Rijkswaterstaat en de Routekaart voor de fiets

De fiets is een hot topic. Regionaal zijn er volop ambities, met de elektrische fiets als voornaamste impuls. Tijd voor Rijkswaterstaat om de tweewieler hoog op de agenda te zetten. De fiets kan de bereikbaarheid in Nederland verbeteren en sluit mooi aan bij de interne thema’s duurzaamheid en gezondheid. De ‘Routekaart voor de Fiets’ beschrijft alle fietsambities en laat zien hoe Rijkswaterstaat wil bijdragen aan de regionale plannen.

In 2015 verscheen het advies ‘Nederland fietsland’. Het College van Rijksadviseurs stelt daarin dat het Rijk zich ‘te veel bezighoudt met problemen rondom de fiets en daardoor kansen mist op het gebied van volksgezondheid, duurzaamheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en concurrentiekracht’. ‘Vrij vertaald betekende de boodschap: Rijkswaterstaat, pak je rol’, zegt Rick Lindeman, projectleider Fiets van Rijkswaterstaat. ‘Intern waren duurzaamheid en gezondheid al belangrijke thema’s voor ons. Het College van Rijksadviseurs gaf het extra zetje om het onderwerp ‘fiets’ hoger op de agenda te zetten.’

Onnodige barrières

Het mondde dit voorjaar uit in de ‘Routekaart voor de fiets’, die Rijkswaterstaat samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu (nu: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) ontwikkelde. Daarin staat ‘welke rol Rijkswaterstaat wil spelen op het gebied van de fiets’. Volgens Lindeman, een van de opstellers van de ‘Routekaart’, moet Rijkswaterstaat er allereerst voor zorgen dat zijn eigen netwerk op orde is. ‘Wij hebben maar liefst 600 km aan fietspaden in beheer. Met andere woorden: wij kunnen een belangrijke bijdrage leveren door het onderhoud aan die fietspaden te verbeteren. Dat betekent: scherpere normen stellen waaraan fietsverbindingen moeten voldoen. Daarnaast willen wij de fiets eerder meenemen in projecten. Zo kunnen we voorkomen dat er bij de aanleg of de vervanging van wegen onnodige barrières voor fietsers ontstaan. Ook hebben wij nu structureel overleggen met stakeholders als de Fietsersbond om ervoor te zorgen dat fietsers minder hinder ondervinden van onze wegen en vaarwegen. Tot slot moeten wij ons veel meer bewust zijn van de potentie van ons netwerk voor de fiets. De ruimte naast onze kanalen kan bijvoorbeeld heel goed worden benut voor het realiseren van regionale fietswegen.’

Als onderdeel van de Routekaart wil Rijkswaterstaat de samenwerking met de decentrale overheden verbeteren, bijvoorbeeld door vaker deel te nemen aan regionale bereikbaarheidsprogramma’s. ‘Lange tijd hebben de regionale partners Rijkswaterstaat als stoorzender gezien’, weet Lindeman. ‘Vroeger hadden zij een punt. Wij waren vooral geïnteresseerd in de betrouwbaarheid van onze eigen wegen en vaarwegen. Inmiddels voelen wij ons medeverantwoordelijk voor de bereikbaarheid van alle soorten wegen. In de praktijk proberen wij deze rol samen met de decentrale overheden in te vullen. Dat gaat soms om heel basale dingen, zoals het met elkaar afstemmen wanneer je in een gebied aan het werk bent.’

De samenwerking met de regio is onder meer van belang door de opkomst van de elektrische fiets – volgens Lindeman een echte ‘game changer’. ‘Voor afstanden tot 30 km is de fiets ineens een volwaardig alternatief voor de auto. Daarmee is er behoefte ontstaan aan nieuwe fietsverbindingen als aanvulling op de andere infrastructuur. Dat vraagt om goede regionale afspraken.’

