Eerste versie van nieuw Omgevingsloket opgeleverd

De Omgevingswet wordt digitaal ondersteund door het digitaal stelsel Omgevingswet, beter bekend als het DSO. Een eerste versie van een belangrijk onderdeel, het Omgevingsloket, is eerder dit jaar opgeleverd. Voor decentrale overheden is er nu werk aan de winkel, weet ook gemeente Leidschendam-Voorburg.

In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Wie tegen die tijd een schuur in zijn tuin wil bouwen, kijkt op een kaart in het Omgevingsloket welke regels er voor zijn locatie gelden. Via het invullen van een vragenboom gaat hij na of er een vergunning aangevraagd moet worden of dat een melding voldoende is. Zowel de aanvraag als de melding kan vervolgens direct worden ingediend in Omgevingsloket.nl, dat de aanvraag of melding automatisch aflevert bij de juiste overheid.

Om dit proces in 2021 vlekkeloos te laten verlopen, wordt momenteel gewerkt aan het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO). Deze digitale ondersteuning van de Omgevingswet vervangt de huidige voorzieningen: het Omgevingsloket Online (OLO), de Activiteitenbesluit Internet Module en ruimtelijkeplannen.nl. Hiervoor in de plaats komt een nieuw centraal Omgevingsloket. Burgers en ondernemers kunnen online via dit loket snel checken wat mag en niet mag volgens de Omgevingswet.

'Decentrale overheden moeten hun juridische regels omzetten in ‘toepasbare regels’ in begrijpelijke taal'

Actieve bijdrage nodig

Het programma Aan de slag met de Omgevingswet heeft eerder dit jaar al een eerste versie van het nieuwe Omgevingsloket opgeleverd: nog niet helemaal af, maar wel voldoende klaar om provincies, gemeenten en waterschappen te laten zien wat zij kunnen en moeten met het DSO. Een actieve bijdrage van de decentrale overheden is namelijk nodig om het nieuwe stelsel echt te laten functioneren: zij moeten vóór 2021 hun systemen op het DSO aansluiten. Dat betekent onder andere dat zij de software van hun zaaksystemen, ruimtelijke plansystemen en regelbeheersystemen moeten aanpassen. Daarnaast moeten de decentrale overheden hun juridische regels omzetten in ‘toepasbare regels’ in begrijpelijke taal. Deze gebruiken zij vervolgens voor het maken van vragenbomen. Daarmee kunnen burgers en ondernemers nagaan of zij een vergunning nodig hebben of melding moeten doen. Met toepasbare regels worden ook de vragen van de vergunningaanvraag of melding gemaakt. Zonder toepasbare regels dus geen aanvraag- of meldingsformulieren.

Een decentrale overheid die niet is aangesloten op het DSO, kan vanaf 2021 digitaal geen omgevingswetbesluiten publiceren en ook geen vergunningaanvragen of meldingen ontvangen. Het OLO blijft tot een half jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet in de lucht, maar alleen om aanvragen te kunnen afhandelen die vóór 1 januari 2021 zijn ingediend. Vanaf 1 januari 2021 kunnen aanvragen alleen ingediend en afgehandeld worden via het nieuwe Omgevingsloket. Burgers en bedrijven hebben het recht om een aanvraag of melding digitaal in te dienen. Daarom moeten decentrale overheden aangesloten zijn op het DSO.

Inge Kure, senior projectmanager Implementatie Digitalisering Omgevingswet van het ministerie van Binnenlandse Zaken

Gesprek over ambitie

Genoeg werk aan de winkel dus voor de decentrale overheden. Via Slagsessies, workshops en DSO-dagen worden zijn zij door het programma Aan de slag met de Omgevingswet regelmatig geïnformeerd over het DSO. ‘De eerste versie van het Omgevingsloket heeft enorm geholpen om decentrale overheden en softwareleveranciers te laten zien wat het DSO inhoudt’, zegt Inge Kure, senior projectmanager Implementatie Digitalisering Omgevingswet van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het DSO is volgens haar ‘minder eng’ geworden. ‘Wij hebben laten zien dat de onderdelen van het DSO veel lijken op de huidige voorzieningen. Het nieuwe stelsel is hierdoor concreter en herkenbaarder geworden voor de decentrale overheden. Bovendien realiseren zij zich meer en meer welke stappen zij zelf moeten zetten om het DSO te laten werken. Wij merken verder dat hun kennis veel groter is geworden. Ze zijn voorbij het stadium van ‘wat is het DSO eigenlijk?’ Hun vragen zijn nu veel complexer.’

