Foto Tineke Dijkstra

Geen afvinklijstje, maar discussiestuk

Met de komst van de Omgevingswet krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheden en mogelijkheden om voor een veilige en gezonde leefomgeving te zorgen. Om decentrale overheden hierbij te ondersteunen is in Gelderland de Gelderse Gezondheidswijzer ontwikkeld, een ‘quickscan gezonde leefomgeving’. Dit instrument geeft snel een overzicht van alle gezondheidsaspecten van de leefomgeving in een wijk of buurt. Nuttige informatie die gemeenten direct kunnen gebruiken bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van hun omgevingsbeleid. In Nijmegen en verschillende andere gemeenten is het instrument al getest.

‘Hoe dan?’ Met het oog op de Omgevingswet vroegen gemeenten in Gelderland zich af hoe zij in de toekomst rekening moeten houden met de publieke gezondheid in hun omgevingsbeleid. Gemeenten krijgen met de Omgevingswet meer ruimte voor lokaal maatwerk. Ze kunnen eigen ambities bepalen voor een gezonde leefomgeving in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Maar ook de bestaande wetgeving biedt kansen voor een gezondere fysieke leefomgeving. Vorig jaar besloten de provincie Gelderland en de Gelderse GGD’en om de decentrale overheden hierbij te ondersteunen. In samenwerking met adviesbureau Royal HaskoningDHV ontwikkelden zij de Gelderse Gezondheidswijzer: een quickscan die in één oogopslag een beeld geeft van omgevingsfactoren die van invloed zijn op de gezondheid van burgers in een wijk of buurt.

Dat gebeurt aan de hand van 11 thema’s waarmee gemeenten de publieke gezondheid kunnen bevorderen en beschermen. Oude bekenden als lucht en geluid zijn hierin opgenomen, maar ook minder gangbare thema’s als groen, bewegen en hitte. Omdat openbaar groen ervoor zorgt dat mensen meer bewegen, kijkt de Gelderse Gezondheidswijzer bijvoorbeeld naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van parken en ander groen. Om te kunnen bepalen in hoeverre er sprake is van het hitte-eilandeffect, gebruikt het instrument informatie over het aantal nachten per jaar dat de temperatuur in een gebied niet onder de 20 graden komt. Als de resultaten voor alle thema’s zijn bepaald, weet een gemeente waar een wijk of buurt goed scoort en aan gestelde ambities voldoet, maar ook wat de mogelijkheden zijn om de leefomgeving gezonder te maken.

Uitgangspunt van de Gelderse Gezondheidswijzer is dat gemeenten het instrument gemakkelijk zelf kunnen invullen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van open data uit verschillende bronnen. Een handleiding en digitale factsheets laten zien hoe gemeenten de score per thema kunnen bepalen en welke online gegevens en kaarten zij hiervoor kunnen gebruiken. Om het invullen gemakkelijker te maken, werken de initiatiefnemers nog aan een online tool.

Moniek Zuurbier, adviseur leefomgeving en gezondheid van GGD Gelderland-Midden

Meer groen?

Volgens Moniek Zuurbier, adviseur leefomgeving en gezondheid van GGD Gelderland-Midden, is de Gelderse Gezondheidswijzer ‘geen afvinklijstje’. Zij ziet het instrument liever als discussiestuk. ‘Het is niet een kwestie van invullen en klaar. Wij willen graag dat gemeenten de verzamelde data gebruiken om actief aan de slag te gaan met het gezonder maken van een leefomgeving. De resultaten zijn een mooie aanleiding om het gesprek aan te gaan met bewoners, professionals en andere stakeholders over de aandachtspunten in een buurt of wijk en hoe die aangepakt kunnen worden. Daarnaast is het belangrijk dat gemeenten nagaan hoe de verschillende thema’s in de praktijk worden beleefd. Hebben bewoners echt last van het geluid? Is er behoefte aan meer groen?’

‘Het is niet een kwestie van invullen en klaar’

Als discussiestuk werkt de Gelderse Gezondheidswijzer al in de geest van de Omgevingswet. Reden waarom het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) het instrument nomineerde voor de Eenvoudig Beter Trofee 2016. Zuurbier is optimistisch over de mogelijkheden van de Gelderse Gezondheidswijzer als de wet eenmaal is ingevoerd. ‘Wij proberen als GGD al jaren om bij de planvorming tijdig aandacht te vragen voor gezondheid. Dat lukt helaas niet altijd. Door de Omgevingswet moeten gemeenten en provincies gezondheid straks expliciet meenemen in hun omgevingsbeleid. Met de Gezondheidswijzer hebben zij een goed instrument om samen met stakeholders hun ambities vast te stellen en inzicht te krijgen in hoe gezond de leefomgeving is. Meer aandacht voor dit onderwerp leidt uiteindelijk tot een gezondere leefomgeving. Daar ben ik van overtuigd.’

Meer gezondheid in beeld

De Gelderse Gezondheidswijzer richt zich specifiek op de invloed van de fysieke leefomgeving op de gezondheid, op wijk- of buurtniveau. Een grote meerwaarde van het instrument is het dynamische proces met alle betrokkenen: samen gegevens verzamelen en beoordelen. Wilt u graag snel een globaal beeld krijgen van de gezondheid en leefbaarheid in een gemeente of wijk? Bekijk dan de cijfers en infographics van de ZeelandScan of de website Waarstaatjegemeente.nl, die alle gemeenten omvat. De ZeelandScan geeft bijvoorbeeld data over het gevoel van veiligheid of de lichamelijke activiteit van de inwoners. Het schaalniveau (dorp of wijk) is wat groter dan bij de Gelderse Gezondheidswijzer. Verschillen tussen gemeenten en wijken kunnen eenvoudig in beeld worden gebracht. Deze informatie kan gemeenten, provincies en (maatschappelijke) organisaties helpen om betere beleidskeuzes maken, waardoor activiteiten beter aansluiten op een situatie in een dorp of wijk.

