Lokale, regionale en landelijke informatie over milieu en gezondheid

Wie wil weten hoe het gesteld is met de Nederlandse leefomgeving, kijkt online op de Atlas Leefomgeving. Die zit vol met interessante informatie op het gebied van milieu en gezondheid. De komende jaren moet de site nog interactiever worden, onder meer door het aanbieden van rekenmodules.

Hoeveel zeehonden zijn er geteld voor de kust van Zeeland? Waar in Nederland is het ’s nachts het donkerst? Hoe zag ons land eruit in 1575? Zomaar enkele vragen waar de Atlas Leefomgeving het antwoord op geeft. Deze site geeft rond 12 thema’s uitgebreide informatie over de kwaliteit van de Nederlandse leefomgeving. In de vorm van tekst, maar vooral in de vorm van interactieve kaarten. Daarop staan serieuze onderwerpen als geluidhinder veroorzaakt door vliegverkeer en de concentraties fijnstof, maar ook verschillende leuk-om-te-weten zaken. ‘Creativiteit is het sterkste punt van de Atlas Leefomgeving’, vindt Rianne Dobbelsteen, coördinator van de Atlas Leefomgeving namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘De Atlas wordt gemaakt door ambtelijke organisaties die een enorme drive én inventiviteit hebben om informatie te ontsluiten.’

Dat gebeurt bottom-up: provincies, gemeenten en omgevingsdiensten kunnen hun informatie over de leefomgeving op de Atlas beschikbaar maken voor een breed publiek. Deze regionale partners plaatsen – met hulp van het ‘Atlasteam’ – kaarten op de Atlas, voegen toelichtende teksten toe en moeten er vervolgens als ‘bronhouders’ voor zorgen dat alle informatie actueel blijft.

Verdrag van Aarhus

De Atlas Leefomgeving is opgezet naar aanleiding van het Verdrag van Aarhus uit 1998. Onder meer de EU-lidstaten spraken daar af om milieu-informatie die met publiek geld is verzameld, actief te ontsluiten en beschikbaar te stellen voor het publiek.

Rianne Dobbelsteen, Coördinator Atlas Leefomgeving namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De aangeboden informatie is regionaal en soms zelfs lokaal – de Elfstedentochtroute en de ‘summerspots’ van Amsterdam – maar in veel gevallen landsdekkend. Landelijke kaarten worden aangeboden door organisaties als Rijkswaterstaat en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) of worden opgebouwd uit regionale kaarten. Dobbelsteen: ‘Als een regionale partner een goed idee heeft voor een kaart, wordt dat onderzocht en gedeeld met de anderen. Wat begon als kaart van één gemeente kan zo met medewerking van partners uitgroeien tot een landelijke kaart. Overigens: we kunnen nog veel meer ideeën gebruiken. Onze doelgroep is wat dat betreft veel te bescheiden.’

Behalve brengers van informatie vormen de regionale partners, naast burgers, ook zelf de doelgroep van de Atlas Leefomgeving. Zij kunnen met de kaarten over de grens van hun provincie, gemeente of werkgebied heen kijken of ze gebruiken voor het beoordelen en opstellen van hun plannen. Het halen van informatie stimuleert de regionale partners trouwens ook weer tot brengen, weet Dobbelsteen. ‘Als de ene gemeente rond een bepaald thema een mooie kaart heeft, wil de wethouder van de buurgemeente weten hoe de situatie is in zijn of haar gebied. Dat kan een aanleiding zijn om zelf ook gegevens beschikbaar te stellen. Zo groeit de informatie op de kaart.’

RIVM en RWS

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Interprovinciaal Overleg zijn de opdrachtgevers van de Atlas Leefomgeving. Rijkswaterstaat, het RIVM en BIJ12 voeren de opdracht uit en werken nauw samen om ervoor te zorgen dat de aangeleverde kaarten overzichtelijk én met uitleg te zien zijn. De uitvoeringsorganisaties leveren zelf ook kaarten aan en maken van hun netwerk gebruik om de behoefte aan kaarten te peilen bij de regionale partners.

Hans Welten, Kennismakelaar Monitoring en namens provincie Zeeland coördinator Atlas Leefomgeving

Brengen en halen

Zeeland is een van de regionale partners. De provincie is bronhouder van diverse kaarten op de Atlas Leefomgeving. Daarop staan niet alleen de tellingen van zeehonden, maar bijvoorbeeld ook de concentratiegebieden van glastuinbouw en de plekken met windmolens. Zeeland moet echter ‘nog flinke stappen zetten’, vindt Hans Welten, kennismakelaar Monitoring en namens de provincie Zeeland coördinator voor de Atlas Leefomgeving. ‘Het is een flink karwei om de eigen informatie over de leefomgeving geschikt te maken voor openbare uitwisseling. Vorig jaar heeft de provincie het Open Data Portaal Zeeland geopend, waarin inmiddels 150 geodatasets zitten met informatie over onder meer natuur, water, milieu en bodem. Alle geodata die de provincie heeft, wordt beoordeeld op geschiktheid, kwaliteit, relevantie en volledigheid. Zijn de data geschikt, dan zetten wij ze in ons open dataportaal. Dat is voor mij de bron waarmee ik de Atlas Leefomgeving vul. Hierop komt een selectie van de data, bij voorkeur vraaggericht naar aanleiding van een verzoek. Ik vraag onze beleidsmedewerkers om extra informatie bij de data en zorg ervoor dat dit op de Atlas komt te staan. Het gaat nu nog vooral om ruimtelijke informatie. In de toekomst zouden wij ook wat meer economische informatie in de Atlas willen zetten, bijvoorbeeld over het toerisme in Zeeland. Dan moet je denken aan informatie over waterrecreatie, natuurbeleving en cultureel erfgoed.’