Heleen Groot, programmadirecteur van het programma Aan de slag met de Omgevingswet

De eerste versie van het Omgevingsloket is ook goed geweest om de beeldvorming rond het DSO bij te stellen, vindt Heleen Groot, programmadirecteurvan het programma Aan de slag met de Omgevingswet. ‘Het DSO is lang gezien als ‘een groot ICT-project van het Rijk’. En misschien is het dat in de ogen van sommigen nog steeds wel. Het Rijk bouwt weliswaar de landelijke voorziening, het Omgevingsloket, maar de uitdaging van het DSO zit ook vooral in de aansluiting van en de werking met lokale systemen. De implementatie van de Omgevingswet is vaak vergeleken met andere grote stelselherzieningen, zoals de decentralisatie van het sociaal domein. Maar die vergelijking gaat volledig mank. De decentrale overheden houden dezelfde taken. Zij hoeven straks niet met een compleet nieuw systeem te werken, maar voeren hun taken uit met aangepaste software die in grote mate lijkt op hun huidige software. Dan is er ook nog eens een transitieperiode van 8 jaar: op 1 januari 2029 moet de implementatie van de Omgevingswet klaar zijn. Het is niet zo dat decentrale overheden achterover kunnen leunen. Integendeel, maar van een ‘big bang’ op 1 januari 2021 is geen sprake.’

Try Out Omgevingswet

Eind vorig jaar zijn de decentrale overheden opgeroepen om deel te nemen aan de Try Out Omgevingswet Tijdens deze fase kunnen zij alvast oefenen met het werken met de Omgevingswet. Voorwaarde voor deelname is dat zij dit niet alleen doen binnen de eigen organisatie, maar vooral samenwerken met andere overheden, partners en overheidsorganisaties zoals veiligheidsregio’s en omgevingsdiensten. Behalve met interbestuurlijk samenwerken biedt de Try Out ook de kans om te oefenen met het DSO. In totaal 17 regio’s meldden zich aan; 3 daarvan worden intensief begeleid door het programma Aan de slag met de Omgevingswet. De anderen krijgen ondersteuning op specifiekere vragen.

De grootste uitdaging voor decentrale overheden ligt dan ook niet op het terrein van de ICT, vindt Groot. ‘De echte opgave ligt op organisatorisch vlak. Aanpassingen in de ICT kunnen wel een wake-up call zijn, omdat daarmee het gesprek over de ambitie van een decentrale overheid op gang komt. Een gemeente die ziet welke functionaliteiten er in het DSO zitten, zal zichzelf automatisch afvragen: hoeveel service wil ik mijn inwoners bieden? Als zo’n gemeente een uitstekende digitale dienstverlening nastreeft, laten wij graag zien wat het Omgevingsloket kan en wat de gemeente zelf moet doen om het gewenste serviceniveau te halen.’

Leana Vlok, informatiemanager Ruimtelijk domein van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Toepasbare regels op tijd klaar?

Dat de uitdagingen van het DSO vooral op organisatorisch terrein liggen, vindt ook Leana Vlok, informatiemanager Ruimtelijk domein van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Opvallend genoeg is het de ICT afdeling die tot dit inzicht is gekomen. Vlok: ‘Buiten de ICT-afdeling wordt de aansluiting op het DSO gezien als een klein onderdeel van onze voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. Iets wat wij ‘even’ moeten regelen. Maar binnen de ICT-afdeling zijn wij geschrokken hoeveel werk er nog gedaan moet worden. Dat is mij duidelijk geworden tijdens de Slagsessie van december vorig jaar. Werken met het DSO betekent aan de ene kant dat wij onze software moeten aanpassen. Dat is een technische opgave die wel zal lukken. Maar aan de andere kant is werken met het DSO veel meer dan dat: het heeft impact op de hele organisatie. Om het DSO goed te laten functioneren moet onze gemeente beschikken over een omgevingsvisie en een omgevingsplan, en die vertalen in toepasbare regels. Of dat allemaal vóór 2021 lukt, is nog de vraag. Ontbreken die onderdelen, dan functioneert het DSO eigenlijk niet zoals het bedoeld is. Dat is wat mij betreft een gemiste kans.’

Toch heeft het DSO Leidschendam-Voorburg al ‘heel, heel, heel veel opgeleverd’, vindt Vlok. Werken met toepasbare regels blijkt volgens haar ‘veel beter beleid op te leveren’. ‘Zodra je met toepasbare regels aan de slag gaat, moeten er over allerlei onderdelen van beleid beslissingen genomen worden. Wij lossen dit op door beleidsmakers en vergunningverleners aan één tafel te laten werken aan de toepasbare regels. Zij zien meteen wat het effect is van beleid op de uitvoering en ook waar de eventuele inconsistenties zitten. Wij hebben ontdekt dat er door beter beleid en eenvoudiger regels minder vergunningen nodig zijn. Dat scheelt ons nu al zo’n 200 vergunningen per jaar voor de belangrijkste activiteiten.’

Nu al aansluiten

Het nieuwe Omgevingsloket wordt de komende tijd in fasen opgeleverd en moet eind dit jaar helemaal klaar zijn. Decentrale overheden kunnen hun systemen nu al aansluiten op het DSO, ook al is het Omgevingsloket nog niet volledig opgeleverd. De ontwikkeling van het Omgevingsloket gebeurt in nauwe samenwerking met gebruikersgroepen. Wie hierbij betrokken wil zijn, kan contact opnemen met de betreffende koepelorganisatie of met het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Voor het aanmelden voor een gebruikersgroep en voor vragen over het DSO en de Omgevingswet kunnen decentrale overheden terecht bij het Informatiepunt Omgevingswet.