Hoofdstuk 1

Dit artikel hoort bij: Jaaroverzicht #01

Gebruik duurzame energie

Grote tablet met daarop de kaart van Schouwen-Duiveland. Een hand beweegt eroverheen.

Kansen voor energielandschappen in beeld

Duurzame Energielandschappen en Ecosysteemdiensten op Schouwen-Duiveland (DEESD) zoekt naar mogelijkheden om een duurzame regionale energievoorziening op het Zeeuwse eiland te realiseren. Afgelopen jaar is bekeken welke ecosysteemdiensten aan deze ambitie kunnen bijdragen.

Belangrijke ecosysteemdiensten voor Schouwen-Duiveland zijn grondgebonden voedselproductie, de productie en regulering van zoet water in de bodem, en ruimte voor recreatie en toerisme. Aan de hand van verschillende toekomstscenario’s heeft onderzoeksbureau Alterra (Wageningen University) gekeken hoe deze ecosysteemdiensten zich ontwikkelen. Conny Buijs, adviseur Leefomgeving: ‘De grootste groei wordt verwacht voor de ecosysteemdienst hernieuwbare energie, waar Schouwen-Duiveland nu nog laag scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde.’

Inpassing in het landschap

De vraag is nu wat het toevoegen van bijvoorbeeld windmolens, zonnepanelen en biomassacentrales betekent voor de voedselproductie, de aantrekkelijkheid van het landschap voor toeristen en het waterbeheer. In een workshop half november tijdens het seminar Energieneutraal Schouwen-Duiveland mochten de aanwezigen, waaronder afgevaardigden van verschillende (lokale) overheden, kennisinstituten, marktpartijen en bewoners meedenken over de inpassing in het landschap. Twee typen inrichtingen kwamen naar voren: één met alle energietechnologie geclusterd rond Zierikzee, de Brouwersdam en Neeltje Jans. Bij het tweede alternatief concentreerde de kansen voor technologie zich langs wegen en dijken.

Vervolg

De verkenning DEESD is eind 2014 officieel afgerond, maar de weg naar een duurzame regionale energievoorziening stopt daarmee niet. ‘Het project heeft bijvoorbeeld geleid tot een nieuw onderzoek waarin gemeente, provincie, glastuinbouwbedrijven, een hovenier en Rijkswaterstaat de hoeveelheid biomassa op het eiland in beeld brengen. Is er voldoende biomassa voor een of meerdere biomassacentrales?’

Rijkswaterstaat zelf heeft met DEESD veel geleerd over energielandschappen en ecosysteemdiensten. ‘De vraag is nu hoe we de consequenties van onze projecten op ecosysteemdiensten in de planvorming kunnen meenemen. DEESD toont aan dat dit tot betere keuzes kan leiden.’ De komende tijd wordt dan ook gebruikt om het begrip ecosysteemdiensten een plek te geven binnen de verschillende beleidsafdelingen van Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Scroll verder naar beneden voor andere projecten over duurzame energie...

Een truck met sproei-installatie op geasfalteerde weg in landelijk gebied besproeit het gras naast de weg.

CO2-opslag in de snelwegberm

Het mineraal olivijn kan CO2 aan zich binden waardoor carbonaat ontstaat. Daarmee kan het mogelijk een bijdrage leveren aan het oplossen van het CO2-probleem. In 2014 testte Rijkswaterstaat het uitstrooien van dit mineraal uit in een van zijn snelwegbermen, ter voorbereiding op een omvangrijkere pilot.

Het initiatief voor toepassing van olivijn in snelwegbermen komt van het bedrijf greenSand, dat olivijn verkoopt als relatief goedkope manier voor CO2-vastlegging. Hans Schmitz, adviseur Leefomgeving: ‘De mensen van greenSand zijn op zoek naar geschikte locaties om dit mineraal als poederachtig zand uit te strooien. Vandaar dat ze ons, als grootgrondbezitter, hiervoor hebben benaderd. Voor Rijkswaterstaat kan dit een interessant product zijn om de CO2-footprint terug te dringen.’

Testen

Tijdens twee testen afgelopen voorjaar bekeek Rijkswaterstaat hoe olivijn goed in de berm kan worden aangebracht. Dat gebeurde in samenwerking met het directoraat-generaal Milieu en Internationaal van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de initiatiefnemer greenSand, de uitvoerende aannemer en de fabrikant van de strooiwagen. Schmitz: ‘In droge vorm ontstaat er een stofwolk, wat uiteraard niet wenselijk is. Nat uitstrooien verhelpt dit. Daarnaast hebben we gekeken naar de optimale korrelgrootte en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen bij uitvoering van de pilot.’

