Gemeenten willen afvalstroom lokaal nieuwe waarde geven

Het sluiten van de textielketen kan grote milieuwinst opleveren. Een transparante inzameling en sortering biedt kansen om ingezameld textiel lokaal te ‘verwaarden’. In Zaanstad en Deventer en omstreken zijn ze er klaar voor.

Textiel heeft een enorme milieu-impact. In Nederland en in Europa worden daarom meerdere stappen gezet om de textielketen te sluiten. In januari 2018 verscheen de Transitieagenda Consumptiegoederen met daarin verschillende acties om te komen tot een circulaire textielketen. In 2016 is het Convenant Duurzame Kleding en Textiel gesloten met als doel om de arbeidsomstandigheden in lagelonenlanden te verbeteren en milieuschade tegen te gaan. Nederland is bovendien deelnemer aan het European Clothing Action Plan (ECAP). Daarin werken onder meer kledingproducenten, retailers, inzamelaars, sorteerders, afvalverwerkers en overheden uit 12 verschillende Europese landen samen aan het duurzaam en circulair maken van de textielketen. Zo zijn er 9 pilots uitgevoerd waarbij van gerecyclede textielvezels nieuwe kleding is gemaakt.

Emile Bruls, senior-adviseur van Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat is als uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat betrokken bij de pilots van ECAP en de nationale initiatieven. ‘Door aandacht van de media is de bewustwording van de milieu-impact van textiel gegroeid. Bovendien worden er allerlei acties ondernomen om de textielketen te sluiten. Maar we moeten ook eerlijk zijn: er is nog veel onderzoek nodig om te kunnen bepalen aan welke knoppen wij moeten draaien om de grootste milieuwinst te realiseren’, zegt Emile Bruls, senior-adviseur van Rijkswaterstaat.

‘Er zijn nieuwe business cases nodig om laagwaardig textiel hoogwaardiger te recyclen’

Vervuild door restafval

Behalve door anders te ontwerpen, produceren en consumeren, valt ook door een betere inzameling en sortering van textiel milieuwinst te behalen. Rijkswaterstaat deed in 2018 onderzoek naar de kwaliteit van onder meer ingezameld textiel en constateerde dat er nog veel textiel in het restafval achterblijft en de vervuiling van ingezameld textiel toeneemt. Het textiel is hierdoor niet meer geschikt voor hergebruik of recycling en verdwijnt alsnog in de verbrandingsoven. Bij inzameling in een lekke ondergrondse container wordt het textiel bijvoorbeeld vochtig van grond- of regenwater. Staat de textielbak naast de containers voor andere afvalstromen, dan kan het textiel vervuild raken door restafval. Bij een volle restafvalcontainer verdwijnen vuilniszakken soms in de textielcontainer. En in ‘diftar-gemeenten’ kan de textielcontainer voor sommige burgers een gemakkelijke manier zijn om betalen voor restafval te ontlopen.

Wat betreft de sortering van ingezameld textiel stelde Rijkswaterstaat vast dat een deel van het textiel niet in Nederland, maar in het buitenland wordt gesorteerd. Dat gebeurt deels door gecertificeerde sorteerders. Een ander deel van het ingezamelde textiel verdwijnt over de grens, maar het is niet duidelijk wat ermee gebeurt.

‘Zolang er geen transparantie is, kan er geen sprake zijn van een circulair textiel’

In hetzelfde onderzoek werd geconcludeerd dat het aandeel herdraagbaar textiel in de ingezamelde afvalstroom afneemt, door onder andere de groei van fast-fashion of wegwerpkleding. Bruls: ‘Voor hoogwaardig, herdraagbaar textiel bestaat van oudsher een goede markt. Laagwaardig textiel wordt laagwaardig gerecycled en bijvoorbeeld hergebruikt als isolatiemateriaal of in de automotive industrie. De verwerking ervan kost geld, maar dat kan worden gecompenseerd door de inkomsten uit hoogwaardig textiel. Omdat het aandeel laagwaardig textiel toeneemt, de markt voor hoogwaardig textiel krimpt en er vaste vergoedingen zijn afgesproken met gemeenten staat het traditionele verdienmodel van sorteerders onder druk. Er zijn nieuwe business cases nodig om laagwaardig textiel hoogwaardiger te recyclen.’