Roger Heijltjes, programmamanager Fiets in de Versnelling bij de provincie Noord-Brabant

Fietsprovincie van Nederland

Voor Rijkswaterstaat mag de fiets dan sinds 2 jaar een hot item zijn, in Noord-Brabant wordt al langer stevig geïnvesteerd in allerlei voorzieningen voor de tweewieler. ‘De fiets is een belangrijk vervoermiddel: een kwart van de verplaatsingen in onze provincie gebeurt per fiets’, zegt Roger Heijltjes van de provincie Noord-Brabant. Hij is programmamanager van ’Fiets in de Versnelling’, het uitvoeringsprogramma van de provincie dat sinds 2009 loopt en waarin nauw wordt samengewerkt met de grote Brabantse steden en hogeschool NHTV. Hun missie: Noord-Brabant moet in 2020 dé fietsprovincie van Nederland zijn.

Tot 2016 is al bijna € 13 miljoen geïnvesteerd in het verbeteren en aanleggen van provinciale fietspaden en het vergemakkelijken van de overstap van fiets naar andere modaliteiten. Op elk Brabants NS-station is inmiddels de OV-Fiets beschikbaar en zijn er voldoende parkeerplekken voor fietsers. Om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren, werd het B-Riders programma bedacht.

‘Voor afstanden tot 30 km is de fiets ineens een volwaardig alternatief voor de auto’

E-bikebare afstanden

In de periode tot 2020 zet de provincie Noord-Brabant volgens Heijltjes ‘een tandje bij’. De reden: de opkomst van de elektrische fiets. Er wordt nog eens € 41 miljoen geïnvesteerd, waarbij het grootste deel gaat naar de realisatie van zo’n 80 km aan snelfietsroutes: 4 meter brede fietswegen met zo min mogelijk obstakels, zodat de e-biker lekker door kan fietsen. Heijltjes: ‘Onze provincie is bij uitstek geschikt voor de elektrische fiets. De afstanden tussen onze grote steden zijn allemaal ‘e-bikebaar‘. Samen met gemeenten hebben wij 5 snelfietsroutes aangewezen die tot 2020 gerealiseerd worden en nog eens 4 waarmee een begin wordt gemaakt. Gemeenten staan aan de lat voor de voorbereiding en het ontwerp van de routes; de provincie co-financiert de realisatie. Eind dit jaar moeten de eerste handtekeningen van de bestuursovereenkomsten worden gezet.’

Rijkswaterstaat is voor het halen van de Brabantse fietsambities volgens Heijltjes een belangrijke partner geworden. ‘Wij zoeken elkaar sinds anderhalf jaar steeds vaker op. In het kader van onze snelfietsroutes hebben wij al samen gekeken waar de kansen liggen. Op het tracé tussen Tilburg en Eindhoven loopt bijvoorbeeld het Wilhelminakanaal. Het onderhoudspad van Rijkswaterstaat is nog veel te smal voor woon- werkverkeer, maar het zou een prachtige snelfietsroute kunnen worden.’

Martijn Sargentini, programmamanager Investeringsagenda Fiets van de Vervoerregio Amsterdam

Metropolitane fietsroutes

Ook Amsterdam en omgeving zien kansen in de fiets. Vervoerregio Amsterdam heeft haar eigen Investeringsagenda Fiets en in een breder verband werkt Metropoolregio Amsterdam sinds een jaar aan een overkoepelend programma om de fietsroutes te verbeteren. ‘In onze regio wordt al veel aan fietsprojecten gewerkt, maar vaak op afzonderlijke basis. Als Metropoolregio proberen wij er nu geld en energie in te stoppen zodat er een echt samenhangend fietsnetwerk ontstaat. Wij begroten de totale investering op enkele tientallen miljoenen euro’s’, zegt Martijn Sargentini, programmamanager Investeringsagenda Fiets van de Vervoerregio Amsterdam. In deze Investeringsagenda Fiets werkt de Vervoerregio samen met de provincie Noord-Holland, de provincie Flevoland, de gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam en Rijkswaterstaat.

