Einde aan gedoogbeleid varkens- en pluimveehouderijen

De Stoppersregeling intensieve veehouderij vervalt op 1 januari 2020. Wat betekent dit voor varkens- en pluimveehouders die hebben aangegeven hun activiteiten te zullen beëindigen? Hoe gaat er gehandhaafd worden door de omgevingsdiensten?

Voor varkens- en pluimveehouders die zich gemeld hebben als stopper is 1 januari 2020 een belangrijke datum. Dan moeten ook zij voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Dat heeft als doel om de emissies uit stallen zoveel mogelijk te beperken. In het besluit staan de maximale emissiewaarden voor ammoniak en fijnstof. Daarmee komt er een einde aan het gedoogbeleid dat al in 2009 begon.

Volgens de voorloper van het Besluit emissiearme huisvesting – het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij uit 2005 – moesten veehouders op 1 januari 2010 een emissiearme stal hebben. Omdat veel ondernemers hier niet in slaagden, werd in 2009 het Actieplan Ammoniak in het leven geroepen. Verschillende categorieën kregen uitstel en hoefden pas later te voldoen aan de maximale emissiewaarden. Een van de groepen waarvoor een uitzondering werd gemaakt, waren de stoppers: varkens- en pluimveehouders die van plan waren om hun bedrijf vóór 2016 te beëindigen. Zij hoefden volgens de ‘Stoppersregeling intensieve veehouderij’ geen emissiearme stal te hebben, maar moesten in plaats daarvan wel (minder kapitaalintensieve) ‘stoppersmaatregelen’ nemen om de ammoniakemissie te beperken. Met het vervangen van het Besluit huisvesting door het Besluit emissiearme huisvesting, werd de termijn opgerekt: de stoppers moeten per 1 januari 2020 daadwerkelijk zijn gestopt of alsnog voldoen aan de maximale emissiewaarden.

‘Wie stopt, moet dit melden in het kader van het Activiteitenbesluit’

Stoppers zijn er in vele soorten. Er is een groep die inmiddels is gestopt. Hun percelen hebben in sommige gevallen al een andere bestemming gekregen, bijvoorbeeld wonen. Daarnaast zijn er veehouders die nog niet zijn gestopt, maar dit waarschijnlijk doen voor het einde van dit jaar. Dan is er nog een groep die toch doorgaat met het houden van varkens of pluimvee. Hoe dan ook, alle veehouders die meedoen aan de Stoppersregeling moeten vóór 1 januari 2020 actie ondernemen. De bedrijven die stoppen moeten hiervan een melding doen op grond van het Activiteitenbesluit. De veehouders die doorgaan, moeten ervoor zorgen dat hun stallen vanaf begin volgend jaar voldoen aan de eisen uit het Besluit emissiearme huisvesting. Ook moeten zij een melding doen op grond van het Activiteitenbesluit.

Dossiers opgevraagd

Hoeveel varkens- en pluimveehouders er landelijk zullen stoppen is niet duidelijk. In het werkgebied van Omgevingsdienst Achterhoek hebben alleen al zo’n 1.000 ondernemers aangegeven hun varkens- en/of pluimveetak te willen beëindigen. De uitvoeringsorganisatie houdt deze stoppers ‘al heel lang in de peiling’, vertelt vergunningverlener Roy Borkes. ‘Toen onze omgevingsdienst in 2013 door 10 gemeenten is gevormd, zijn wij meteen met de Stoppersregeling aan de gang gegaan. Wij hebben in de eerste 3 jaar alle ingediende stoppersformulieren getoetst en zijn nagegaan of de bedrijven met hun stoppersmaatregelen voldeden aan het gedoogbeleid. De veehouders hebben daarna een brief van onze omgevingsdienst gehad met daarin de vastgelegde stoppersmaatregelen. Daarna zijn alle bedrijven bezocht door onze handhavers om te kijken of zij inderdaad de betreffende maatregelen hadden getroffen. In de meeste gevallen bleek dit zo te zijn. Wie er niet aan voldeed, kreeg een termijn om alsnog de maatregelen te nemen.’

‘Sommige varkenshouders vinden het moeilijk om te stoppen, gezien de gunstige varkensprijzen’

Inmiddels is het bijna 2020. Sommige bedrijven in de Achterhoek zijn volgens Borkes inmiddels gestopt, andere hebben een doorstart gemaakt en melding gedaan of een nieuwe vergunning aangevraagd voor het houden van varkens of pluimvee. Borkes: ‘De overige bedrijven zijn het afgelopen voorjaar opnieuw aangeschreven. Zij moeten laten weten wat zij gaan doen. Wie stopt, moet dit melden in het kader van het Activiteitenbesluit. Wij controleren daarna of deze bedrijven daadwerkelijk zijn gestopt. Wie doorgaat, moet dit melden of een omgevingsvergunning aanvragen. De veehouders die meer dan 200 koeien, 2.000 vleesvarkens, 750 zeugen of 40.000 stuks pluimvee willen houden, zijn vergunningplichtig.’