Tot zover het aanbod van de provincie Zeeland. De Atlas Leefomgeving is volgens Welten niet alleen een kwestie van brengen, maar zeker ook van halen. ‘Het mooie is dat er zoveel partijen aan de Atlas werken. Er is allerlei informatie over Zeeland te vinden die afkomstig is van anderen en die wij direct kunnen gebruiken. De provincie is nu bezig met een nieuw omgevingsplan dat eind van dit jaar klaar moet zijn. Onderdeel van de plancyclus is een evaluatie van het omgevingsplan van de afgelopen 6 jaar. Voor deze zogenaamde ‘omgevingsbalans’ gebruiken wij kwaliteitskaarten uit de Atlas Leefomgeving om de ontwikkelingen op het gebied van de leefomgeving te laten zien. Die zijn visueel aantrekkelijk en gemakkelijk te interpreteren. Voor het omgevingsplan wordt een planMER gemaakt met daarin onder meer een overzicht van de CO2-emissies in Zeeland. Hiervoor gebruiken wij de kaart met emissieregistraties van het RIVM. Op de Atlas Leefomgeving zie je duidelijk de plekken waar de meeste uitstoot ontstaat. In tekst staat een duidelijke toelichting. Prima informatie om ons planMER mee te onderbouwen.’

Werkconferentie Atlas Leefomgeving

Op 17 april a.s. wordt de jaarlijkse werkconferentie van de Atlas Leefomgeving georganiseerd. Tijdens het congres Building Holland vinden er verschillende workshops plaats, onder meer over vergroening in de bebouwde omgeving, gezonde scholen en circulaire economie. Aanmelden is gratis.

‘Onze doelgroep is nog veel te bescheiden met het aanleveren van ideeën’

Rekenmodules en downloadtools

Wat volgens Dobbelsteen ooit begon als ‘iets met kaarten en internet’, heeft zich snel ontwikkeld. ‘Je kunt nu veel meer met de Atlas dan 5 jaar geleden’, vindt ook Welten. Als voorbeeld noemt hij het embedden van kaarten. ‘Tegenwoordig kun je informatie van de Atlas heel gemakkelijk presenteren op je eigen site. Veranderingen in een kaart worden automatisch ook op onze site doorgevoerd. Heel handig.’

De komende jaren moet de Atlas zich verder ontwikkelen, meent Dobbelsteen. Er moet bijvoorbeeld een geschikte versie komen voor smartphones en tablets. Bovendien moet er meer gebruik worden gemaakt van software en tools die de markt heeft ontwikkeld. ‘We rennen er als overheid toch een beetje achteraan’, zegt Dobbelsteen. ‘Toen wij begonnen met ontwerpen bestond zoiets als Google Maps nog niet. De markt heeft ons inmiddels links en rechts ingehaald met kaartviewers, rekenmodules en downloadtools. Inmiddels omarmen wij de standaardpakketten voor het presenteren van geodata en het rekenen daarmee, maar het omzetten kost tijd. Tot nu toe is de Atlas vooral ons eigen maatwerk geweest, maar de standaardpakketten zullen ons uiteindelijk de mogelijkheid bieden om onze data sneller te ontsluiten en beter aan te sluiten bij andere toepassingen, zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet.’

Ook een kaart plaatsen op de Atlas Leefomgeving? Kijk op de pagina ‘Meedoen’ voor meer informatie.

Digitaal Stelsel Omgevingswet: einde van de Atlas?

Momenteel wordt gewerkt aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarin staat straks alle relevante regelgeving en informatie over de leefomgeving. Betekent dat het einde van de Atlas Leefomgeving? Volgens Rianne Dobbelsteen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal het zo’n vaart niet lopen. ‘Ik juich het DSO van harte toe, omdat met de komst van de informatieproducten, het verzamelen van data verbetert en daardoor de datakwaliteit. Daar profiteert de Atlas van. Maar ik zie ook grote verschillen tussen het DSO en de Atlas. De Atlas wordt van onderop gevoed, de opzet van het DSO is heel anders. Bovendien is het DSO bedoeld voor activiteiten met rechtsgevolg, terwijl de Atlas veel breder is qua onderwerpen. Zolang het DSO vooral een juridisch stelsel is, zie ik persoonlijk nog absoluut een eigenstandige rol voor de Atlas weggelegd.’