50 ton

In 2015 staat deze pilot op het programma, waarbij olivijn op het areaal van Rijkswaterstaat Noord-Nederland over een lengte van 16 kilometer bermbreed als een dunne laag wordt aangebracht. GreenSand heeft daarvoor 50 ton van het mineraal ter beschikking gesteld. ‘Enerzijds onderzoeken we de CO2-reductie, door een jaar lang het carbonaatgehalte te meten. Uiteindelijk zou 1 kilo olivijn ongeveer 1,25 kilo CO2 moeten opslaan, maar dat is een proces van meerdere jaren. Daarnaast brengen we de negatieve gevolgen in kaart voor de waterkwaliteit en vegetatie. Olivijn bevat namelijk een kleine hoeveelheid nikkel en mag dus niet zomaar in de natuur worden uitgestrooid.’

Green deal

Rijkswaterstaat werkt om die reden met betrokken partijen aan een Green Deal, waarmee de pilot toch groen licht krijgt. ‘De uitdaging is om een positieve balans te vinden tussen baten, de CO2-binding, en mogelijke lasten. Dat zou uiteindelijk kunnen leiden tot aanpassing van bestaande regelgeving.’

Scroll verder naar beneden voor andere projecten over duurzame energie...

3 mannen met bouwhelmen op schudden elkaar de hand

Green Deal Duurzame Logistiek in de Bouw

Minder impact van de bouw op de leefomgeving door 20 procent efficiënter te werken, 20 procent minder hinder te veroorzaken en 20 procent duurzamer te zijn in 2020. Dat is de inzet van de Green Deal Duurzame Logistiek in de Bouw. In 2014 is er hard gewerkt aan het samenstellen van het pakket afspraken en voorbeeldprojecten; begin 2015 zullen betrokken overheden, marktpartijen en kennisinstellingen de Green Deal ondertekenen. Ook Rijkswaterstaat, als grote opdrachtgever, speelt een belangrijke rol. Centraal thema bij duurzame logistiek: een focus op procesinnovaties in plaats van productinnovaties.

De urgentie van efficiëntere logistiek in de bouw is hoog: 30 procent van het wegverkeer is bouwgerelateerd, terwijl dat verkeer vaak lang niet volledig beladen is. Dat zorgt voor meer CO2-uitstoot, fijnstof, geluidsoverlast en voor files en opstoppingen, vooral in binnensteden. De inefficiënte aanvoer van materialen kost aannemers geld door verspilling van arbeidsuren en materialen. Daarnaast staan materialen die overblijven in de weg, wat ten koste gaat van de veiligheid op de bouwplaats.

Stimuleren en faciliteren

Aannemers zijn dus gebaat bij een betere planning en integrale sturing, in een vroegere fase, van materiaalaanvoer. Niet op de laatste plaats omdat er veel geld mee is te besparen. Opdrachtgevers hebben ook een rol: zij kunnen duurzame logistiek stimuleren bij aanbestedingen, maar ook faciliteren. Joris Vijverberg, coördinator voor Rijkswaterstaat: ‘Als Rijkswaterstaat zetten we dit thema nu al op de agenda in de projecten Zuidasdok, A13/16 en het deelproject A9 Gaasperdammerweg van Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA-A9GDW). Daarnaast is Rotterdam de eerste gemeente waarbij we dit thema in samenwerking met de markt en opdrachtgevers oppakken.’

Concrete afspraken

De Green Deal maakt van alle plannen concrete afspraken. Coen Faber, coördinator van de Green Deal (voor de markt, kennis en overheid): ‘Op de Innovatie-estafette in 2013 hebben we het startschot gegeven, in 2014 hebben we de doelen en afspraken uitgewerkt en aangescherpt. Een activeringsdenktank, met een select aantal aannemers en ketenpartijen stellen samen de Green Deal op. Hierin komen dan de afspraken, acties en aantallen projecten te staan waar de partijen gezamenlijk aan willen werken. Zo bereiken we een groot draagvlak voor de uitvoering en daarnaast dat meer marktpartijen en opdrachtgevers gaan meedoen.’

Scroll verder naar beneden voor andere projecten over duurzame energie...

Vrachtauto's en ander verkeer op de snelweg.