Ammoniakrechten verhandelen

Op de brief zijn volgens Borkes bij de omgevingsdienst ‘heel wat telefoontjes’ binnengekomen van bedrijven die inderdaad gestopt waren of die nader uitleg wilden hebben. Ook heeft een deel gereageerd door het doen van een melding of het aanvragen van een vergunning. Borkes: ‘Tot nu toe hebben 335 veehouders niet gereageerd. Na 1 januari zijn dat de eerste bedrijven die door onze handhavers bezocht zullen worden.’

Wat de 335 bedrijven gaan doen – stoppen of doorgaan – is volgens vergunningverlener Frans Hakvoort moeilijk te zeggen. ‘De varkensprijzen zijn momenteel gunstig, dus het kan zo maar zo zijn dat sommige ondernemers besluiten om toch door te gaan. Andere bedrijven zijn misschien terughoudend met het melden dat zij gestopt zijn. Door het wegvallen van de Programma Aanpak Stikstof worden de ammoniakrechten van veehouders waarschijnlijk weer verhandelbaar. Maar wie stopt, loopt het risico zijn rechten te verliezen. Ik kan me voorstellen dat sommige veehouders de regelgeving willen afwachten en daarom nog niet hebben gemeld dat zij zijn gestopt.’

Heidi Holtermans, inspecteur van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.

Mestkelders leeg

In de omgeving Nijmegen is het aantal bedrijven dat heeft gezegd te zullen stoppen veel kleiner. De circa 60 varkenshouderijen die zich hadden aangemeld voor de Stoppersregeling zijn de afgelopen jaren bezocht door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. ‘Het merendeel van de veehouders had de geschikte stoppersmaatregelen genomen, maar er waren ook ondernemers die dachten dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen. Zij hebben gewoon gewacht totdat wij langskwamen en daarna pas de maatregelen genomen’, vertelt Heidi Holtermans, inspecteur van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen.

Van de 60 bedrijven heeft een aantal in de loop der jaren een andere bestemming gekregen. Deze bedrijven zijn overgestapt op bijvoorbeeld akkerbouwactiviteiten of hun perceel heeft een woonbestemming gekregen. Ook zijn er bedrijven die al eerder een doorstart hebben gemaakt met het houden van varkens. Zo zijn er volgens Holtermans 34 bedrijven overgebleven. Zij hebben begin dit jaar een brief van de omgevingsdienst ontvangen en zijn in oktober weer bezocht. Holtermans: ‘Wij hebben de veehouders er opnieuw aan herinnerd dat zij een melding moeten doen als zij stoppen of doorgaan. Verder hebben wij aangekondigd dat wij de stoppers begin volgend jaar zullen bezoeken om te controleren of de stallen leeg zijn. In verband met het uitrijverbod hebben zij daarna tot eind mei om hun mestkelder leeg te maken. In het najaar kijken wij dan of dat ook is gebeurd.’

In een spagaat

Bij de laatste bedrijfsbezoeken bleek volgens Holtermans dat het merendeel van de 34 bedrijven zijn stallen al leeg had gemaakt. ‘Er zijn nog een paar die toch nog een laatste ronde varkens doen, maar er zijn ook een aantal veehouders die het moeilijk vinden om te stoppen, zeker gezien de gunstige varkensprijzen. Zij overwegen om een doorstart te maken door over te stappen op scharrelvarkens. In dat geval hoeven zij niet te voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting, zolang het inpandige en uitpandige oppervlak van de varkens aan bepaalde afmetingen voldoet. Deze bedrijven moeten deze verandering uiteraard wel melden.’

Ook zijn er volgens Holtermans 4 bedrijven die door willen gaan met het houden van varkens en straks moeten voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. ‘Aan 2 bedrijven is inmiddels al een omgevingsvergunning milieu verleend, maar deze bedrijven zitten wel in een spagaat. Van ons hebben zij toestemming gekregen, maar van de provincie nog niet. Die moet nog beoordelen of de veehouders voldoen aan Wet natuurbescherming, maar wacht hiermee totdat er een landelijk stikstofbeleid is.’