Nieuwe regelgeving vraagt actievere rol van bedrijven

Het Activiteitenbesluit verplicht bedrijven om energie te besparen. In 2019 verandert de regelgeving: bedrijven moeten vóór 1 juli volgend jaar actief melden hoe zij voldoen aan de energiebesparingseis. Hierdoor kunnen bevoegd gezagen informatiegestuurd toezichthouden. Naast de invoering van de informatieplicht, worden de erkende maatregelenlijsten voor energiebesparing geactualiseerd. De toezichthouder is gematigd positief over de nieuwe regels, de brancheorganisatie bezorgd.

Linda van Hees
Linda van Hees, adviseur energie en duurzaamheid van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Bedrijven zijn al meer dan 25 jaar wettelijk verplicht om energie te besparen. Maar pas de laatste jaren is het onderwerp steeds hoger op de agenda komen te staan. In 2008 is de verplichting opgenomen in het Activiteitenbesluit. Bedrijven moeten sindsdien alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Als houvast zijn sinds 2015 voor 19 branches ‘erkende maatregelenlijsten voor energiebesparing’ opgesteld. Deze zijn vervolgens via 3 tranches van het Activiteitenbesluit ingevoerd. Wie de erkende maatregelen implementeert, voldoet aan de wettelijke energiebesparingsverplichting. Sinds vorig jaar heeft het toezicht op energiebesparing bij bedrijven de hoogste prioriteit.

Ondanks alle aandacht komt de wettelijke verplichting om energie te besparen voor veel bedrijven nog steeds als een verrassing, vertelt Linda van Hees, adviseur energie en duurzaamheid van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Ondernemers zien volgens haar inmiddels wel het nut in van energiebesparing. Van Hees: ‘Zij vragen niet meer ‘waarom zouden we iets doen?’, maar: ‘hoe kunnen we iets doen?’. De meeste bedrijven willen gewoon aan hun wettelijke verplichtingen voldoen.’

Onder de radar

Ook Stef Strik, coördinator energiebesparing bedrijven van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), ziet een groot verschil met ruim 25 jaar geleden toen de regelgeving rond energiebesparing werd ingevoerd. ‘Geen enkele ondernemer maakte zich destijds druk om het energieverbruik. Nu is het draagvlak voor energiebesparende maatregelen veel groter.’

De houding van het bedrijfsleven mag veranderd zijn, met de energiebesparing schiet het nog onvoldoende op. ‘Als wij doorgaan op de huidige weg wordt de 100 petajoule aan energiebesparing die is afgesproken in het Energieakkoord, niet gehaald’, weet Strik. ‘Misschien ook wel logisch: bedrijven konden tot nu toe steeds met de armen over elkaar blijven zitten en afwachten of ze door de overheid gecontroleerd werden. Tegelijk is deze doelgroep vaak moeilijk te bereiken. Zij kunnen een hoog energieverbruik hebben, maar qua milieuhinder niet opvallen. Daardoor blijven zij vaak onder de radar van de bevoegd gezagen.’

Reden voor het ministerie van EZK om – in samenspraak met VNO-NCW en MKB Nederland – een tandje bij te zetten. Dat betekent dat de regelgeving verandert. Bedrijven zijn nog steeds verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die in maximaal 5 jaar zijn terugverdiend. Maar door een wijziging van het Activiteitenbesluit moeten zij vanaf medio 2019 elke 4 jaar melden hoe zij aan deze energiebesparingseis voldoen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opent hiervoor begin volgend jaar een eLoket. De nieuwe regel vraagt dus om een actievere rol van bedrijven.

Rode lijst

De informatieplicht moet toezicht effectiever maken, stelt Strik. ‘De meldingen worden door de RVO beoordeeld en op rode, oranje en groene lijsten gezet. Met die voorselectie komen toezichthouders beter beslagen ten ijs. Zij kunnen zich richten op de rode en oranje lijsten: dat zijn de bedrijven die geen melding hebben gedaan en de bedrijven die in een melding hebben laten weten nog niet alle maatregelen te hebben genomen.’

Van Hees is positief over het beoogde doel van de nieuwe informatieplicht. Volgens haar helpt het de omgevingsdiensten bij de uitvoering als de bal bij het bedrijfsleven ligt. Van Hees: ‘Wij krijgen vooraf meer inzicht in de energiehuishouding van bedrijven – dat ontbreekt nu vaak – waardoor het prioriteren van inspecties gemakkelijker wordt. Het is handig dat de RVO een eerste schifting maakt. De bedrijven die niet voldoen aan de energiebesparingseis of die niks hebben gemeld, kunnen rekenen op een bedrijfsbezoek. Wel zijn er nog een hoop vraagtekens over de uitvoering van de informatieplicht. Zo is nog niet helemaal duidelijk welke informatie precies beschikbaar komt en hoe de informatie met de betreffende partijen wordt gedeeld. Wij hopen dat bedrijven moeten aangeven of zij erkende of alternatieve maatregelen hebben genomen. Als de maatregelen nog niet genomen zijn, horen wij ook graag wanneer deze op de planning staat. Dat geeft ons inzicht en houvast om daar het gesprek over te laten gaan. Er kunnen legitieme redenen zijn om ze pas later te nemen, bijvoorbeeld omdat het bedrijf wil aansluiten op een natuurlijk moment in de nabije toekomst.’

