Nederland gaat circulair


Nederland moet de komende decennia de omslag maken naar een volledig circulaire economie. Er is een lange weg te gaan, maar de uitgangspositie is gunstig. In Rotterdam barst het alvast van de circulaire initiatieven.

Nederland in 2050: bestaande grondstoffen worden hergebruikt zonder milieuschade te veroorzaken. De winning van nieuwe grondstoffen gebeurt op volledig duurzame wijze. Producten en materialen zijn ontworpen voor hergebruik zonder dat er sprake is van waardeverlies of schadelijke emissies. Kortom, Nederland is circulair. In het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050 van de ministeries van Infrastructuur en Milieu (IenM) en Economische Zaken (EZ) staat hoe Nederland de omslag moet maken naar een circulaire economie. Onderweg wordt 2030 als tussendoel gesteld: dan moet het gebruik van eindige grondstoffen zijn gehalveerd.

54.000 nieuwe banen

De transitie naar een circulaire economie is volgens het programma bittere noodzaak. De redenen liggen voor de hand. De vraag naar grondstoffen is de afgelopen eeuw explosief gestegen met onder meer hoge milieudruk en uitputting van het natuurlijk kapitaal tot gevolg. Het winnen en verbruiken van grondstoffen betekent een hoog energieverbruik en CO2-uitstoot. Daarnaast is de transitie nodig om Nederland wat grondstoffen betreft minder afhankelijk te maken van het buitenland. Nu nog komt 68 procent van de grondstoffen uit andere landen.

De circulaire economie biedt Nederland volop kansen, aldus het programma. Volgens TNO zorgt de circulaire economie voor 54.000 nieuwe banen en jaarlijks een extra omzet van € 7,3 miljard. Het grondstoffengebruik gaat met circa 100.000 kiloton omlaag, oftewel een kwart van de totale Nederlandse jaarlijkse invoer van grondstoffen. De transitie levert bovendien een belangrijke bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen: jaarlijks wordt zo’n 17 megaton CO2 bespaard. Dat is 9 procent van de totale Nederlandse uitstoot.

Nationaal grondstoffenakkoord

Om te komen tot een circulaire economie legt het programma de focus op 5 prioriteiten: biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Deze sectoren zijn belangrijk voor de Nederlandse economie, hebben een grote impact op het milieu en sluiten aan bij de prioriteiten van Europa. Nederland moet al in 2020 wereldwijd koploper zijn op het gebied van de circulaire economie in de 5 sectoren.

De eerste stap op weg naar Nederland circulair is een nationaal grondstoffenakkoord dat staatssecretaris Dijksma van IenM en minister Kamp van EZ willen sluiten met decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Met dit akkoord bevestigen alle partijen het belang van het Rijksbrede programma en laten zij zien graag mee te werken aan de uitwerking.

‘De weg naar 2050 is nog lang, maar wordt behapbaar door afspraken voor de korte termijn.’

Vertaling in transitieagenda’s

De weg naar 2050 is nog lang, maar wordt behapbaar door afspraken voor de korte termijn, aldus Marc Pruijn, programmamanager Nederland circulair in 2050 van IenM. ‘In de eerste helft van 2017 maakt het Rijk samen met zijn partners de transitieagenda’s. Daarin worden de strategische doelen uit het Rijksbrede programma per prioriteit vertaald in concrete doelstellingen. Voor de prioriteit kunststoffen bijvoorbeeld is het doel een volledig circulaire kunststofketen. De transitieagenda onderzoekt in welke mate hernieuwbare kunststoffen, recyclaten en biobased materialen toegepast kunnen worden in het productieproces. Ook wordt gekeken welke afspraken er met de industrie gemaakt kunnen worden over een omschakeling naar biologisch afbreekbare kunststoffen. Onderdeel kan ook zijn om het gebruik van hernieuwbare materialen te stimuleren met een financiële prikkel. Verder moet worden onderzocht welke ondersteunende wet- en regelgeving voor deze prioriteit nodig is. Zo maakt de transitieagenda het doel op allerlei manieren tastbaarder.’

