Waar zit de ruimte voor groene groei?


Wie innoveert, heeft kans om tegen (beperkende) wet- en regelgeving aan te lopen. Sinds 2 jaar kunnen ondernemers in zo’n geval de hulp inschakelen van ‘Ruimte in Regels’. Dit programma is bedoeld om innovatieve investeringen mogelijk te maken. Samen met ondernemers, bevoegde gezagen en beleidsmakers kijkt Ruimte in Regels waar wet- en regelgeving ruimte biedt voor groene groei en circulaire economie. Ondernemer Pieter Ursem kan mede dankzij Ruimte in Regels door met zijn innovatie: het hergebruiken van accu’s uit elektrische auto’s.

De aanpak van Ruimte in Regels moet ondernemers aanspreken: lekker concreet. Aan het programma zijn 30 vakspecialisten verbonden van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Rijkswaterstaat. Zij werken aan de hand van concrete vragen van (vooral) mkb’ers die met hun innovatie tegen wet- en regelgeving aanlopen. Ruimte in Regels kijkt samen met de ondernemer waar de schoen wringt en geeft gemiddeld binnen 6 maanden duidelijkheid of er een oplossing is voor zijn probleem.

‘Zolang het beleid door Den Haag of Brussel niet aangepast hoeft te worden, hebben de decentrale overheden best veel ruimte om te experimenteren met de regels.’

John Butter (links) en Henk Hortensius (rechts) - foto 2
John Butter (links), Programmamanager Rijksoverheid

Open over resultaten

De werkwijze heeft inmiddels een lange lijst van afgeronde ‘belemmeringen’ opgeleverd op thema’s als afval/geenafval, mest  en vergisting, groen bouwen, veredeling en certificering. De belemmeringen zijn volgens Programmamanager Rijksoverheid John Butter te verdelen over 4 soorten. ‘Soms is de belemmering slechts onduidelijkheid in de regels en kan een innovatie gewoon doorgaan binnen die regels. In zo’n geval is het alleen nodig om de wetgeving de goede duiding te geven. Soms vormt de regelgeving wel degelijk een belemmering, maar kunnen wij gebruikmaken van de experimenteerruimte binnen de regels. We kijken dan heel zorgvuldig naar waar de regelgeving voor is bedoeld en hoe een innovatie hier toch binnen kan vallen. Bij deze tweede soort belemmeringen gaat het om het aanpassen van de regels, soms zonder dat hiervoor het beleid moet worden aangepast. Ook zijn er gevallen waarin het beleid wél aangepast moet worden om het idee van de ondernemer mogelijk te maken. In deze complexere zaken hebben wij direct overleg met de beleidsmedewerkers in Den Haag en Brussel. Tot slot zijn er belemmeringen waar de wetgever niet aan de regelgeving wil tornen om ongunstige effecten op mens en milieu te voorkomen.’

De belemmeringen waaraan is gewerkt (en wordt gewerkt) staan volgens Butter doelbewust op de site van Ruimte in Regels. ‘Wij werken altijd aan de hand van één specifieke case van een ondernemer, want dan kunnen we de diepte ingaan. Tegelijkertijd zijn wij open over de resultaten van deze individuele gevallen, omdat andere ondernemers hiervan kunnen profiteren. Ook als er geen oplossing is, communiceren wij dit. Dat biedt ondernemers in elk geval duidelijkheid.’

John Butter (links) en Henk Hortensius (rechts)
Henk Hortensius (rechts), Programmacoördinator Rijkswaterstaat

Ook voor vergunningverleners

Ruimte in Regels is niet alleen ondersteunend voor ondernemers, maar ook voor decentrale overheden. ‘Het is belangrijk dat ook vergunningverleners ons weten te vinden’ zegt Henk Hortensius, als coördinator namens Rijkwaterstaat betrokken bij Ruimte in Regels. ‘Vergunningverleners spelen een belangrijke rol in het omgaan en ook signaleren van belemmeringen. Zij kunnen aan de hand van voorbeelden uit Ruimte in Regels ondernemers laten zien waar de ruimte zit. Het komt regelmatig voor dat zowel de vergunningverlener als de ondernemer denkt dat er een probleem is, terwijl dat niet het geval hoeft te zijn. Vaak is dat omdat het om een nieuw vraagstuk gaat waarvan de vergunningverlener oprecht denkt: wat moet ik hiermee? Wij hopen dat hij in zo’n geval contact opneemt met Kenniscentrum InfoMil, de Helpdesk Afvalbeheer of met Ruimte in Regels. Soms kan het uitleggen van de regels voldoende zijn om een vermeende belemmering weg te nemen.’

