Wet op de Basisregistratie Ondergrond sinds begin 2018 van kracht

Sinds begin dit jaar is de Wet op de Basisregistratie Ondergrond van kracht. Deze moet ervoor zorgen dat alle data omtrent de Nederlandse ondergrond op één centrale plek op uniforme wijze staan geregistreerd. Overheden zijn verplicht om informatie aan te leveren én te gebruiken. Daar is nog wel een mentaliteitsverandering voor nodig.

De Nederlandse ondergrond wordt intensief gebruikt en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Daarmee groeit ook de vraag naar informatie over die ondergrond. Deze gegevens zijn tot nu toe op vrijwillige basis verzameld in verschillende databanken, zoals de database Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) van TNO en het Bodem Informatie Systeem (BIS) van Alterra. Het probleem is dat deze geen compleet beeld geven van de Nederlandse ondergrond, dat de gegevens niet gestandaardiseerd zijn en dat levering van gegevens niet verplicht is. Dat bemoeilijkt de informatie-uitwisseling tussen overheden onderling, maar ook tussen overheden, burgers en bedrijven.

Dat gaat veranderen nu de Wet op de Basisregistratie Ondergrond (BRO) van kracht is. Door de nieuwe wet worden bestaande gegevens over de ondergrond gemigreerd en geconvergeerd naar een nieuwe online omgeving: het Bronhouderportaal. Daarnaast zijn 'bronhouders' verplicht om alle nieuwe data die zij inwinnen omtrent de ondergrond, aan te leveren bij het Bronhouderportaal, dat gebouwd is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De bronhouders zijn alle gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zelf. In totaal gaat het om meer dan 450 organisaties die niet alleen gegevens moeten aanleveren, maar de data in het Bronhouderportaal ook moeten gebruiken. Bovendien zijn zij samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatie. Zo zijn de bronhouders verplicht om fouten te melden.

In het Bronhouderportaal staan gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond. Deze zijn onderverdeeld in 28 registratieobjecten, bijvoorbeeld vergunningen en onderzoeken die weer gegroepeerd zijn in 6 domeinen: bodem- en grondonderzoek, bodemkwaliteit, grondwatermonitoring, grondwatergebruik, mijnbouwwet en modellen. De 28 registratieobjecten komen in 4 jaarlijkse tranches beschikbaar. Sinds 1 januari 2018 zijn de eerste 3 registratieobjecten uit tranche 1 vrijgegeven:

  • geotechnische sonderingsonderzoeken
  • grondwatermonitoringsputten
  • bodemkundige boormonsterprofielen

De informatie in het Bronhouderportaal wordt voor het publiek toegankelijk gemaakt via DINO en het portaal Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK).

Martin Peersmann, programmadirecteur van de BRO

Integrale ordening

'Door de BRO ontstaat een complete dataset van de ondergrond die te raadplegen is op één centrale locatie', zegt Martin Peersmann, programmadirecteur van de BRO. 'De overheden kunnen hierdoor efficiënter opereren. Informatie-uitwisseling verbetert, gegevens worden hergebruikt en dubbel onderzoek wordt voorkomen.'

Een belangrijk voordeel van de complete informatievoorziening is bovendien dat deze een betere ruimtelijke ordening onder en boven de grond mogelijk maakt. De ondergrond is van belang bij bovengrondse activiteiten zoals stedenbouw, woningbouw en de aanleg van infrastructuur, maar speelt ook een rol bij andere actuele maatschappelijke opgaven. Peersmann: 'Ons land staat voor een enorme bouwopgave. Er moeten tot 2030 een miljoen nieuwe woningen worden gebouwd. We moeten van het gas af en willen alternatieve energiebronnen in de ondergrond aanboren. Ook voor het klimaatadaptief maken van Nederland is de ondergrond nodig. Dat zijn opgaven die zowel boven als onder de grond op elkaar moeten worden afgestemd. Deze integrale ordening lukt alleen als de overheden beschikken over betrouwbare data. De BRO zorgt hiervoor.'