Burgers bewust maken

Rijkswaterstaat en de NVRD werken, onder meer in het programma VANG Huishoudelijk Afval, met gemeenten samen om de inzameling en sortering van textiel te verbeteren. Gemeenten hebben een groeiende belangstelling voor de textielstroom, stelt senior-adviseur Johanna Minnaard van Rijkswaterstaat. ‘Omdat papier, glas, gft en plastic al zoveel mogelijk gescheiden worden en we steeds meer textiel consumeren, neemt het aandeel textiel in het restafval relatief toe. Bovendien willen gemeenten met circulaire ambities weten wat er gebeurt met het textiel dat naar het buitenland gaat. Zolang er geen transparantie is, kan er geen sprake zijn van een circulair textiel. We onderzoeken dan ook samen met gemeenten en markt hoe wij hierin verandering kunnen brengen.’

Johanna Minnaard, senior-adviseur van Rijkswaterstaat

Door het verbeteren van de communicatie en het aanpassen van de inzamelvoorzieningen kunnen gemeenten volgens Minnaard meer textiel inzamelen en vervuiling voorkomen. ‘Afgedankt textiel komt nog te vaak bij het restafval terecht. Om dat te veranderen, kunnen gemeenten burgers meer bewust maken van de milieu-impact van textiel en hen beter voorlichten hoe zij het textiel moeten aanbieden, namelijk schoon, droog en in een afgesloten zak. Ook de inzameling in bovengrondse textielbakken die niet in de buurt van restafvalcontainers staan, kan zorgen voor een grotere opbrengst. Verder kunnen de gemeenten leren van wat er in andere Europese steden gebeurt. In het kader van ECAP is onderzocht hoe de inzameling van textiel kan worden verbeterd. Dat heeft zeer bruikbare aanbevelingen opgeleverd. Tot slot, en dat klinkt als een open deur, zouden gemeenten, inzamelaars en sorteerders vaker met elkaar om tafel moeten zitten om samen naar oplossingen te zoeken.’

Fibersorteermachine als startpunt

Rondslingerend textiel in de openbare ruimte, prestatiedoelen die door inzamelaars niet werden gehaald en onduidelijkheid over de buitenlandse bestemming van het ingezamelde textiel. De gemeente Zaanstad had enkele jaren geleden redenen genoeg om kritisch te zijn op de inzameling en sortering van textiel. Bij een nieuwe aanbesteding in 2017 werd onder meer als eis gesteld dat het ingezamelde textiel ‘een nette bestemming’ moest krijgen, zegt Els Lenting, projectleider circulaire stad van de gemeente Zaanstad. ‘Wij willen niet dat het niet-herdraagbare textiel onder slechte arbeids- en milieuomstandigheden in het buitenland wordt verwerkt. Dat betekent automatisch dat wij lokaal nieuwe oplossingen moeten bedenken voor met name niet-herdraagbaar textiel. Daar zien wij ook volop kansen voor. Wij faciliteren de plannen namens de Metropoolregio Amsterdam. Hier is niet alleen veel textiel beschikbaar maar ook veel expertise op het gebied van marketing en design. Het is eigenlijk heel logisch om het textiel hier te verwaarden.’

‘Wij willen niet dat textiel onder slechte arbeids- en milieuomstandigheden in het buitenland wordt verwerkt’

Dat Zaanstad economische kansen ziet in afgedankt textiel heeft alles te maken met een innovatief bedrijf dat in de gemeente is gevestigd. Wieland Textiles heeft een ‘fibersorteermachine’ ontwikkeld die textiel sorteert op kleur, structuur en samenstelling. Het gebruikte textiel wordt vervolgens verwerkt tot vezels waarmee nieuwe producten en materialen kunnen worden gemaakt. ‘De fibersorteermachine is hét startpunt’, zegt Lenting. ‘Daarmee hebben we zicht op de beschikbare soorten textiel. De sorteermachine werkt bovendien als een katalysator. Om nieuwe bestemmingen voor niet-herdraagbaar textiel te vinden en om de keten te verduurzamen, zijn nog meer innovaties en nieuwe vormen van samenwerking nodig. De sorteermachine kan een heel cluster van duurzame, innovatieve bedrijven aantrekken.’

