Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit van de Waddenzee. Dat wil zeggen dat we de samenstelling van het water bewaken. Schoon water is een belangrijke voorwaarde voor het leven op het Wad. Schoon water is rijk aan planten en dieren en is geschikt voor de bereiding van drinkwater.

Verschillende indicatoren vertellen ons hoe het met de kwaliteit van het water staat. Met metingen analyseren we precies welke stoffen in het water voorkomen. Maar wanneer vormt een stof een bedreiging? Door te kijken naar dieren en planten die gerelateerd zijn aan deze stoffen, kunnen we daar een inschatting van maken. Zo weten we of het nodig is om maatregelen te treffen of beleid aan te passen.

Rick Hoeksema (adviseur watermanagement)

Voedselketen meten

Rick Hoeksema, adviseur watermanagement, vertelt: 'Een voorbeeld is fytoplankton. Ook wel bekend als algen. Fytoplankton vormt de basis van de voedselketen in zoet water en in de zee. Het is een belangrijke graadmeter om het effect van verhoogde of verlaagde concentraties voedingsstoffen in het water in kaart te brengen. Zijn er bijvoorbeeld veel blauwalgen te vinden? Dan gaat het niet goed met de waterkwaliteit.'

Zeegras

Kostbare kraamkamer

Zeegras wordt wel de kraamkamer van de Waddenzee genoemd. Op dit plantje komen organismen voor die als voedsel dienen voor vogels en vissen. Dat maakt zeegrasveld een geliefde broed- en schuilplaats.

In Nederland is zeegras een bedreigde soort geworden na de aanleg van de Afsluitdijk. Met als doel zeegras terug te brengen in de Waddenzee heeft Rijkswaterstaat, samen met de Waddenvereniging, diverse malen donorzaad uit Duitse zeegrasvelden gehaald en in de Waddenzee geplant. De resultaten vallen helaas tegen. Zeegras komt op het Wad nog voor langs de kust van Terschelling, langs de Groninger kust en op de Hond/Paap in de Eemsmonding bij Delfzijl.

Samen met provincies en gemeenten meet Rijkswaterstaat of het water geschikt is om in te zwemmen.

Waddenzee-natuur gebruiken, beschermen en beleven

De Waddenzee is het grootste Natura 2000-gebied van Nederland. In 2016 stelde Rijkswaterstaat daarom een Natura 2000-beheerplan op, in samenwerking met andere ministeries en betrokken provincies. Het beheerplan geeft richting aan natuurbeheer en natuurontwikkeling. Met het beheerplan beschermen we de zeebodem, kwelders en broedgebieden voor vogels. We verbeteren bijvoorbeeld broedplekken voor kustvogels. En we bepalen waar er op kwelders vee mag grazen.

Meer informatie? Download het Natura 2000-beheerplan Waddenzee.

We versterken de kust van vogeleiland Griend met zand dat vrijkomt bij vaargeulonderhoud.
Aante Nicolai (projectleider Natura 2000 Waddenzee)

Natuurherstel vogeleiland Griend

De eerste maatregel van het Natura 2000-beheerplan is de uitvoering van een zandsuppletie op het vogeleiland Griend. Dit onbewoonde Waddeneiland tussen Terschelling en Harlingen is onmisbaar voor kustbroedvogels en honderdduizenden trekvogels. Maar het eiland werd aangetast door de golven en zou langzaam in zee verdwijnen. Op initiatief van de vereniging Natuurmonumenten herstelden we het eiland. Door middel van zandsuppletie heeft het eiland een brede vooroever gekregen. Deze moet Griend lange tijd beschermen tegen het verder afspoelen van grond. 

Aante Nicolai, projectleider Natura 2000 Waddenzee, vertelt: ‘Bij alles wat we doen, is het uitgangspunt dat we de natuur zo min mogelijk verstoren. Door werkzaamheden slim te combineren, beperken we bijvoorbeeld de ingreep en het aantal vaarbewegingen. Zo gebruikten we bij Griend het vrijkomend zand uit vaargeulonderhoud. Hierdoor hoefden we geen nieuw zand aan te voeren.’

‘Niet alleen bij het plannen, maar ook bij de uitvoering van werkzaamheden denken we na over hoe we de verstoring beperken. Zo gebruikten we ’s nachts groen licht op het eiland en werken we buiten de broedperiode. Verder werd het werk tijdens springtij (de periode van het getij waarin het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is) stilgelegd. Zo hinderden we de trekvogels minder.’