Omgevingsdiensten volgen training bij OmgevingsAcademie NL

Natte koeltorens kunnen een besmettingsbron zijn van legionella. Voor het toezicht op de installaties zijn de omgevingsdiensten verantwoordelijk. Veel toezichthouders hebben echter nog onvoldoende kennis van zaken om hun betrekkelijk nieuwe taak goed uit te voeren. Daarom biedt OmgevingsAcademie NL een training aan. Een absolute aanrader, vindt RUD Zeeland.

Elk jaar krijgen enkele honderden mensen de veteranenziekte, een ernstige vorm van longontsteking die wordt veroorzaakt door de legionellabacterie. Het inademen van kleine waterdeeltjes die legionella bevatten, kan leiden tot een acute ontsteking aan de luchtwegen. Bekende besmettingsbronnen zijn douche, bubbelbad en hogedrukspuit, maar ook natte koeltorens vormen een risico. In de zomer van 2006 was er in Amsterdam een grote legionella-uitbraak waarbij 29 mensen ziek werden en 2 overleden. De bron: de natte koeltoeren van het Post CS-gebouw.

Natte koeltorens dienen om (industriële) bedrijfsprocessen en grotere gebouwen met een hoge koelvraag te koelen. Koelwater dat is opgewarmd, wordt in een koeltoren met behulp van buitenlucht opnieuw gekoeld. Het afgekoelde water komt in een bak terecht en wordt daarna weer gebruikt voor koeling. Tijdens dit koelproces verdampt een deel van het water dat via de toren wordt afgevoerd. Deze waterdamp bevat normaal gesproken ongevaarlijke concentraties legionella. Ligt de temperatuur van het water tussen de 20 °C en de 50 °C, dan is de kans op groei van legionellabacteriën groot. De besmette waterdeeltjes die worden uitgestoten, kunnen zich gemakkelijk via de lucht verspreiden en via open ramen en luchtroosters, woningen en gebouwen binnenwaaien.

Jeroen Vervaet en Jozef Stokkermans
V.l.n.r. Jeroen Vervaet, milieu-inspecteur van RUD Zeeland en Jozef Stokkermans, vakspecialist van RUD Zeeland

Bijspijkeren kennis noodzakelijk

Sinds 2008 vallen de natte koeltorens onder de Wet milieubeheer. In 2010 zijn de regels opgenomen in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Regeling. Wie een natte koeltoren in gebruik heeft, moet de risico's voor de omgeving tegengaan of in elk geval zoveel mogelijk beperken en ‘ongewone voorvallen’ voorkomen. Voor elk systeem moet er onder meer een risico-inventarisatie en een beheersplan zijn gemaakt. Het toezicht op de natte koeltorens is in 2017 onderdeel geworden van het Basis Taken Pakket van omgevingsdiensten.

Toezichthouden vereist kennis. Van de installaties zelf uiteraard, maar ook van de risico's, verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van de bedrijven die natte koeltorens in gebruik hebben. Om meer thuis te raken in de materie en hun betrekkelijk nieuwe taak goed op te pakken, zijn omgevingsdiensten bezig met een inhaalslag, stelt Jozef Stokkermans, vakspecialist van RUD Zeeland. Al zegt hij er meteen bij dat de aandacht nogal verschilt per omgevingsdienst. ‘Wij hebben veel zware industrie in Zeeland die veel gebruikmaakt van natte koeltorens. Ik schat dat er in ons werkgebied zo’n 80 staan. Voor ons is het bijspijkeren van kennis echt noodzaak.’

Bedrijfsbezoek eyeopener

Toen RUD Zeeland zich zo’n 2 jaar geleden meer ging verdiepen in de materie, bleek allereerst dat er maar weinig natte koeltorens waren opgenomen in de Atlas Leefomgeving. Dat betekende werk aan de winkel, want omgevingsdiensten zijn bronhouder voor dit onderwerp. Daarnaast liepen de medewerkers van RUD Zeeland tegen allerlei basisvragen aan. Hoe werkt zo’n koeltoren? Wat zijn de risico’s op legionellabesmetting? Wat moeten bedrijven doen om dit te voorkomen? En vooral ook: hoe moet het toezicht eruitzien?