Zolang het beleid door Den Haag of Brussel niet aangepast hoeft te worden, hebben de decentrale overheden volgens Butter ‘best veel ruimte om te experimenteren met de regels’. Hij begrijpt dat deze ruimte niet altijd wordt benut. ‘Een vergunningverlener moet in zo’n geval allerlei afwegingen maken. Heeft hij voldoende informatie om een innovatie toe te staan? Wordt hij gedekt door het gemeentebestuur? Dat zijn lastige vragen. Wij willen met Ruimte in Regels een steentje bijdragen aan de uitvoering en de naleving van regels. Via onze cases hopen wij een vergunningverlener handvatten te geven, zodat steeds duidelijker is welke ruimte hij heeft.’

Pieter Ursum
Pieter Ursem, eigenaar van Autobedrijf Peter Ursem uit Zwaag.

Afval/geen afval

Rijkswaterstaat coördineert binnen Ruimte in Regels de cases die betrekking hebben op het programma 'Van Afval Naar Grondstof' (VANG). Omdat steeds meer ondernemers willen investeren in de circulaire economie, hebben zij veel vragen over het benutten van afvalstoffen als grondstof. ‘Vaak taaie materie’, weet Hortensius. ‘Een lopende case is die van een ondernemer die koffiedik wil gebruiken voor het kweken van oesterzwammen. Koffiedik is een afvalstof, maar wordt in dit geval toegepast als grondstof en daar geldt andere regelgeving voor. Je kunt het gebruik van koffiedik als grondstof onder bepaalde voorwaarden toestaan, maar dat kan gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering en situatie van de onderneming met betrekking tot de Omgevingswet. Het nadenken en discussiëren over zulke cases helpt om wensen en mogelijkheden van nationale en Europese wet- en regelgeving steeds helderder te krijgen.’

Een mooi voorbeeld van het hergebruik van een afvalstof is de case van autodealer en reparateur van lithium-ion accu’s Autobedrijf Peter Ursem uit Zwaag. Pieter Ursem, eigenaar van het bedrijf, kwam op het idee om afgedankte lithium-ion accu’s uit hybride en volledig elektrische auto’s te demonteren tot losse cellen. Deze kunnen vervolgens worden gebruikt voor de stationaire opslag van energie uit zonnepanelen en windmolens, bijvoorbeeld op plekken waar geen stroomkabel in de grond ligt. Op Forteiland Pampus wordt hiermee al een proef gedaan.

Ursem kwam niet verder met zijn idee, omdat afgeschreven accu’s volgens de regels vernietigd moesten worden. Dat gold ook voor nog perfect functionerende accu’s van auto’s die total loss waren gereden. Zonde, vond Ursem. Via Auto Recycling Nederland, dat verantwoordelijk is voor het vernietigen van de accu’s, kwam hij in contact met Ruimte in Regels.

Twee belemmeringen

Tijdens een brainstorm met specialisten van het programma werden 2 belemmeringen onderkend. De eerste had te maken met de geldende regelgeving uit 2008 waarin stond dat alle afgedankte batterijen en accu’s als materiaal gerecycled moesten worden. Met de komst van lithium-ion accu’s was in 2008 geen rekening gehouden en met het hergebruik van de cellen al helemaal niet. De tweede belemmering was de producentenverantwoordelijkheid die voor de accu’s geldt. Om te voorkomen dat accu’s gestort of verbrand worden, zijn producenten verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking ervan. Hergebruik betekende dat zij het zicht op de accu’s zouden verliezen en dat de producentenverantwoordelijkheid in het geding zou komen.

Beide belemmeringen werden voorgelegd aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Door middel van een rechtsoordeel oordeelde het ministerie dat het hergebruik van de cellen in een nieuwe toepassing kan worden gezien als een volwaardige vorm van recycling. Daarnaast werden de gedemonteerde lithium-ion cellen aangemerkt als ‘einde-afval’. De producent is hierdoor ontslagen van zijn producentenverantwoordelijkheid. Deze gaat over op de producenten die de lithium-ion cellen in een energieopslagsysteem toepassen.

Nadat het rechtsoordeel was gegeven, kon Ursem een vergunning aanvragen voor het recyclen van lithium-ion accu’s. Die kreeg hij, zo’n 9 maanden na het eerste contact met Ruimte in Regels. De ondernemer kijkt terug op een geslaagd proces. ‘Ik zat als autodealer ineens tussen de beleidsmakers en de juristen. Mensen die een ondernemer normaal gesproken niet zo snel tegenkomt. Het mooie was dat zij begrip hadden voor mijn probleem en alle mogelijkheden binnen de regels wilden benutten. Er werd ook direct geschakeld met het ministerie waardoor ik niet lang op het rechtsoordeel hoefde te wachten. Ik vind het nog steeds bijzonder hoe snel alles is gegaan.’

Meer informatie

Meer weten over Ruimte in Regels of uw eigen belemmering aangeven? Kijk voor meer informatie op www.ruimteinregels.nl.