarenaanduidingen. Ook de indeling van stoffen blijft grotendeels gelijk.’

Dat er meer aandacht is voor de aanpak van ZZS is positief, vindt Bergman. ‘Deze stoffen hebben een aparte categorieaanduiding gekregen. Dat is handig bij de beoordeling van nieuwe aanvragen. Je hebt de ZZS beter in beeld en weet dat je na 5 jaar de vergunning opnieuw tegen het licht moet houden. Bij onze bestaande vergunningen zijn de ZZS als categorie nog niet in beeld. Ik geef toe: die vertaalslag moeten wij als waterschap nog maken. Het is aan ons als bevoegd gezag om hier scherp op te letten. In de huidige vergunning staat wel dat bedrijven het moeten melden als zij nieuwe stoffen gebruiken die waterbezwaarlijk zijn. Als het goed is, komen wij dan vanzelf in beeld. Overigens komen in ons werkgebied naar verwachting maar weinig lozingen met ZZS voor.’

André de Jong, themabeheerder afvalwater bij DCMR Milieudienst Rijnmond
André de Jong, themabeheerder afvalwater bij DCMR Milieudienst Rijnmond

Geen actualisatietoetsen

Ook André de Jong, themabeheerder afvalwater bij DCMR Milieudienst Rijnmond, verwacht een “warme overgang” naar de ABM nieuwe stijl. Om nu te zeggen dat de herziening erg leeft binnen de omgevingsdienst en dat er bij de koffieautomaat over wordt gesproken, nee. De Jong: ‘Wij hebben net een nieuw automatiseringssysteem. Dat voert voorlopig de boventoon.’

De gevolgen van de herziening zijn volgens hem “niet zo schokkend”. ‘De ABM wordt een BBT document en wordt gebruikt bij het beoordelen van nieuwe vergunningaanvragen. Maar voor zover ik nu kan inschatten is er geen reden om allerlei actualisatietoetsen los te laten op bestaande vergunningen. Wij hebben minder te maken met de Immissietoets, omdat de DCMR niet het bevoegde gezag is met betrekking tot directe lozingen.’

Nieuwe rekentool

De herziening van beide documenten mag dan geen aardverschuiving zijn, het is wat De Jong betreft wel een verbetering. Hij is te spreken over de Excel-tool bij de ABM. Daarmee kan de waterbezwaarlijkheid van een stof en de saneringsinspanning worden bepaald. De Jong: ‘In het verleden was het lastig om bij samengestelde producten te bepalen in welke categorie ze vielen. In het nieuwe rekenprogramma kunnen je de percentages van de verschillende stoffen invullen en zie je meteen of het om stoffen gaat die gesaneerd moeten worden. De rekentool maakt ons werk wat gemakkelijker, heb ik het idee.’

Ook Bergman vindt de rekentool een welkome aanvulling. ‘Je kunt als vergunningverlener sneller achterhalen wat de toxiciteit van een stof betekent voor de waterbezwaarlijkheid. Met een schema is deze doorvertaling gemakkelijker te maken.’

Roy Tummers, directeur Koninklijke VEMW, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water
Roy Tummers, directeur Koninklijke VEMW, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water

Tandje erbij

De herziening is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Onder meer belangenbehartiger Koninklijke VEMW, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water, was hierbij betrokken. De belangrijkste verandering voor de leden van de VEMW is volgens directeur Roy Tummers de grotere aandacht voor de ZZS. ‘Bedrijven die ZZS gebruiken en lozen, moeten alerter zijn en een tandje bij zetten om lozing te voorkomen of te reduceren. Dat zal bedrijven aan het denken zetten om nog eens kritisch te kijken naar hun productieproces en hun zuiveringsinspanningen. Overigens: Ik ben blij dat de Rijksoverheid niet zegt dat het lozen van ZZS niet meer mag. Nullozingen zijn domweg niet altijd haalbaar. Een verbod zou niet realistisch zijn.’

De VEMW organiseerde samen met Kenniscentrum InfoMil een drukbezochte informatiebijeenkomst over de herziening. Tummers: ‘Het onderwerp leeft omdat veel van onze leden met de herziene documenten te maken hebben of krijgen. Een van de vragen die door het bedrijfsleven werd gesteld, was of er sprake is van een overgangstermijn. Dit is niet het geval. De indeling in categorieën rond de waterbezwaarlijkheid van stoffen is in de ABM iets veranderd. Dat is een administratieve aanpassing die wel tijd kost. Bedrijven moeten hierdoor afspraken maken met grondstofleveranciers, want die moeten aangeven in welke categorie de geleverde stof zit. Bedrijven hebben tijd nodig om de veranderingen te implementeren.’