Asfalt met lagere rolweerstand mogelijk renderend

Tweelaags zeer open asfaltbeton (zoab) heeft een lagere rolweerstand dan zoab+. Daardoor rijden personenauto’s er soepeler overheen, gebruiken ze minder brandstof en stoten ze minder CO2 uit. Onbekend is nog of hetzelfde effect geldt voor vrachtwagens. Een recent uitgevoerde quickscan maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) laat zien dat tweelaags zoab zich pas uitbetaalt als het ook een positief effect heeft op het vrachtverkeer.

De rolweerstand van zoab wordt met name bepaald door de wegdektextuur. De kleinere korrelgrootte bij tweelaags zoab zorgt daarom voor 2 tot 3 procent minder brandstofverbruik en CO2-uitstoot van personenauto’s ten opzichte van zoab+. Ook is het fijnere zoab stiller.

Rendement

De aanleg- en onderhoudskosten van dit type wegdek zijn echter hoger dan bij zoab+. Het rendement van dit duurdere asfalt is daarom afhankelijk van de effecten op rolweerstand bij vrachtwagens. Alleen voor personenauto’s is het vanuit CO2-besparing namelijk geen rendabele maatregel, blijkt uit de MKBA voor tweelaags zoab. Onderzoek naar het effect van tweelaags zoab op de rolweerstand bij vrachtverkeer kan de MKBA positief maken, maar voor vrachtverkeer ontbreken echter nog de effectgegevens.

Internationaal

Verwacht wordt dat banden van vrachtwagens minder gevoelig zijn voor wegdektextuur. Aan de andere kant: een kleine afname van weerstand kan nog steeds een flink effect hebben op verbruik, door de massa van vrachtwagens. Rijkswaterstaat bekijkt nu hoe verder onderzoek het beste vorm kan krijgen. Ook neemt Rijkswaterstaat deel aan MIRIAM, een internationaal onderzoek naar rolweerstand.

Hieronder volgt nóg een mooi project over duurzame energie...

Ledverlichting langs de A44 bij schemer in de avond. Auto's rijden over de weg; een trein (sprinter) rijdt over het spoor naast de snelweg.

Meer zicht met minder licht

Met de nieuwste generatie ledlampen en betere wegmarkeringssystemen liggen er voor Rijkswaterstaat enorme kansen om wegverlichting zuiniger en veiliger te maken, zeker wanneer beide goed op elkaar worden afgestemd. Verlichtingsdeskundige Willem Zandvliet is betrokken bij een innovatietraject, dat in 2014 startte.

De huidige lichtnormen voor wegverlichting specificeren alleen een lichtniveau en de gelijkmatigheid van het licht. De komst van nieuwe technieken biedt echter mogelijkheden ook andere eisen mee te nemen. ‘Goed contrast, vermijding van verblinding en voldoende adaptatietijd voor het oog zijn net zo goed van belang voor de verkeersveiligheid. Willen we aan nieuwe verlichtingsconcepten de juiste functionele eisen kunnen stellen, dan is een nieuwe waarderingsmethode onmisbaar.’

Eyetracking

Rijkswaterstaat heeft daarom in 2014 het initiatief genomen voor Perceptie 3.0, een innovatietraject waarin de samenwerking wordt gezocht met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Doel is een waarderingsmethode te ontwikkelen die de mentale belasting van de bestuurder objectief vaststelt. ‘Daarvoor willen we eyetracking toepassen, een techniek afkomstig uit de luchtvaart. Door de oogbeweging van een bestuurder te volgen, zie je onder welke omstandigheden iemand mentaal overbelast raakt, zo gezegd gedesoriënteerd raakt.’

Samenwerking

In 2014 inventariseerde Perceptie 3.0 onder meer welke partijen een financiële of inhoudelijke bijdrage willen leveren aan dit onderzoek. In 2015 moet deze samenwerking – waarvoor nog partners gezocht worden – concreet vorm gaan krijgen. Daarnaast wordt er een businesscase uitgewerkt en een voorlopige meetmethodiek bepaald. ‘Belangrijk is inzichtelijk te krijgen welke oogbewegingen bij desoriëntatie horen en welke bijvoorbeeld bij vermoeidheid.’

Veiliger

Wanneer financiering en samenwerkingsverband rond komen, volgt in 2016 een eyetracking-pilot. Het onderzoek moet uiteindelijk leiden tot nieuwe richtlijnen voor wegverlichting, waarmee innovatieve en alternatieve verlichting kan worden getoetst. ‘We verwachten dat een andere kijk op verlichting de veiligheid verhoogt en kosten bespaart.’

Klik op de pijltjes links en rechts om naar een ander artikel te gaan. Klik op het menu-icoon - de drie streepjes linksboven - om de inhoudsopgave te bekijken.