Een voorwaarde voor het succes van de BRO is standaardisatie van data; die is noodzakelijk voor een goede informatie-uitwisseling. Per registratieobject wordt er een standaard vastgesteld, die beschrijft welke gegevens bronhouders moeten aanleveren en wat de kwaliteit hiervan moet zijn. Het ministerie van Binnenlandse Zaken werkt hierbij samen met Geonovum, dat ook betrokken was bij de standaardisatie rond andere basisregistraties. Peersmann: 'Geonovum toetst de standaarden in verschillende werkgroepen en vervolgens via een open consultatie. Daarna wordt gekeken of de standaarden voldoen aan de Europese standaarden in het kader van INSPIRE en de NEN-ISO.'

INSPIRE

Een deel van de registratieobjecten van de BRO valt onder INSPIRE. Deze Europese richtlijn is bedoeld om een geïntegreerd Europees milieubeleid mogelijk te maken. En schrijft voor welke gegevens op welke manier beschikbaar moeten worden gemaakt voor burgers en bedrijven. De BRO draagt zo bij aan een betere gegevensuitwisseling binnen Europa.

‘Door de BRO ontstaat een complete dataset van de ondergrond die te raadplegen is op één centrale locatie’

Coördinator ondergrond

Het aanleveren van data betekent geen grote lastendruk voor bronhouders, belooft Peersmann. 'Overheden verzamelen data via hun beheertaken. Die moeten zij zelf aanleveren bij het Bronhouderportaal of laten aanleveren door de aannemer die in opdracht bijvoorbeeld metingen doet. Wij bieden hiervoor voorbeelden van standaardcontracten waarmee bronhouders het aanleveren van data in hun eigen contracten met aannemers kunnen regelen. In het Bronhouderportaal checkt een validatietool automatisch of de standaarden voldoen aan de wettelijke eisen. Een ambtenaar kan daarna akkoord geven waarna de data naar het Bronhouderportaal worden gestuurd.'

Behalve dat zij voortaan verplicht zijn om data over de ondergrond aan te leveren en te gebruiken, moeten de bronhouders ook een 'coördinator ondergrond' aanstellen. Bronhouders moeten inventariseren in welke processen zij gegevens van de ondergrond inwinnen. De coördinator ondergrond bewaakt vervolgens het inwinnen, aanleveren en gebruiken van data in de organisatie.

Belangrijke asset

Inmiddels zijn 75 gemeenten, 9 waterschappen, 8 provincies en 40 bedrijven bij het Bronhouderportaal aangesloten. 'Een succes', vindt Peersmann. 'Wij zijn nog maar een paar maanden echt in de lucht. Gemeenten sluiten zich niet alleen aan, maar leveren ook meteen data aan. Mijn held is de gemeente Katwijk, die zich als eerste aanmeldde op het Bronhouderportaal. Dat vind ik moedig, omdat het in het begin altijd spannend is of alle systemen goed werken. Ook mooi is dat Rijkswaterstaat voor het grote infrastructuurproject Schiphol-Amsterdam-Almere data rond sonderingen en boringen heeft aangeleverd.'

De start is goed, maar er is volgens Peersmann nog wel een mentaliteitsverandering nodig om de BRO tot een echt succes te maken. 'Bestuurders krijgen steeds meer aandacht voor wat er in de bodem gebeurt. Langzaam begint het besef te ontstaan dat alle informatie over de ondergrond een belangrijke asset is van de overheden. De echte verandering is dat de bronhouders niet alleen data aanleveren, maar zich ook realiseren dat zij deze moeten gebruiken. Ruimtelijke ordening moet vanaf nu integraal zijn; overheden moeten daarin de ondergrond betrekken. Als geoloog van huis uit weet ik maar al te goed: geen bovengrond zonder ondergrond.'