Handreiking voor vergunningverleners online

Het Rijk wil sanitatietechnieken bij zorginstellingen stimuleren en zo medicijnresten in het afvalwater terugdringen. De systemen zijn inmiddels zo ver ontwikkeld dat er bij de vergunningverlening allerlei vragen ontstaan. Valt de installatie onder het Activiteitenbesluit of heeft de zorginstelling een vergunning nodig? En: mag een zorginstelling haar eigen afval eigenlijk wel verwerken? Reden voor Kenniscentrum InfoMil om een online handreiking te maken.

In 2015 hebben het Rijk en de zorgsector een Green Deal gesloten met als doel om de bedrijfsvoering van zorginstellingen te verduurzamen. Een van de gemaakte afspraken is dat het Rijk nieuwe sanitatiemethoden stimuleert. Hiermee kunnen medicijnresten in het afvalwater van zorginstellingen worden teruggedrongen of geweerd. Veel van deze stoffen komen nu nog in het oppervlaktewater terecht, omdat de rioolwaterzuiveringen voornamelijk zijn ingericht op het biologisch zuiveren van afvalwater en niet specifiek op het verwijderen van medicijnresten. Volgens de Wet milieubeheer heeft het altijd de voorkeur om verontreiniging met medicijnen bij de bron aan te pakken. Er zijn hiervoor inmiddels verschillende sanitatietechnieken beschikbaar. Ook bij rioolwaterzuiveringen wordt bekeken of er anders moet worden gezuiverd. Medicijnen komen niet alleen via ziekenhuizen vrij. Huishoudens zijn bijvoorbeeld ook een bron.

Een van de beschikbare sanitatietechnieken is het Pharmafilter. Deze installatie zuivert niet alleen het afvalwater, maar verwerkt ook biologisch afbreekbare bedpannen en urinalen met inhoud, biologisch afbreekbaar ziekenhuisafval en voedselrestanten. Een afvalmolen maalt het materiaal klein en mengt het met proceswater waarna het via het interne leidingstelsel van de zorginstelling wordt afgevoerd naar een zuiveringsinstallatie. Het slib dat ontstaat bij de zuivering gaat naar een vergistingsinstallatie en wordt omgezet in energie. Het Pharmafilter zuivert ook het afvalwater in stappen. Het wordt eerst biologisch gezuiverd en daarna verder behandeld waarbij ziektekiemen en medicijnresten verder worden verwijderd. Volgens de fabrikant zuivert de installatie het afvalwater grondiger dan een gewone rioolwaterzuivering. Het schone water kan door de zorginstelling worden gebruikt als proceswater voor bijvoorbeeld het doorspoelen van toiletten of voor technische installaties.

Allerlei vragen

Zorginstellingen zijn niet wettelijk verplicht om hun afvalwater te zuiveren. Het afvalwater moet via de riolering naar de rioolwaterzuivering worden gebracht voor zuivering. Wie een eigen afvalwaterzuivering plaatst, hoeft  geen vergunning aan te vragen. Afvalwaterzuivering valt namelijk onder het Activiteitenbesluit. Maar met een Pharmafilter doet het ziekenhuis meer dan alleen water zuiveren: het brengt afvalstoffen en huishoudelijk afvalwater bij elkaar om ze te vergisten. Dat maakt de installatie vergunningplichtig. Vergunningverleners blijken het lastig te vinden om hiervoor voorschriften op te stellen. Bij de helpdesk van Kenniscentrum InfoMil zijn de afgelopen tijd dan ook verschillende vragen binnengekomen over het Pharmafilter.

Volgens het Nederlands afvalbeleid moeten afvalstromen gescheiden zijn en moet er een optimale verwerking plaatsvinden. Zorginstellingen moeten volgens de regelgeving hun afval dus naar een erkend verwerker brengen voor verbranding. Door de toepassing van het Pharmafilter wordt een zorginstelling ineens zelf afvalverwerker. Vergunningverleners lopen hierdoor in de praktijk tegen allerlei vragen aan. Mag een zorginstelling zelf afval verwerken? Is er in zo’n geval sprake van een effectieve verwerking? Waarom zuivert een zorginstelling haar afvalwater zelf als dit ook op een rioolwaterzuivering kan? Valt het Pharmafilter niet onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en zijn zorginstellingen niet gewoon vergunningplichtig? Moet het gezuiverde afvalwater bemonsterd worden, terwijl ongezuiverd water niet bemonsterd wordt?

