Elektronische monitoring houdt veehouder en toezichthouder scherp

Luchtwassers reduceren de emissies die de intensieve veehouderij veroorzaakt. Omdat de techniek in het verleden niet altijd goed functioneerde, worden de systemen tegenwoordig continu in de gaten gehouden. Meten is weten, maar heeft de verplichte elektronische monitoring het naleefgedrag ook echt veranderd? Hoe gaan toezichthouders om met alle data die de monitoring oplevert?

De intensieve veehouderij stoot onder andere ammoniak, geur en fijnstof uit. Luchtwassers zijn bedoeld om de emissies terug te dringen. In het Activiteitenbesluit staan de eisen waaraan deze systemen moeten voldoen. Een daarvan is een elektronisch monitoringsysteem. Hiermee worden 5 parameters automatisch geregistreerd, waaronder de zuurgraad van het waswater en het elektriciteitsverbruik van de pompen. De veehouder moet met de vastgelegde data aantonen dat het apparaat doet waarvoor het is bedoeld: de ventilatielucht uit de stal zuiveren. Bovendien wordt verwacht dat hij bij afwijkende waarden actie onderneemt. De toezichthouder kan aan de hand van de parameters snel zien of de luchtwasser naar behoren functioneert. De verplichting geldt sinds 2013 voor nieuwe luchtwassers, sinds 2016 moeten ook de oudere luchtwassers voorzien zijn van elektronische monitoring.

Remco Hendriks, medewerker handhaving Omgevingsdienst Brabant-Noord

Geen momentopname

De verplichte elektronische monitoring is in het leven geroepen nadat zo’n 7 jaar geleden bleek dat luchtwassers soms niet afdoende werkten of zelfs uitgeschakeld waren. Ook kwam het voor dat veehouders helemaal geen luchtwasser op hun bedrijf hadden staan, terwijl deze er volgens de vergunning of melding wel zou moeten zijn. Sindsdien is er veel verbeterd, vertelt Remco Hendriks, medewerker handhaving Omgevingsdienst Brabant-Noord. ‘Dat luchtwassers ontbreken, kom je bijna niet meer tegen. Het willens en wetens voor een langere periode uitschakelen is inmiddels ook zeldzaam. De elektronische monitoring geeft inzicht in hoe de veehouder met zijn luchtwasser omgaat. Je weet als toezichthouder bijvoorbeeld wanneer er iets mis is met het zuurvat of de pomp en hoe lang de veehouder ‘de tijd neemt’ om dit te herstellen. Door veehouders op dat soort zaken te wijzen, zijn zij zich er steeds meer van bewust dat zij een goed werkende luchtwasser moeten hebben. De parameters liegen nu eenmaal niet.’

De elektronische monitoring heeft het toezicht op de luchtwassers verbeterd, vindt ook Leo van der Werff, toezichthouder milieu bij de gemeente Hellendoorn. ‘Vroeger was de controle een momentopname. Maar om een goed beeld te krijgen van het functioneren van een luchtwasser moet je minimaal een jaar terugkijken. De elektronische monitoring maakt dat mogelijk. Het stroomverbruik wordt bijvoorbeeld continu gemeten. Je ziet als toezichthouder meteen of en wanneer de luchtwasser uit heeft gestaan.’

50.000 getallen

De 5 parameters worden minstens één keer per uur gemeten. Over een jaar levert dat een enorme hoeveelheid data op. Dat is meteen ook het nadeel van de elektronische monitoring, vindt Van der Werff. ‘Het gaat om 50.000 getallen over een heel jaar. Haal daar maar eens uit of de luchtwasser goed heeft gefunctioneerd. Je moet heel handig zijn met Excel om uit die stroom aan informatie een leesbaar rapport te kunnen opstellen. Ik kan me voorstellen dat sommige allround toezichthouders, bij het zien van al die getallen, ervan uitgaan dat de luchtwasser wel goed zal functioneren.’

Leo van der Werff, toezichthouder milieu bij de gemeente Hellendoorn

Van der Werff zelf kan, na 8 jaar toezichthouden op luchtwassers, de data uit de elektronische monitoring inmiddels aardig snel analyseren. Samen met collega’s ontwikkelde hij hiervoor een spreadsheet. ‘We stoppen er een heel jaar aan data in waarna er geautomatiseerd een rapport wordt opgemaakt, inclusief grafieken. Dat maakt heel inzichtelijk hoe de luchtwasser heeft gepresteerd in een jaar. Zo’n rapport opstellen kost ons inmiddels nog maar een halfuur.’

‘Veehouders zijn meer geïnteresseerd in de groeicijfers van hun vee, dan in de prestatiecijfers van hun luchtwassers’

Geen weet

Toezichthouders beschikken over de informatie uit de elektronische monitoring, maar de veehouders zelf uiteraard ook. Toch doet die laatste groep te weinig met de data, vindt Hendriks. ‘De veehouders die bij een controle zeggen dat zij een manco aan de luchtwasser hebben geconstateerd en gelijk actie hebben ondernomen, zijn op een paar handen te tellen. Als toezichthouder moet ik de veehouders nog te vaak wijzen op afwijkende parameters. Meestal hebben zij daar zelf helemaal geen weet van. Je mag gerust concluderen dat er nog een gedragsverandering moet plaatsvinden. De regelgeving biedt hiervoor een handvat, maar de echte verandering moet uit de ondernemers zelf komen.’

