Hoe bepaal je de juiste Euralcode?

In augustus 2019 verscheen de nieuwe Handreiking Eural. Afvalontdoeners, afvalverwerkers, vergunningverleners, toezichthouders en handhavers kunnen het naslagwerk gebruiken om een afvalstof in de juiste ‘Euralcode’ in te delen. Die bepaalt of er sprake is van een gevaarlijke afvalstof of niet. De handreiking is voor zowel de leek als de ervaren afvalverwerker een handig naslagwerk.

De Europese afvalstoffenlijst (Eural) uit 2002 is bedoeld om een onderscheid te kunnen maken tussen gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval. In de Eural staan in totaal ruim 800 afvalstoffen waarbij een code – de ‘Euralcode’ – aangeeft of het om een gevaarlijke afvalstof gaat of niet. Wie zich ontdoet van een ‘afvalstof' – volgens de definitie van de Kaderrichtlijn afvalstoffen – is verplicht om deze bij afgifte in te delen in de juiste Euralcode.

‘Voor zo’n 90% van de afvalstoffen is het vrij eenvoudig om de juiste Euralcode te vinden’

Het bepalen van de Euralcode is om meerdere redenen belangrijk. Om schade aan de menselijke gezondheid en aan het milieu te voorkomen, moet duidelijk zijn of een afvalstof al dan niet gevaarlijke eigenschappen heeft. Dat is van belang voor het transporteren, accepteren en verwerken van het afval. De Euralcode is ook nodig om de juiste vergunning te kunnen verlenen voor de verwerking en om afvalstoffen tijdens het verwerkingsproces te kunnen volgen. Daarom hebben niet alleen afvalontdoeners met de Eural en de Euralcode te maken, maar ook afvalverwerkers, provincies, gemeenten, omgevingsdiensten en toezichthoudende organisaties.

Brede doelgroep

Omdat het indelen van afvalstoffen in de juiste Euralcode lastig kan zijn, is in opdracht van Rijkswaterstaat een handreiking geschreven. Deze vervangt een eerdere handreiking uit 2001 van het toenmalige ministerie van VROM. De afgelopen jaren is de Europese regelgeving ten aanzien van afvalstoffen veranderd en zijn er nieuwe Euralcodes bij gekomen. Tijd dus voor een nieuwe Handreiking Eural.

Begeleidingscommissie denkt mee

De Handreiking Eural is geschreven in samenwerking met een begeleidingscommissie van overheden en afvalverwerkende industrie. De brede input is van meerwaarde geweest, vindt Kees Oranje, die vanuit afvalverwerker Renewi/Mineralz en namens de Vereniging Afvalbedrijven, in de begeleidingscommissie zat. ‘De handreiking gaat hierdoor dieper op de stof in, maar is ook gebruiksvriendelijker geworden. Er staan veel stroomschema’s en voorbeelden in van hoe je de juiste Euralcodes kunt bepalen.’

Bas van Huet, adviseur van Rijkswaterstaat

In de Europese regelgeving is, zoals gezegd, de afvalontdoener verantwoordelijk voor het indelen van een afvalstof in een Euralcode. Dat kan een groot chemieconcern zijn, maar ook een garagebedrijf. Een handreiking is voor midden- en kleinbedrijven een welkom hulpmiddel, denkt Bas van Huet, adviseur van Rijkswaterstaat. ‘Met name de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf beseffen niet altijd dat zij deze verantwoordelijkheid hebben. Zij zijn best bereid om voor het verwijderen van afval te betalen, maar willen zich liever niet te veel verdiepen in de materie. In de praktijk leunen deze bedrijven natuurlijk vaak op de expertise van hun afvalinzamelaar, maar volgens de regelgeving moeten zij zelf administratief bijhouden welke afvalstoffen er bij hun processen vrijkomen. Voor een garagebedrijf zijn dat er best veel: oliën, oplosmiddelen, koel- en antivriesmiddelen, gasflessen, om er maar een paar te noemen. Als ontdoener dient zo’n bedrijf wel op de hoogte te zijn hoe deze afvalstoffen moeten worden geclassificeerd.’

De nieuwe handreiking is daarom volgens Van Huet voor een brede doelgroep geschreven. ‘De handreiking legt uit hoe afvalstoffen worden ingedeeld en biedt de lezer een stappenplan om zelf de juiste Euralcode te vinden. Daar zit een logische opbouw in: van een gemakkelijke classificatie ga je steeds verder de diepte in. Verder staan in de handreiking voorbeelden van veel voorkomende afvalstromen en hoe hiervoor de juiste Euralcode wordt bepaald.’