Hoe vaak bemonsteren?

In Nederland hebben 5 ziekenhuizen tot nu toe interesse getoond in het Pharmafilter. Bij het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft en het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam zijn inmiddels installaties in bedrijf, opererend onder bestaande omgevingsvergunningen. Het Erasmus MC in Rotterdam heeft een vergunning aangevraagd voor een installatie, die in 2018 in bedrijf wordt genomen. Het ziekenhuis ZorgSaam in Terneuzen mag volgens bestaande omgevingsvergunningen een Pharmafilter in gebruik nemen. Regionaal Topklinisch Interventie Centrum in Heerhugowaard had een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een Pharmafilter, maar de bouw van het centrum is afgelast.

‘Als het water zo schoon wordt gemaakt, wat controleer je dan nog?’

Sebastiaan Verhoeven was als adviseur vergunningverlening bij Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard betrokken bij de vergunningverlening in het Erasmus MC en het Sint Franciscus Gasthuis. Er werd volgens hem geworsteld met de vraag hoe zwaar de installatie gecontroleerd moest worden. ‘Als het water zo schoon wordt gemaakt, wat controleer je dan nog? En bovendien: hoe intensief moet je de afvalwaterlozing controleren? Wij hebben met het bevoegd gezag meegedacht en geadviseerd om in de vergunning de controlerende voorschriften op te nemen die in het verleden werden gehanteerd volgens de Wet verontreiniging oppervlaktewater. Dat leek ons de beste oplossing.’

Ton Rijvordt, adviseur vergunningen bij Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord, onderzocht in 2012 of het Regionaal Topklinisch Interventie Centrum in aanmerking kwam voor een vergunning voor het Pharmafilter. Ook hij baseerde zich op bestaande regelgeving. ‘De opstelling is nieuw, maar de toegepaste technieken zijn min of meer bekend. Wij hebben gekeken naar soortgelijke takken van sport. Voor de regels rond vergisting heb ik bijvoorbeeld naar de intensieve veehouderij gekeken. Zo hebben wij aan de hand van verschillende bronnen en met gezond verstand een vergunning in elkaar gezet.’

Toetsend kader

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft inmiddels bepaald dat zorginstellingen die anders met hun afvalstoffen omgaan dan voorgeschreven in het Landelijk afvalbeheerplan, voorlopig in aanmerking kunnen komen voor een vergunning. Daaronder vallen ook technieken als Pharmafilter. Wel is het opstellen van de vergunning elke keer maatwerk. Om bevoegde gezagen te helpen welke afwegingen zij het beste kunnen maken bij de vergunningverlening, heeft Kenniscentrum InfoMil een handreiking gemaakt. Deze geeft inzicht wat de wettelijke grenzen zijn bij de aanpak van medicijnresten bij zorginstellingen en geeft antwoord op vele vragen die bij de vergunningverleners leven. Daarnaast zijn in de handreiking de nieuwe sanitatietechnieken op een rijtje gezet.

De handreiking biedt houvast bij het controleren van sanitatiesystemen, vinden Verhoeven en Rijvordt. ‘Het is goed om bij de toepassing van het Pharmafilter of vergelijkbare systemen een toetsend kader te hebben dat juridisch geborgd is’ zegt Verhoeven. ‘Bovendien scheelt zo’n handreiking veel uitzoekwerk. Er worden concrete aanbevelingen gedaan waardoor de aanvraag voor een omgevingsvergunning veel makkelijker te toetsen is.’

‘Alles wat je niet zelf uit hoeft te zoeken, scheelt tijd’ vindt ook Rijvordt. ‘Bovendien is het door de handreiking nu duidelijk dat een installatie als het Pharmafilter onder de RIE valt. Aan de andere kant: zo’n techniek is, gezien de investering, alleen geschikt voor grote ziekenhuizen. Met andere woorden, zo vaak zal een vergunningaanvraag niet voorkomen.’

Verhoeven wijst nog op een ander punt. ‘Lozingen worden bij de vergunningverlening altijd getoetst aan de best beschikbare technieken (BBT). Als in de toekomst het Pharmafilter als zodanig wordt aangemerkt en de toepassing ervan wettelijk verplicht wordt gesteld, staan kleinere zorginstellingen wellicht voor een forse uitdaging. Het Rijk moet innovaties stimuleren, maar die mogen niet leiden tot verplichtingen die nog niet haalbaar zijn voor ziekenhuizen van kleinere omvang.’