Dat idee kreeg eind 2018 vorm met de oprichting van het Innovation Centre for Circular Textile. Deze meerjarige samenwerkingsovereenkomst heeft als doel om een circulaire textielindustrie in de Metropoolregio Amsterdam te realiseren. Lenting: ‘Alle schakels in de textielketen zijn vertegenwoordigd. Bij alle deelnemers bestaat de wil om samen te werken en de drive om te innoveren. De maakindustrie is bereid om circulaire grondstoffen af te nemen. Ons doel is een industrieel hart van samenwerkende bedrijven te vormen die van afgedankt textiel weer nieuwe consumentenproducten maakt. Bij voorkeur via lokale, regionale en nationale, maar ook Europese en mondiale samenwerkingsverbanden.’

Michiel Westerhoff, programma manager van Circulus-Berkel

Geringe marges

Ook in het oosten van Nederland is het roer inmiddels om, vertelt Michiel Westerhoff, programma manager van Circulus-Berkel, de uitvoeringsorganisatie die voor 9 gemeenten, waaronder Apeldoorn en Deventer, onder meer het afvalbeheer verzorgt. Toen de inzameling van textiel in 2017 opnieuw werd aanbesteed, waren transparantie en traceerbaarheid belangrijke eisen: het moest controleerbaar zijn waar het ingezamelde textiel naartoe gaat. Bovendien moest het niet-herdraagbare textiel zo circulair mogelijk hergebruikt worden in plaats van bijvoorbeeld verbrand. Ook het bieden van sociale werkgelegenheid was een belangrijk criterium.

In de 9 gemeenten wordt volgens Westerhoff jaarlijks 2,1 miljoen kilo textiel ingezameld. ‘Hoeveel daarvan naar het buitenland ging, wisten wij niet. Het was ook niet bekend of het textiel daar alsnog werd verbrand of dat het met kinderarbeid werd verwerkt. Een ongewenste praktijk’, zegt Westerhoff. De export van textiel was volgens hem simpel te verklaren. ‘Onze gemeenten waren gewend om de inzameling en verwerking van textiel te gunnen aan de hoogst biedende partij. Dan is intensieve sortering en recycling in Nederland niet meer mogelijk. Het textiel kan eigenlijk niet anders dan internationaal weggezet worden.’

‘Wij kunnen straks van elke kilo textiel aangeven wat ermee gebeurt’

De aanbesteding betekende het startpunt van een nieuw sorteercentrum dat het Leger des Heils ReShare in Deventer bouwt. Circulus-Berkel ontvangt een kostendekkende inzamelvergoeding en deelt mee in de meeropbrengst van het sorteercentrum. Hier kunnen volgens Westerhoff straks ‘minstens 100 soorten textiel’ worden gesorteerd. Voor het niet herdraagbare textiel wordt gebruikgemaakt van dezelfde fibersorteermachine die al operationeel is in de gemeente Zaanstad. Het sorteercentrum biedt straks werk aan zo’n 40 mensen met een afstand tot arbeidsmarkt.

Volgend voorjaar gaat het sorteercentrum open. ‘Wij kunnen straks van elke kilo textiel aangeven wat ermee gebeurt’, zegt Westerhoff. ‘Dat willen wij ook naar de burgers communiceren in de hoop dat zij hierdoor meer textiel gaan inleveren. De volgende uitdaging is om het niet-herdraagbare textiel zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken. Daarover zijn wij onder meer in gesprek met Dutch Circular Textile Valley.’