Invoeringsondersteuning in de praktijk

Overal in Nederland leren decentrale overheden werken met en volgens de Omgevingswet. Spin in het web is het interbestuurlijke programma Aan de slag met de Omgevingswet dat de vraaggestuurde support biedt. Hoe ziet de invoeringsondersteuning er in de praktijk uit en op welke manier maakt een gemeente als Rotterdam gebruik van de aangeboden middelen?

Anouk Baving, adviseur Invoeringsondersteuning bij het programma Aan de slag met de Omgevingswet

Overal bereiden gemeenten, provincies, waterschappen en ministeries zich voor op de komst van de Omgevingswet. Hulp daarbij komt van het programma Aan de slag met de Omgevingswet, dat vraaggericht werkt: samen met overheden wordt gekeken welke vorm van ondersteuning gewenst is. Vervolgens ontwikkelt het programma in co-creatie allerlei producten waarmee bestuurders en ambtenaren aan de slag kunnen gaan. ‘Onze werkwijze sluit aan bij de praktijk’ zegt Anouk Baving, adviseur Invoeringsondersteuning bij Aan de slag met de Omgevingswet. ‘Overheden leren stap voor stap werken met de Omgevingswet. Zo ontwikkelen wij ook het programma. Het heeft geen zin als wij een enorm leerprogramma starten voor alle 6 kerninstrumenten als de overheden daar nog niet aan toe zijn. We willen inspireren zodat zij hun aanpak verder ontwikkelen in ‘de geest van’ de Omgevingswet, en al doende leren.’

De wisselwerking tussen de overheden en het programma gebeurt op verschillende manieren. De deelnemende koepelorganisaties (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen) en het Rijk halen veel vragen op die leven in het land. Daarnaast kan iedereen die bij een overheid werkt rechtstreeks een vraag stellen aan het programma. Via Slag-sessies die elk kwartaal worden gehouden, kunnen projectleiders en projectmanagers onderling en met het programma kennis en ervaring uitwisselen. Bovendien biedt het programma mogelijkheden voor verschillende pilots en experimenten, onder meer door het leveren van expertise. Daaronder vallen ook pilots rond het ontwikkelen van de Omgevingsvisie. In Proeftuinen kunnen overheden met gespecialiseerde adviseurs de nieuwe wijze van integraal werken verkennen en ervaren welke aanpassingen dit vraagt aan hun beleid en organisatie. Alle vormen van samenwerking leveren veel nieuwe kennis en inzichten op volgens Baving. ‘Leren begint met jezelf goede vragen stellen over wat je wilt weten of veranderen en het lef hebben om dingen uit te proberen. Het programma stimuleert overheden vervolgens om hun ervaringen met elkaar te delen. Aansprekende voorbeelden of generieke lessen die daaruit getrokken worden, delen wij via onze site. Hierdoor kunnen anderen er gebruik van maken in hun eigen organisatie of netwerk.’

Klantreizen en regionale samenwerking

Aan de slag met de Omgevingswet laat decentrale overheden zien hoe zij hun dienstverlening kunnen inrichten op het werken met de Omgevingswet. Daarbij wordt gebruik gemaakt van klantreizen en serviceformules. Daarnaast denkt het programma mee met gemeenten, provincies en waterschappen hoe zij regionale samenwerking kunnen stimuleren.

Leren in de praktijk

De co-creatie met gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk heeft al verschillende concrete producten opgeleverd. Vorig jaar werd de Inspiratiegids Participatie Omgevingswet gepubliceerd over hoe overheden bewoners en bedrijven kunnen betrekken bij planvorming tot en met uitvoering. De gids laat ook zien hoe bewoners en bedrijven als initiatiefnemers zelf in dialoog kunnen gaan met hun omgeving. De Basisgids Omgevingswet biedt kennis en materialen die decentrale overheden kunnen gebruiken voor trainingen en presentaties. Ter lering en inspiratie laat het programma op de Aandeslagkaart zien hoe er in Nederland al wordt gewerkt met de Omgevingswet. Na de zomer verschijnen volgens Baving ‘veranderprofielen’. Deze kunnen decentrale overheden gebruiken ‘om het gesprek aan te gaan over hoe de verschillende rollen binnen de overheid veranderen door de Omgevingswet’.

Het leren werken met de Omgevingswet bestaat volgens Baving uit 3 componenten. ‘Allereerst is er juridische kennis nodig: wat verandert er straks inhoudelijk door de Omgevingswet. Daarnaast vraagt de nieuwe wet om een andere manier van werken. Dat betekent meer opgavegericht dan sectoraal denken, participeren met de omgeving en meer regionaal samenwerken. Tot slot moeten overheden zich ook een nieuwe digitale manier van werken eigen maken en deze laten aansluiten bij hun eigen informatiesystemen. De overheden leggen momenteel vaak op 1 van de 3 componenten de nadruk, afhankelijk van hun eigen situatie. Er is geen blauwdruk voor het leren werken, maar elke organisatie staat voor de uitdaging om met alle 3 de componenten aan de slag te gaan.’