‘Nederland circulair in 2050’ kijkt niet alleen vooruit, maar benoemt ook de gunstige uitgangspositie. Nederland beschikt over een goede kennisinfrastructuur, behoort mondiaal gezien tot de koplopers als het gaat om afvalinzameling en recycling en is daarnaast toonaangevend op het gebied van circulair of duurzaam inkopen. Ook in het benutten van Nature Based Solutions die grondstoffengebruik reduceren, loopt Nederland voorop. Ons land kent volgens Pruijn al allerlei ‘pareltjes’ op circulair gebied. Circo is hiervan een mooi voorbeeld, vindt hij. Dit stimuleringsprogramma van de TU Delft ondersteunt ondernemers en ontwerpers in de maakindustrie op het gebied van circulair denken en doen. Pruijn: ‘De wetenschappelijke wereld ontwerpt steeds meer nieuwe producten en diensten die circulair zijn. De kennis die daarbij wordt ontwikkeld is van grote betekenis voor Nederland als geheel. Het Rijksbrede programma is daarin ondersteunend; via kennisuitwisseling zetten wij zulke initiatieven graag nationaal op de kaart.’

Ingeborg Berger
Ingeborg Berger, programmamanager Rotterdam Circulair

Rotterdam grote ambities

Het Rijksbrede programma biedt ook de helpende hand aan decentrale overheden om de transitie naar een circulaire economie te maken. Goed nieuws voor Rotterdam dat grote ambities heeft. De stad wil in 2030 met een efficiënte en schone haven hét centrum in Europa zijn van de biobased en circulaire economie. Het onderwerp circulariteit is in Rotterdam onderdeel van het programma Duurzaam. Daarin wordt de ambitie vertaald in concrete doelen voor 2018: van het bannen van plastic tasjes uit de stad tot het terugwinnen van grondstoffen en energie uit afvalwater.

Rotterdam heeft op het gebied van de circulaire economie 2 gezichten. Aan de ene kant staat de stad nog voor een grote opgave, weet Ingeborg Berger, programmamanager Rotterdam Circulair. ‘In een stad als Rotterdam met veel hoogbouw en een lager gemiddeld inkomen wordt er relatief gezien minder afval gescheiden. Terwijl afvalscheiding natuurlijk bepalend is voor de circulaire economie. Via campagnes, verschillende vormen van gedragsbeïnvloeding, experimenten, extra voorzieningen en het gemakkelijk maken van afvalscheiding, brengen wij het belang ervan bij de consument onder de aandacht. Een andere manier van denken is essentieel. Dat benadrukken wij ook door circulaire educatie met gastcolleges en projecten. Mooi voorbeeld is de Expo Circulair die wij samen met de Willem de Kooning Academy hebben georganiseerd. Het uiteindelijke doel is om in 2018 het scheidingspercentage met minstens 40 procent te hebben verhoogd.’

Duizend bloemen bloeien

Tegelijkertijd barst het in de stad van circulaire initiatieven, zoals te lezen is in ‘Rotterdam: Living Lab’. Een baanbrekend project volgens Berger is De Groene Poort, waarin gemeente Rotterdam samenwerkt met Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat en het Wereldnatuurfonds. Berger: ‘Binnen gemeentelijke projecten proberen wij al zo circulair mogelijk te handelen. Rioleringsbuizen en de betonnen palen van de parkeermeters worden gebruikt voor het creëren van de natuurvriendelijke oevers. Dit project is een voorbeeld hoe het puin van het ene project een paar kilometer verderop weer gebruikt wordt in een ander project.’
 
Door het steunen van uiteenlopende initiatieven volgt Rotterdam volgens Berger momenteel een ‘duizend bloemen bloeien aanpak’. Berger: ‘Het is goed om de komende jaren veel te experimenteren en kennis te ontwikkelen. Maar het moet niet bij pilots blijven. We moeten leren van de projecten en ervoor zorgen dat de opgedane kennis over circulariteit wordt verankerd in de organisatie.’

Rotterdam is blij met het Rijksbrede programma, stelt Berger: ‘Het is fantastisch dat zaken van onderop ontstaan. Maar je merkt ook dat initiatieven soms worden gehinderd door wettelijke beperkingen. Afval en grondstof zijn bijvoorbeeld juridisch gezien 2 verschillende zaken. Het is belangrijk dat hiervoor snel nieuwe wet- en regelgeving komt. Dat is maar een klein voorbeeld van hoe het Rijk lokale initiatieven kan ondersteunen.’