Tijdelijk handelingskader van het Rijk biedt ruimte voor eigen beleid

Op steeds meer plaatsen in Nederland worden PFAS in de bodem en waterbodem aangetroffen. Op verschillende plekken zijn hierdoor ontgravingen en baggerwerken stil komen te liggen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarom een tijdelijk handelingskader gepubliceerd hoe om te gaan met deze schadelijke stoffen. Op basis van lopende onderzoeken wordt een definitief handelingskader in de loop van 2020 verwacht. Decentrale overheden kunnen nu al in actie komen: zij kunnen hun vergunningen checken op PFAS en hun bodemkwaliteitskaarten up-to-date maken. Dat geeft inzicht in de omvang van het probleem en voorkomt verdere stagnatie.

Onder PFAS – poly- en perfluoralkylstoffen – vallen duizenden stoffen die in heel veel producten voorkomen. Vanwege hun warmtebestendige, water-, olie-, vuil- en stofafstotende eigenschappen worden ze gebruikt voor het maken van bijvoorbeeld teflonpannen, outdoorkleding, pizzadozen en bakpapier. PFAS komen verder voor in brandblusmiddelen, verf, ski-wax, cosmetica en smeermiddelen.

PFAS worden al decennialang gebruikt. Via emissies en incidenten zijn deze stoffen door de jaren heen breed in het milieu terechtgekomen. Pas de laatste 10 jaar werd duidelijk hoe schadelijk sommige stoffen uit de PFAS-groep zijn. Zo zijn PFOS en PFOA gevaarlijk voor mens en milieu, dat wil zeggen: toxisch, kankerverwekkend en niet-afbreekbaar.

Hoger dan detectiegrens

De afgelopen jaren zijn bij metingen, ontgravingen en baggerwerken op verschillende plekken in Nederland PFAS aangetroffen, niet alleen in de land- en waterbodems, maar ook in het grond- en oppervlaktewater. Vaak in concentraties die hoger zijn dan de detectiegrens die in het verleden is vastgesteld; deze is 0,1 microgram per kilogram droge stof. Inmiddels is duidelijk dat de hoge concentraties diffuus verspreid voorkomen in de water- en landbodem en dus niet alleen bij de bron waar gewerkt is met de PFAS.

'Met het tijdelijk handelingskader helpen wij bevoegd gezagen om verdere stagnatie van grondverzet- en baggerwerk zoveel mogelijk te voorkomen'

Wanneer er bij ontgravingen en baggerwerken PFAS worden aangetroffen, geldt de zorgplicht uit het Besluit bodemkwaliteit. Decentrale overheden moeten dan eerst beleid ontwikkelen en tot die tijd mogen de grond en de baggerspecie niet worden vervoerd. Gevolg: het grondverzet- en baggerwerk ligt daar volledig stil.

Stagnatie voorkomen

PFAS komen op zoveel plekken in Nederland voor dat van een lokaal probleem geen sprake meer is. Daarom heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in juli van dit jaar een tijdelijk handelingskader gepubliceerd met landelijke normen voor PFAS. ‘Met het tijdelijk handelingskader helpen wij bevoegd gezagen om verdere stagnatie van grondverzet- en baggerwerk zoveel mogelijk te voorkomen’, zegt Marije Schouwstra, beleidscoördinator bij het ministerie van IenW. ‘Het tijdelijk handelingskader is een verantwoorde verruiming ten opzichte van de zorgplicht met de detectiegrenzen. De decentrale overheden kunnen het gebruiken om de huidige kwaliteit van de bodem en het hergebruik van grond en baggerspecie te beoordelen. De normen geven daarbij de grenzen aan waarbinnen grondverzet- en baggerwerk mogelijk is, zonder dat hierbij gevaar optreedt voor mens en milieu en risico bestaat van verdere verspreiding.’

Het landelijke handelingskader betekent niet dat bevoegd gezagen geen eigen beleid mogen maken, aldus Schouwstra. ‘Als uit een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart blijkt dat er geen of heel weinig PFAS zijn aangetroffen, mag het bevoegd gezag scherpere normen stellen. Zo kan worden voorkomen dat grond die verontreinigd is met PFAS binnen hun gemeentegrenzen komt. Komen er in een gemeente wél hoge concentraties voor, dan kunnen de decentrale overheden hun eigen, ruimere grenzen stellen waarop grond en baggerspecie mag worden vervoerd. Het tijdelijk handelingskader biedt deze ruimte.’

Lokaal beleid PFAS

Enkele provincies en gemeenten hebben inmiddels lokaal beleid ontwikkeld. Zo heeft de gemeente Haarlemmermeer een beleidsregel vastgesteld voor het toepassen van PFOS- en PFOA-houdende grond en baggerspecie. De gemeente Dordrecht heeft door het Expertisecentrum PFAS een handreiking opgesteld, nadat in de omgeving van het concern Chemours licht verhoogde gehalten PFOA en GenX in de grond en het grondwater waren aangetroffen.

In de Kamerbrief waarin zij het tijdelijk handelingskader presenteert, adviseert staatssecretaris Stientje van Veldhoven decentrale overheden om vergunningen door te lichten op PFAS. Dat geeft inzicht in de mate van verspreiding van PFAS over Nederland en kan voorkomen dat deze stoffen nog verder in het milieu terechtkomen. De decentrale overheden staan voor een grote, maar belangrijke opgave, stelt Schouwstra. ‘Bij de vergunningverlening zijn PFAS lange tijd geen issue geweest, omdat niet bekend was hoe schadelijk de stoffen waren. Het is nu belangrijk om na te gaan welke bedrijven naar verwachting PFAS hebben gebruikt in hun productieprocessen. De decentrale overheden moeten ervoor zorgen dat bedrijven maatregelen nemen zodat de stoffen het bedrijfsterrein niet kunnen verlaten en er zo weinig mogelijk emissies naar lucht en water plaatsvinden. Door de best beschikbare technieken voor te schrijven wordt de hoeveelheid schadelijke stoffen die in het milieu terechtkomt enorm verkleind.”

'Door de best beschikbare technieken voor te schrijven wordt de hoeveelheid schadelijke stoffen die in het milieu terechtkomt enorm verkleind'

Bodemkwaliteitskaarten updaten

Van decentrale overheden wordt ook verwacht dat zij zo snel mogelijk hun bodemkwaliteitskaarten aanpassen aan PFAS door het nemen van grondmonsters. Schouwstra: ‘Dat helpt enorm om veel van de huidige knelpunten op te lossen. Grondbanken zijn huiverig om partijen grond aan te nemen, omdat ze denken dat deze mogelijk verontreinigd zijn met PFAS. Als uit een bodemkwaliteitskaarten blijkt dat de grond in orde is, kan een grondbank een partij grond zonder risico’s aannemen. Het ministerie van IenW gebruikt deze meetgegevens, samen met extra meetgegevens van Rijkswaterstaat, om snel tot een landelijk beeld van PFAS in water- en landbodems te komen.’

Decentrale overheden kunnen hun bodemdata mailen naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), via pfas@rivm.nl. Op basis van de verzamelde gegevens maakt het RIVM een landelijke kaart met locaties waar PFAS is aangetroffen. Aan de hand van de landelijke kaart en de lopende onderzoeken kan het ministerie van IenW waarschijnlijk in de loop van 2020 een definitief handelingskader opstellen.