Welke maatregelen zijn nodig om brandrisico’s te voorkomen?

Met het groeiend gebruik van lithium-ion batterijen nemen ook de risico’s toe. Specifieke regelgeving op dit gebied is in de maak. Begin 2020 verschijnt alvast een circulaire rondom de veilige opslag van deze energiedragers.

Het gebruik van oplaadbare lithium-ion batterijen is de laatste jaren enorm gegroeid en zal naar verwachting alleen nog maar verder toenemen. Een aanjager van het toenemend gebruik is de energietransitie. De batterijen worden niet alleen toegepast in bijvoorbeeld elektrische fietsen en laptops, maar ook in energieopslagsystemen, zoals buurtbatterijen. Hierin wordt lokaal opgewekte elektriciteit, van zonne- of windenergie, opgeslagen.

Hoewel lithium-ion batterijen als veilig worden beschouwd, komen er ook incidenten voor. Zo is er meerdere keren brand geweest in een opslag van fietsenbatterijen. Batterijen kunnen in brand vliegen nadat ze zijn gevallen of omdat er iets is misgegaan tijdens het opladen. Ook een productiefout kan een mogelijke oorzaak van een brand zijn.

‘Decentrale overheden willen weten welke maatregelen zij kunnen vragen bij de vergunningverlening’

Omdat de risico’s tot voor kort onvoldoende bekend waren, bestaat er nog geen specifieke regelgeving voor het veilig opslaan van lithium-ion batterijen. Er zijn PGS-richtlijnen (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) in de maak, maar deze worden naar verwachting pas begin 2021 gepubliceerd. Begin dit jaar zijn er regionaal al wel 2 handreikingen over het onderwerp verschenen.

Hans de Waal, beleidscoördinator van het ministerie van IenW

Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is het nodig om landelijk beleid te ontwikkelen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken en om de gevolgen van incidenten te beheersen. Een brede werkgroep onder leiding van het ministerie werkt daarom aan een circulaire met adviezen op het gebied van de veiligheid. De werkgroep bestaat uit onder meer vergunningverleners, toezichthouders, brandweer, Kenniscentrum InfoMil, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het bedrijfsleven, waaronder de FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. ‘Naar aanleiding van verschillende incidenten met lithium-ion batterijen komen op ons ministerie en bij Kenniscentrum InfoMil steeds meer vragen binnen’, verklaart Hans de Waal, beleidscoördinator van het ministerie van IenW. ‘Decentrale overheden willen weten welke regelgeving van toepassing is en welke maatregelen zij kunnen vragen bij de vergunningverlening. Met de circulaire proberen wij bevoegde gezagen en bedrijfsleven alvast handvatten te geven totdat de specifieke regelgeving is uitgewerkt.

Melden bij brandweer

De circulaire is gericht op de bedrijfsmatige opslag van lithium-ion batterijen en op energieopslagsystemen, zoals buurtbatterijen. Het is de bedoeling dat bevoegd gezagen, maar eventueel ook andere betrokkenen, de circulaire gebruiken bij het beoordelen van de veiligheid van bestaande situaties en nieuwe initiatieven.

Er zijn verschillende maatregelen denkbaar om risico’s te beperken, variërend van het melden van een opslag van partijen batterijen of een buurtbatterij bij de brandweer tot detectiesystemen die een batterij bij temperatuurverhoging automatisch uitschakelt en betrokkenen, zoals de brandweer informeert. Compartimentering kan ervoor zorgen dat een brand beperkt blijft en niet een volledige opslag in de brand vliegt. Volgens De Waal is het belangrijk dat het bedrijfsleven meeschrijft aan de circulaire en meedenkt over de maatregelen. ‘Daar zit veel kennis. Hoe zien de locaties waar batterijen opgeslagen liggen er van binnen uit? Wat is technisch mogelijk? Dat willen wij graag weten, zodat wij geen onredelijke maatregelen vragen.’

Stefan Olsthoorn, projectmanager energie van de FME

Dubbel werk

Omdat ‘niemand in de branche baat heeft bij een incident’, is veiligheid een belangrijk issue voor de producenten van lithium-ion batterijen, vertelt Stefan Olsthoorn, projectmanager energie van de FME. ‘De branche neemt bij de ontwikkeling van energiedragers al allerlei maatregelen om risico’s te voorkomen. Zij willen liever de systemen zo veilig maken dat er niet allerlei maatregelen in de omgeving nodig zijn.’

Toch zitten de leden van de FME volgens Olsthoorn te wachten op de circulaire. ‘De eisen die aan de opslag van lithium-ion batterijen worden gesteld, verschillen per gemeente. Daardoor moet de veiligheid van systemen elke keer opnieuw worden beoordeeld. Dat betekent dubbel werk en dus kosten. Uiteindelijk komt dat de uitrol van technologie niet ten goede. Met de circulaire streven wij naar een meer gestandaardiseerde veiligheidsbeoordeling. Die kan voor bedrijven een aardige efficiëntieslag betekenen. De circulaire kan bovendien voorkomen dat er lokaal veiligheidsaspecten over het hoofd worden gezien.’

Nationaal Actieplan

Begin dit jaar publiceerde de FME het Nationaal Actieplan Energieopslag en Conversie. Daarin staan 21 acties die volgens de ondernemersorganisatie op het gebied van energieopslag en conversie nodig zijn voor vlotte energietransitie in Nederland. De FME pleit onder meer voor duidelijke richtlijnen en standaarden op het gebied van veiligheid.

‘Er mogen geen maatregelen in de circulaire staan die de opkomst van nieuwe technologieën remmen’

De FME wil er bij het meeschrijven aan de circulaire volgens Olsthoorn wel voor waken ‘dat er een hek om Nederland wordt gezet’. ‘Er mogen natuurlijk niet zulke uitzonderlijke eisen worden gesteld dat er een ongelijk speelveld ontstaat tussen Nederland en de andere Europese landen. Wij vragen onze collega’s in Duitsland en onze Europese koepel daarom om met ons mee te kijken. Verder vinden wij het belangrijk dat er geen maatregelen in de circulaire staan die de opkomst van nieuwe technologieën remmen. Dat zit hem echt in het definiëren van zaken. Waterstofbromide flowbatterijen vallen wat ons betreft niet binnen de scope van de circulaire, omdat hieraan veel minder risico’s kleven. Het zou niet fair zijn om aan de producenten van deze systemen dezelfde maatregelen te vragen en daarmee een intrinsiek veiliger systeem uit de markt te prijzen.’

Linksaf of rechtsaf

Tijdens het maken van de circulaire wordt ook aan de PGS gewerkt. Hoe zorgt de werkgroep ervoor dat de inhoud van de circulaire lijkt op de uiteindelijke regelgeving? ‘Het is balanceren’, reageert De Waal. ‘In de circulaire proberen wij zo expliciet mogelijk te zijn, maar enige terughoudendheid is ook wenselijk. We willen niet met de circulaire linksaf gaan terwijl de PGS misschien straks rechtsaf gaat. Om ervoor te zorgen dat beide zoveel mogelijk om elkaar aansluiten zitten de mensen die aan de PGS werken ook bij ons aan tafel.’