Foto Ilonka Schouten

Nederland tevreden over uitkomst onderhandelingen

Na ruim 3 jaar onderhandelen werd in maart van dit jaar in Sevilla de slotbijeenkomst gehouden over de herziening van de BREF Afvalverwerking. In dit referentiedocument staat welke beste beschikbare technieken de sector moet toepassen om in aanmerking te komen voor een omgevingsvergunning. Nederland is tevreden over het resultaat. Voor met name Oost- en Zuid-Europese lidstaten is de impact groot.

Grotere industriële bedrijven in de lidstaten van de Europese Unie vallen onder de Richtlijn Industriële Emissies. Daarin staat dat deze bedrijven hun installaties pas in bedrijf mogen nemen als zij beschikken over een omgevingsvergunning die gebaseerd is op de beste beschikbare technieken (BBT). Op Europees niveau stellen de EU-lidstaten – samen met de industrie en de milieubeweging – hiervoor BBT-referentiedocumenten (BREF’s) op. In totaal zijn er BREF’s voor zo’n 30 sectoren. Allemaal dienen ze hetzelfde doel: de emissies van industriële installaties naar lucht, water en bodem beperken.

Piet Kruithof, beleidscoördinator bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en een van de onderhandelaars namens Nederland

Wensenlijstje inleveren

De totstandkoming van een BREF is een lang proces. Dat bleek maar weer eens bij de herziening van de BREF Afvalverwerking. In maart van dit jaar werd hierover in Sevilla de slotbijeenkomst gehouden. Gezien de financiële belangen en de grote milieu-impact duurden de onderhandelingen ruim 3 jaar. Het was druk aan de onderhandelingstafel, vertelt Piet Kruithof, beleidscoördinator van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en een van de onderhandelaars namens Nederland. ‘De laatste jaren zijn er verschillende vormen van afvalverwerking bij gekomen. Een aantal van die activiteiten stonden niet in de bestaande BREF uit 2006. Daardoor zaten er deze keer in Sevilla ook nieuwe sectoren aan tafel. De afvalbranche was ruimer vertegenwoordigd dan ooit.’

Zoals bij de herziening van elke BREF het geval is, konden de gesprekspartners aan het begin van de onderhandelingen hun wensenlijstje inleveren bij het Europese IPPC-bureau in Sevilla. De inzet van Nederland was om het algemene ambitieniveau te bewaken en onder meer 2 onderwerpen te verdedigen. Dat is volgens Kruithof gelukt. ‘Wij hebben weten te voorkomen dat er extra eisen worden gesteld aan de indirecte lozingen die de industrie op een waterzuiveringsinstallatie doet. Nederland wil dat niet, omdat dit dubbel werk zou betekenen. Een fabriek zou dan relatief schoon water moeten aanbieden, terwijl onze rwzi’s de zuivering ook prima zelf kunnen doen. Daarnaast wilden sommige lidstaten grenswaarden instellen voor het aantal geureenheden dat een industriële installatie produceert. Dat is volgens Nederland geen gelukkige benadering. In een aantal gevallen ben je te streng en andere gevallen te soepel, omdat dit sterk afhankelijk is van de bebouwing rondom de installatie. Ook dit punt hebben we kunnen voorkomen.’

‘Veel EU-lidstaten moeten een behoorlijke slag maken om aan het ambitieniveau te voldoen’

Juridisch verankerd

De uitkomst van Sevilla is dat het ambitieniveau ten opzichte van de vorige BREF niet is verhoogd. Dit heeft volgens Kruithof als achtergrond dat de vorige BREF door veel lidstaten niet als dwingende wetgeving is beschouwd. ‘Sommige andere Europese landen hebben de vorige BREF als een interessant informatiedocument gehanteerd, maar niet als leidraad bij de vergunningverlening. Omdat de IPPC-Richtlijn is vervangen door de Richtlijn Industriële Emissies, is de BREF inmiddels juridisch veel sterker verankerd. Dat houdt in dat de industriële installaties overal in Europa straks aangepast moeten zijn volgens de laatste herziening van de BREF. Veel lidstaten moeten hierdoor een behoorlijke slag maken om aan het bestaande ambitieniveau te voldoen. Nederland kan teren op een ambitieus verleden. De vergunningverleners en het gros van de afvalverwerkende bedrijven hier zullen weinig merken van de nieuwe BREF.’

De technische afspraken die in Sevilla zijn gemaakt, worden de komende tijd omgezet in EU-wetgeving. Dit gaat naar verwachting ruim een jaar duren. Vervolgens moeten binnen 4 jaar de vergunningen en de installaties zijn aangepast. Hoewel de gevolgen voor Nederland zullen meevallen, adviseert Kruithof vergunningverleners en bedrijven om een analyse te maken van de bestaande vergunningen en installaties zodra de nieuwe BREF wordt gepubliceerd.