‘Veel toezichthouders hadden nog nooit een koeltoren van dichtbij gezien, laat staan erin gekeken’

Om antwoord te krijgen, besloot RUD Zeeland begin 2018 om een training te volgen bij de OmgevingsAcademie NL. Deze is bedoeld voor vergunningverleners, toezichthouders en beleidsmedewerkers en behandelt verschillende onderwerpen: van het beoordelen van de risico-inventarisatie, het beheersplan en de calamiteitenaanpak tot het controleren van de installatie zelf en het herkennen van risico’s op legionellabesmetting. Hoogtepunt van de training is een bedrijfsbezoek waarbij de deelnemers zelf een natte koeltoren inspecteren. ‘Voor de meeste deelnemers was dat bedrijfsbezoek echt een eyeopener’, zegt Stokkermans. ‘Veel toezichthouders hadden nog nooit een koeltoren van dichtbij gezien, laat staan erin gekeken. Hoe controleer je nu precies of de installatie goed functioneert en volgens de regels onderhouden is? Dat was een belangrijke les die middag.’

Geur van koelwater

Ook voor Jeroen Vervaet, milieu-inspecteur van RUD Zeeland, was de training een leerzame ervaring. ‘Ik weet wat er in het Activiteitenbesluit staat. Maar het daadwerkelijk controleren van de administratie en het inspecteren van de koeltorens, daar had ik heel weinig ervaring mee. Tijdens de training leer je hoe zo’n installatie werkt en waar je op moeten letten als je bij de koeltoren staat. Welke onderdelen kun je controleren en welke niet? Zit er veel aanslag op de filters? Wat is de kleur en de geur van het koelwater? En ook: hoe voorkom je dat je zelf een besmetting oploopt? Verder kom je te weten aan welke verplichtingen het bedrijf allemaal moet voldoen. Ik heb geleerd dat je als toezichthouder het beste kunt beginnen met het opvragen van de risico-inventarisatie en het beheersplan. Komt de inventarisatie overeen met de situatie ter plekke of zijn er bijvoorbeeld nieuwe leidingen aangelegd? Ook het beheersplan moet je controleren op actualiteit. Als de koeltoren vorig jaar is gebouwd en het beheersplan stamt uit 2012, dan klopt er iets niet. In een beheersplan staat bijvoorbeeld ook hoe vaak het bedrijf de koeltoren inspecteert, wanneer er watermonsters genomen worden en welke maatregelen het bedrijf neemt als de bacteriekoloniën sterk zijn toegenomen. Behalve naar de risico-inventarisatie en het beheersplan, kijk je ook naar de veiligheidsvoorschriften. Vraag je ernaar en het bedrijf moet de protocollen gaan zoeken, dan weet je dat het bedrijf het niet zo nauw neemt met de veiligheid van de koeltoren.’

Door de training is een toezichthouder volgens Vervaet in staat om sneller te bepalen of een bedrijf het in de vingers heeft. ‘Met het toezicht op koeltorens hebben wij er nóg een taak bijgekregen. Eerlijk is eerlijk, je hebt als toezichthouder niet altijd tijd om elke koeltoren uitgebreid te inspecteren. Het is daarom extra belangrijk dat je uit de administratie van het bedrijf weet op te maken of het zijn zaken goed voor elkaar heeft. Dat leer je heel duidelijk tijdens de training.’

Publieke verantwoordelijkheid

Volgens Stokkermans is de training een absolute aanrader, ook al is die slechts ‘een begin’. ‘Toezichthouders krijgen op zo’n dag veel kennis aangeboden. Maar het is natuurlijk niet zo dat zij die kennis daarna continu paraat hebben en meteen kunnen toepassen. Dat kost tijd en veel praktijkervaring. Het is net rijles: pas als je het rijbewijs hebt behaald, leer je autorijden. Je moet als omgevingsdienst dus ook intern voor een back-up zorgen, zodat toezichthouders met hun praktische vragen ergens terechtkunnen. De specialistische kennis van het toezicht op natte koeltorens zijn wij nu verder aan het opbouwen. Wij hebben met Kenniscentrum InfoMil afgesproken dat wij daarbij, waar nodig, ondersteuning krijgen van hun helpdesk en van OmgevingsAcademie NL. Zo volgt Veraet samen met een andere medewerker binnenkort een verdiepingstraining van OmgevingsAcademie NL.’

Het belangrijkste dat de deelnemers tijdens de training wordt bijgebracht, is bewustwording, vindt Stokkermans. ‘Wat zijn de risico’s op legionellabesmetting, wat kun je als toezichthouder doen en welke publieke verantwoordelijkheid heb je als omgevingsdienst? Je moet als toezichthouder de risico’s kennen, maar ook het bedrijf dat je bezoekt hiervan doordringen. De verspreiding van waterdeeltjes kan hard gaan, waardoor een groot gebied in korte tijd besmet kan raken. Dat is niet alleen gevaarlijk in steden, maar ook op industrieterreinen waar veel mensen verblijven. Als er meerdere koeltorens in een gebied staan, kan de ene toren de andere besmetten. Als toezichthouder heb je de taak om bedrijven veel bewuster van de gevaren te maken.’