Tegelijk met de invoering van de informatieplicht worden ook de erkende maatregelenlijsten voor energiebesparing geactualiseerd op basis van energieprijzen, stand van de techniek en kosten van de maatregelen. Omdat sommige investeringen bijvoorbeeld inmiddels minder duur zijn, vallen ze eerder binnen de terugverdientijd van 5 jaar. De erkende maatregelenlijsten blijven gelden voor 19 branches, maar door de actualisatie wordt de bandbreedte van de branches wel uitgebreid. ‘Meer bedrijven vallen straks onder de bestaande lijsten’, zegt Strik. ‘Onder ‘Horeca’ vielen tot nu toe alleen horecabedrijven, straks bijvoorbeeld ook casino’s.’

Boze autowasondernemer

Onlangs hebben bedrijven en bevoegd gezagen via een internetconsultatie kunnen reageren op de wijzigingen. Een van de brancheverenigingen die heeft gereageerd, is de BOVAG. De 9.000 aangesloten ‘mobiliteitsondernemers’ – waaronder autobedrijven, wasstraten, tankstations en schadeherstelbedrijven – zijn zich steeds meer bewust van de verplichting om energie te besparen, stelt Jan Bessembinders, specialist milieu en veiligheid van de BOVAG. ‘De grote autoholdings zien energiebesparing sowieso al heel lang als een vanzelfsprekendheid: de klant verwacht dat min of meer van hen. Daarnaast is het onderwerp de afgelopen jaren steeds meer op de radar komen te staan van de middelgrote en kleine bedrijven. Dat komt omdat het toezicht intensiever is geworden en omdat wij als branchevereniging regelmatig over energiebesparing hebben gecommuniceerd. Toen in 2015 de eerste leden werden geconfronteerd met de erkende maatregelen, zei een boze autowasondernemer bij voorbaat tegen mij: ‘ik heb jaarlijks per locatie €25.000 budget voor vervangingsinvesteringen. Als ik moet kiezen tussen energiezuinige verlichting of nieuwe wasborstels, dan kies ik toch echt voor nieuwe wasborstels, want daar verdien ik geld mee.’ Om zulke misverstanden de wereld uit te helpen, hebben wij als BOVAG het motto ‘energie besparen is geld verdienen’ geïntroduceerd. Dat is steeds meer bij onze leden gaan leven. De meeste ondernemers zien nu wel in: ik moet investeren, maar na 5 jaar levert dat geld op.’

Zorgen

Bessembinders wil maar zeggen: de BOVAG steunt de gedachte achter de systematiek van de erkende maatregelen. De wijze waarop de actualisatie is aangepakt, baart hem echter zorgen. Bessembinders: ‘Allereerst was de mogelijkheid om in te spreken op de informele consultatie (deze ging vooraf aan de internetconsultatie, red.) beperkt: maar 3 dagen. Dat is natuurlijk te kort om draagvlak te kweken en consensus te bereiken. Door de actualisatie zijn maatregelen die eerder onrendabel waren, nu ineens rendabel. Bij sommige van die maatregelen plaatsen wij vraagtekens. Het aantal maatregelen dat onze leden moet nemen, is door de actualisatie verdubbeld. Ik maak me bovendien zorgen over het tempo. Tot nu toe zijn de erkende maatregelen in 3 tranches ingevoerd. De lijsten zouden stapsgewijs per tranche worden geactualiseerd, zodat de verschillende branches de tijd hadden om de herziene maatregelen in te voeren. Nu worden alle lijsten in een keer geactualiseerd. Dat is jammer, want bij ondernemers die vallen onder de derde tranche - in ons geval zijn dat bijvoorbeeld tankstations en autowasstraten – is de lijst met erkende maatregelen pas in januari van dit jaar van kracht geworden. Deze bedrijven lopen kans dat ze in korte tijd 2 keer investeringen moeten doen en dat vinden wij onredelijk.’

‘Er zijn geen nieuwe maatregelen bedacht. Dat is een misverstand dat bij veel bedrijven leeft’

Technische exercitie

Volgens Strik was er inderdaad beperkt tijd om te reageren op de actualisatie. Een bewuste keuze. Strik: ‘De erkende maatregelen zijn in het kader van het Energieakkoord in samenspraak met de branches bedacht. De actualisatie is slechts een technische exercitie geweest: een doorrekening op basis van nieuwe kostenindicaties. Wij vinden dat je de maatregelen waarover al consensus was bereikt, niet opnieuw ter discussie hoeft te stellen.’

Het klopt volgens Strik dat het aantal maatregelen per branche is toegenomen. ‘Maar er zijn geen nieuwe maatregelen bedacht. Dat is een misverstand dat bij veel bedrijven leeft. In de voorgaande lijsten waren soms niet alle bedrijfsonderdelen meegenomen. Met de actualisatie hebben wij een breipen horizontaal door alle maatregelenlijsten gestoken. Een metaalbedrijf dat beschikt over een kantoor moet nu ook de maatregelen nemen die van toepassing zijn op kantoren. Dat betekent inderdaad dat er voor zo’n bedrijf maatregelen bij komen.’

Knip maken

Met de meldplicht heeft Bessembinders minder moeite. Hij had alleen wel graag gezien dat er ‘een knip was gemaakt’ tussen de actualisatie van de lijsten en de informatieplicht. Bessembinders: ‘Door beide trajecten tegelijkertijd uit te voeren, neemt het ministerie erg veel hooi op zijn vork en ik vraag me af of dat de kwaliteit van het resultaat ten goede komt. Ik denk dat energiebesparing al een boost zou krijgen als het ministerie zich in eerste instantie had beperkt tot de informatieplicht. De lijsten hadden dan later geactualiseerd kunnen worden. Dan was ook de gewenningstijd voor de derde tranche bedrijven langer geweest. Op die manier bevorder je de acceptatie van het verplicht energie besparen.’