Onderdeel van het fietsnetwerk zijn de ‘metropolitane fietsroutes’ die de regio wil ontwikkelen: bredere en comfortabele fietsverbindingen zonder veel oponthoud. Tussen Amsterdam en Zaandam en tussen Amsterdam en Purmerend zijn al dergelijke snelfietsroutes geopend. Aan een vlotte fietsverbinding met Amstelveen wordt volgens Sargentini gewerkt. Voor de komende jaren staat nog zo’n 20 km aan snelfietsroutes gepland.

Grotere actieradius

De snelle fietsverbindingen moeten ervoor zorgen dat fietsers bereid zijn om langere afstanden af te leggen dan nu het geval is. Het vergroten van de actieradius is niet alleen goed voor de gezondheid van de inwoners, maar ook voor leefbaarheid van de stad en de bereikbaarheid van de regio. Sargentini: ‘De gemiddelde afstand die mensen op een normale fiets afleggen, is zo’n 3 km. Op een elektrische fiets is dat al anderhalf keer zo lang. Wij denken dat mensen best bereid zijn om voor ritjes van 10 km of meer de fiets te pakken. Dat wil zeggen: als wij de fietsroutes aantrekkelijker maken.’

Behalve het verbreden van fietsverbindingen vraagt dat om het wegnemen van barrières, vooral aan de randen van de stad waar volgens Sargentini ‘bundels van infrastructuur’ samenkomen. Extra fietsbruggen en -tunnels moeten de doorstroming en verkeersveiligheid verbeteren. Daarnaast moet er volgens Sargentini worden geïnvesteerd in ‘de beleving van fietsroutes’. ‘Van fietsen langs een geluidswal word je niet vrolijk. Wij willen fietsroutes creëren die wat vaker door het groen en langs het water gaan. De groene stukken tussen onze steden bieden hiervoor volop kansen. Als je door een afwisselend gebied fietst, ben je niet bezig met forenzen, maar met ontspannen en bewegen. Meer mensen zullen de fiets dan zien als een aantrekkelijk alternatief voor files en overvolle treinen. Bovendien worden de routes zo geschikt voor bijvoorbeeld sport, recreatie en toerisme.’

Ambities op papier

Als de belangrijkste wegbeheerder in het gebied neemt Rijkswaterstaat deel aan de Metropoolregio Amsterdam. Sargentini kan merken dat de fiets bij zijn partner hoger op de agenda staat. ‘De fiets is steeds vaker een vanzelfsprekend onderdeel van studie, ontwerp en realisatie van grote infrastructuurprojecten. Een mooi voorbeeld is de Muiderfietsbrug, parallel aan de A1. Rijkswaterstaat werkte en betaalde mee aan een comfortabele fietsverbinding. Maar het gaat niet altijd goed. Bij de aanleg van de Tweede Coentunnel werd met oogkleppen op aan de auto-infrastructuur gewerkt en was de projectorganisatie nauwelijks bereid om het gesprek aan te gaan over het koppelen van fietsinfrastructuur. Het is prachtig dat Rijkswaterstaat nu zijn ambities op fietsgebied op papier heeft gezet. Maar ik hoop wel dat ze tot uiting komen in concrete projecten. Show, don’t tell.’

Tour de Force

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat zijn samen met onder meer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de vervoerregio’s verenigd in Tour de Force. Dit programma werkt aan de ‘Agenda Fiets’ en wil het aantal fietskilometers in Nederland tot 2027 met 20% laten groeien. Om dat te bereiken, werkt Tour de Force aan 8 concrete thema’s. In Tour de Force is het programma ‘Fiets Filevrij' van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgegaan. Dit programma had als doel om het gebruik van de fiets voor het woon-werk verkeer te stimuleren.