‘Het bepalen van Euralcodes wordt nooit routine’

Goed te doen

Bepalend voor het indelen in de juiste Euralcode is de herkomst van de afvalstoffen. Daarom moet eerst worden gekeken uit welk proces het afval is ontstaan. In de handreiking staan 20 hoofdstukken waaruit de gebruiker kan kiezen. In de volgende stap moet nog specifieker de herkomst van de afvalstof worden bepaald. Zo vallen onder het hoofdstuk ‘Afval van thermische processen’ meerdere subcategorieën, zoals ‘Afval van elektriciteitscentrales’ en ‘Afval uit de ijzer- en staalindustrie’. Elke subcategorie bestaat weer uit verschillende soorten afvalstoffen. Bij elke soort staat een Euralcode die direct duidelijk maakt of een afvalstof gevaarlijk is en of de regelgeving voor gevaarlijk afval van toepassing is. Van Huet: ‘Door het stappenplan is het voor zo’n 90% van de afvalstoffen vrij eenvoudig om de juiste Euralcode te vinden. Zo wordt dat ook ervaren door mensen in de praktijk.’

Voor de resterende 10% van de afvalstoffen is het lastiger om de eigenschappen te bepalen. Deze ‘complementaire afvalstoffen’, zoals slib van afvalwaterbehandeling en inktcartridges, kunnen door hun gemengde samenstelling gevaarlijk of niet-gevaarlijk zijn. De handreiking gaat uitgebreid in op deze afvalstoffen en geeft een vervolgstappenplan om alsnog te komen tot de juiste Euralcode. Daarin komen alle mogelijke gevaarlijke eigenschappen aan bod.

Kees Oranje, medewerker van afvalverwerker Renewi/Mineralz

‘Bij complementaire afvalstoffen moet je meer inspanningen verrichten’, zegt Kees Oranje, werkzaam bij afvalverwerker Renewi/Mineralz en namens de Vereniging Afvalbedrijven lid van de begeleidingscommissie die meeschreef aan de handreiking. Zijn werkgever is gespecialiseerd in het reinigen en recyclen van verontreinigde grond en minerale afvalstoffen, zoals bodemassen afkomstig van afvalverbrandingsovens. Dit zijn precies de afvalstoffen die als complementair worden beschouwd. Ook bij deze stoffen is de herkomst bepalend voor de Euralcode. Oranje: ‘Bij verontreinigde grond kan worden gekeken welke activiteiten er plaats hebben gevonden op of in de grond. Vervolgens kan aan de hand van metingen en analyses de samenstelling van de afvalstof worden bepaald. Een stroomschema in de handreiking geeft uitsluitsel of er sprake kan zijn van gevaarlijke eigenschappen. Zodra de concentraties gevaarlijke stoffen boven grenswaarden uitkomen, wordt de afvalstof geclassificeerd als gevaarlijk. Overigens bestaat er door ervaring al vaak voldoende kennis over een afvalstof. Voor bodemassen is bijvoorbeeld bekend wat de gevaarlijke eigenschappen zijn. In zo’n geval kan de Euralcode sneller worden achterhaald.’

Belangrijk naslagwerk

Gezien de complexiteit van de complementaire afvalstoffen is de handreiking ook voor de door de wol geverfde afvalverwerker een belangrijk naslagwerk, vindt Oranje. ‘Natuurlijk zijn er Euralcodes die wij dagelijks gebruiken, maar het bepalen van Euralcodes wordt nooit routine. Daarvoor zijn de mogelijke risico’s te groot. De handreiking is ook voor ons een handig hulpmiddel.’

Andere classificatiesystemen

De Handreiking Eural gaat uitsluitend in op het werken met de Europese Afvalstoffenlijst. Op afvalstoffen zijn daarnaast nog andere classificatiesystemen van toepassing. Bij transport over de weg geldt bijvoorbeeld de regelgeving voor transport van gevaarlijke stoffen volgens het internationale verdrag ADR. Een indeling van gevaarlijke stoffen wordt ook gegeven in de Europese Seveso-richtlijn, de regelgeving voor zware ongevallen met chemische stoffen. En in de CLP-verordening over de indeling (Classification), etikettering (Labelling) en verpakking (Packaging) van chemische stoffen en mengsels. De gevaarskenmerken van stoffen uit de CLP-verordening, worden in de Eural gebruikt om de gevaarlijke eigenschappen van afvalstoffen te bepalen. In de Handreiking Eural staat achtergrondinformatie over de wet- en regelgeving die te maken heeft met gevaarlijke stoffen en hoe deze in elkaar grijpt en samenwerkt.