Angela van Seters-Bensink, procesmanager Leren & Ontwikkelen leeromgeving Omgevingswet bij de gemeente Rotterdam

Meedenken en meehelpen

Rotterdam laat zich – stukje bij beetje – ondersteunen door Aan de slag met de Omgevingswet. Angela van Seters-Bensink, werkzaam bij de gemeente als procesmanager Leren & Ontwikkelen leeromgeving Omgevingswet, is naar eigen zeggen steeds vaker te vinden op de site van het programma. Dat is volgens haar ook nodig omdat de hoeveelheid informatie zich online snel uitbreidt. Net zo belangrijk is het persoonlijke contact dat zij heeft met medewerkers van het programma. Van Seters-Bensink: ‘Je kunt beter niet blijven hangen op de site om informatie boven tafel te krijgen. Ik heb inmiddels 3 contactpersonen bij Aan de slag met de Omgevingswet die ik gericht kan benaderen met concrete vragen. Dat werkt sneller en levert meer informatie op. Het is echt inspirerend hoe zij meedenken en meehelpen. Door in gesprek te gaan met het programma kom je op vervolgstappen die je van tevoren niet kunt verzinnen. Telkens blijkt maar weer dat leren werken met Omgevingswet een organisch proces is. Het is belangrijk om advies te krijgen hoe je dat het beste kunt aanpakken.’

‘Telkens blijkt maar weer dat leren werken met Omgevingswet een organisch proces is’

Leren werken met en volgens de Omgevingswet doet Rotterdam op verschillende manieren. De gemeente werkt aan een Omgevingsvisie die in 2019 vastgesteld moet zijn. Daarnaast lopen er zo’n 20 pilots waarin zowel wordt onderzocht wat de juridische gevolgen zijn van de nieuwe wet, als wat de impact is op de houding en het gedrag van medewerkers. Die vragen stonden ook centraal in het living lab “Samenwerken in de ruimtelijke keten” dat Rotterdam samen met de gemeente Den Haag organiseerde. Voor een van de pilots zorgde Aan de slag met de Omgevingswet voor de procesbegeleiding. Van Seters-Bensink: ‘De pilot “Haven- en industriegebied: participatie en integratie” was complex en kende veel deelnemers. De procesbegeleider vroeg door en zorgde voor een gestructureerde manier van informatie vastleggen. De opbrengst van de pilot was daardoor veel hoger.’

Informatiepunt Omgevingswet

Het Informatiepunt Omgevingswet biedt onafhankelijke informatie over de wet en de implementatie ervan. U kunt met al uw vragen bij dit punt terecht via de website www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl of via telefoonnummer 088- 7970790. De medewerkers van het Informatiepunt komen ook naar u toe. Zij geven presentaties in landelijke bijeenkomsten als de Schakeldag, maar ook in regionale workshops van gemeenten, provincies en waterschappen.

Separate werelden

Een belangrijk inzicht dat de gemeente heeft verkregen door het leren werken met de Omgevingswet: oefenen is goed, maar het moet ook duidelijk zijn waar al dat oefenen goed voor is. ‘Het is goed om te weten op welk ambitieniveau je de Omgevingswet wilt invoeren’ zegt Van Seters-Bensink. ‘Voor medewerkers is het prettig om een kader te hebben waarbinnen zij zich kunnen ontwikkelen. Hoe verandert hun functie en wat moeten zij anders gaan doen? Met behulp van het dialoogmodel met verandertypen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben wij gekozen voor de onderscheidende aanpak als invoeringsstrategie. De volgende stap is dat wij samen met de medewerkers het ambitieniveau bepalen voor de werkprocessen die het meest geraakt worden door de Omgevingswet.’

Rotterdam laat zich op dit terrein nog niet ondersteunen door Aan de slag met de Omgevingswet. ‘Maar misschien is het goed om ook hiervoor de hulp van een procesbegeleider te vragen’ denkt Van Seters – Bensink hardop. Het maakt volgens haar duidelijk dat de samenwerking met het programma nog een zoektocht is. ‘Het lijken nog 2 separate werelden, waarbij het programma en wij als gemeente allebei ons eigen ding doen. Het programma biedt ontzettend veel informatie en praktische tools aan. Door die veelheid is het soms lastig zoeken. Maar of het echt mijn informatiebehoefte ophaalt, weet ik niet. Aan de andere kant: wij kunnen op onze beurt nog veel meer uit de samenwerking halen. Wij zijn een grote gemeente en er is intern veel kennis aanwezig. Onze valkuil is dat wij hierdoor minder snel hulp van buitenaf vragen. Het is belangrijk om de komende tijd beide werelden te verbinden en meer gebruik te maken van elkaars kennis. Dat betekent ook dat wij meer informatie en lessons learned willen terugkoppelen aan het programma. Daar moeten we echt stappen in zetten.’