Betere ondersteuning kan de veehouders hierbij helpen. De fabrikanten van luchtwassers zouden bijvoorbeeld software kunnen maken waarmee de ondernemer eenvoudig kan zien of zijn luchtwasser nog goed functioneert. Van der Werff vindt dat ook de toezichthouder een belangrijke rol heeft om de veehouders bij de les te houden. ‘Dat luchtwassers niet goed functioneren ligt zeker aan de veehouders die te weinig aandacht besteden aan het apparaat. Maar je kunt je ook afvragen of er voldoende toezicht wordt gehouden. Ik hoor weleens van collega’s in het land dat zij de grote intensieve veehouderijen maar eens per 3 jaar bezoeken. Dat vind ik veel te weinig; zij moeten zeker eenmaal per jaar gecontroleerd worden. Bovendien zou je minimaal ieder halfjaar de data uit de elektronische monitoring onder de loep moeten nemen. Als het toezicht hapert of in de eerste jaren zelfs helemaal ontbreekt, dan verliest de veehouder ook zijn interesse voor de luchtwasser. Hij geeft een ton uit aan zo’n apparaat. Als er vervolgens niemand naar omkijkt, kan hij er ook geen eer aan behalen.’

Fred Stouthart, agrarisch adviseur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Data per mail

Fred Stouthart, agrarisch adviseur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, weet dat het analyseren van de data uit de elektronische monitoring tijdrovend kan zijn. Bovendien kent ook hij de veehouders die niet omkijken naar de loggegevens. Samen met collega’s bedacht hij daarom een portal die bedoeld is om het leven van zowel de veehouder als de toezichthouder gemakkelijker te maken. De portal, die met financiële steun van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (nu: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) werd ontwikkeld, leest de data en zet deze vervolgens automatisch om in grafieken en rapportages.

De toezichthouders in Zuidoost-Brabant die sinds begin dit jaar werken met de portal, zijn er volgens Stouthart positief over. Zijn collega’s zijn geen tijd kwijt aan het verwerken van data en zien aan de grafieken meteen of de parameters binnen de bandbreedtes blijven. Alleen het verzamelen van de data is volgens Stouthart ‘nog een beetje bewerkelijk’. ‘Wij gaan bij de veehouder langs, zetten de data op een stick en analyseren vervolgens de gegevens op de portal op onze eigen computer. Wij hebben liever dat de veehouder zijn data per mail doorstuurt of nog beter: zelf in de portal laadt. Het mooiste zou zijn als de datalogger van de luchtwasser online verbonden is met de portalen de gegevens automatisch worden ingelezen. Dan hoeven wij hem ook niet meer lastig te vallen met een bezoek. Maar de meeste veehouders zijn daar nog niet voor te porren.’

Overtreding voorkomen

Veehouders hebben zich ook nog niet laten overhalen om met de portal te werken. Niet verwonderlijk, vindt Stouthart. ‘Veehouders zijn natuurlijk meer geïnteresseerd in de groeicijfers van hun vee, dan in de prestatiecijfers van hun luchtwassers. Dat begrijp ik wel. Sommige veehouders vinden de portal maar gedoe. Maar er is ook een groep die het wel interessant vindt. Daar richten wij ons eerst op.’

Het voordeel van de portal voor de veehouder is dat hij sneller inzicht heeft in het functioneren van de luchtwasser. Daarmee kan hij een overtreding en boete voorkomen. De portal kan de veehouder ook op andere manieren geld opleveren, weet Stouthart: ‘Als de drukval te hoog wordt, is de luchtwasser misschien vervuild en is het tijd om hem schoon te spuiten. Door de hoge drukval verbruikt het apparaat ook meer energie. Tijdig actie ondernemen, scheelt de veehouder dus kosten.’

Realtime volgen

De portal maakt het ook mogelijk om niet langer achteraf, maar realtime toezicht te houden. Volgens Stouthart opent dat de weg naar een nieuwe manier van werken. ‘Op het moment dat de omgeving klaagt over stankoverlast, kunnen wij zien op welk bedrijf de luchtwasser misschien niet goed functioneert. Wij zouden ook met de veehouders kunnen afspreken dat wij hen – als service – direct waarschuwen als sommige parameters niet kloppen, zodat zij kunnen ingrijpen. Als toezichthouder krijg je zo een andere rol: niet meer met het vingertje omhoog dreigen met een boete, maar de veehouder ondersteunen in zijn bedrijfsvoering. Uiteraard blijft de veehouder wel zelf verantwoordelijk voor de goede werking van de luchtwasser.’