Te weinig bankjes

De gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland hebben de Gelderse Gezondheidswijzer al getest in het pilotproject Radboud. Deze pilot onderzoekt hoeveel ruimte de Omgevingswet biedt bij het maken van een bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) voor de campus van de Radboud Universiteit en het Radboudumc. Beide overheden gebruikten de Gelderse Gezondheidswijzer om het onderwerp publieke gezondheid te analyseren. Hun conclusie: het instrument biedt houvast om snel te achterhalen welke thema’s in een gebied spelen. Uit de Gelderse Gezondheidswijzer blijkt bijvoorbeeld dat de campus goed scoort op het thema groen dankzij de openbare tuinen en de binnentuinen van het ziekenhuis. Positief voor het thema bewegen is dat het sportcentrum van de universiteit toegankelijk is voor het publiek. Op het thema hitte behaalt een deel van het gebied een relatief slecht resultaat door de grote verharde oppervlaktes. De thema’s lucht en geluid scoren slecht vanwege het drukke verkeer rondom de campus.

Maarten van Ginkel, senior adviseur duurzaamheid bij de gemeente Nijmegen

Behalve als eerste analyse is de Gelderse Gezondheidswijzer in Nijmegen ook gebruikt om de discussie met de omgeving los te maken, vertelt Maarten van Ginkel, senior adviseur duurzaamheid bij de gemeente Nijmegen. ‘Wij hebben mensen van het ziekenhuis en de universiteit gevraagd of zij het eens waren met de analyse van de Gezondheidswijzer. Dat leidde tot een verfijning van de resultaten. Zo werd over het groen gezegd dat dit weliswaar een heilzaam effect heeft op het genezingsproces van patiënten, maar dat er te weinig bankjes zijn. Bovendien zouden delen van het campusgebied autoluw gemaakt moeten worden. Ook worden sommige kruisingen als onveilig beschouwd.’

De Gelderse Gezondheidswijzer is als discussiestuk volgens Van Ginkel een prima middel ‘om extra informatie op te halen’. De feedback van de omgeving stelt de gemeente echter wel voor een uitdaging. Van Ginkel: ‘Door de discussie met de omgeving komt veel informatie naar boven die qua detailniveau niet past in het bestemmingsplan. Zoiets als ‘meer bankjes in het groen’ kun je daar niet in opnemen. Hoe ga je er dan mee om? Daar geeft de Gezondheidswijzer geen antwoord op. Je moet dus nog wel nadenken hoe je alle suggesties op een hoger abstractieniveau brengt en bepalen welke vervolgacties je neemt. Die slag moeten wij in de Radboud-pilot nog maken.’

Extra data nodig

Niet alleen in Nijmegen, maar ook in de rest van Nederland is er volgens Zuurbier veel belangstelling voor het instrument. ‘Het is allang geen Gelders verhaal meer’ zegt ze. Verschillende gemeenten en GGD’en buiten Gelderland gebruiken de quickscan al. Dat het Gelders initiatief op termijn een nationaal instrument wordt, ligt volgens haar dan ook voor de hand. Alleen zijn daarvoor wel extra data en kaarten nodig. Zuurbier: ‘Er is al veel informatie beschikbaar op bijvoorbeeld de Atlas Leefomgeving en via data.overheid.nl. Maar het is soms verrassend hoeveel data ontbreken of hoe gedateerd de gegevens zijn. De data rond het thema geluid zijn bijvoorbeeld behoorlijk verouderd en niet op het gewenste detailniveau. Het openbaar maken van data zal de komende jaren flink toenemen, ook door de komst van de Omgevingswet. Hopelijk gebeurt dit sneller dan nu is voorzien. Goede data zijn erg belangrijk voor goede planvorming in de leefomgeving. Wij hopen dat het ministerie van IenM ons hierin ondersteunt.’

Rijkswaterstaat en gezondheid

Op verschillende manieren heeft ook Rijkswaterstaat oog voor gezondheid. Aan de ene kant verkent Rijkswaterstaat welke plek gezondheid kan krijgen in de uitvoering van zijn taken (duurzame leefomgeving). Daarbij kan het gaan om de eigen bedrijfsvoering, het ontwikkelen en beheren van de weg- en waterinfrastructuur (netwerken) en het inrichten van de directe leefomgeving rondom deze infrastructuur. Meer weten? Lotte de Jong van Rijkswaterstaat kan uw vragen beantwoorden.

Aan de andere kant is Rijkswaterstaat/Kenniscentrum InfoMil betrokken bij de voorbereidingen voor een ‘handreiking’ voor lokale overheden bij het afwegen van gezondheid, vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze opdracht wordt samen uitgevoerd met anderen, zoals het RIVM, de VNG, GGD’en en adviesbureaus. Het vormt onderdeel van het IenM-programma Gezondheid in Milieubeleid (GiM) en is een uitwerking van het Gezondheidsraadadvies over meewegen van gezondheid in omgevingsbeleid. Met ‘handreiking’ wordt expliciet meer bedoeld dan een papieren instructie. Het gaat ook om het faciliteren van het proces en de samenwerking tussen verschillende overheidspartijen, netwerken en programma’s om de afweging van gezondheid een goede plek te geven in het nieuwe kader van de Omgevingswet. Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Arjan Pronk of Barbara van Gulick van Rijkswaterstaat.