In de loop der jaren hebben we geleerd dat het afsluiten van water, zoals door de aanleg van de Afsluitdijk, negatieve effecten heeft op de natuurlijke dynamiek van het Waddengebied. Daarom passen we onze kustlijnzorg zo veel mogelijk aan op de natuur.

Unieke werkwijze

Door wind en stroming verdwijnt er zand van de kust. Omdat de zandbanken, duinen en stranden onze belangrijkste bescherming zijn tegen de zee, brengen we jaarlijks 12 miljoen m3 extra zand aan. Dit noemen we zandsuppletie. We halen zand uit de Noordzee en spuiten dit op strategische plekken op het Wad. Hierdoor komt het zand op natuurlijke wijze, door stroming of verstuiving vanaf de duinen, op de juiste plekken terecht. Rijkswaterstaat werkt dus echt sámen met de natuurlijke dynamiek van het Wad. Deze werkwijze is uniek in de wereld!

Meten is weten

Rijkswaterstaat voert al bijna 100 jaar metingen uit in het Waddengebied. Nergens ter wereld is er zo veel data over een natuurgebied beschikbaar. Door deze gegevens te analyseren weten we hoe het Waddengebied functioneert en van vorm verandert. Aan de hand daarvan voorspellen we hoe de bodem en kustlijn zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Zo kunnen we ons land tegen de zee beschermen, zonder de natuur te verstoren. Het Waddengebied is een van de laatste wildernissen op Aarde en dat willen we graag zo houden.

Metingen in het Waddengebied
De vuurtoren op Ameland
Robert Zijlstra (adviseur morfologie)

Inspelen op klimaatverandering

Voor goed beheer van de Waddenzee moeten we langetermijnbeslissingen nemen. Dit doen we vanuit het landelijke Deltaprogramma. We moeten bijvoorbeeld een goede inschatting maken van de benodigde zandvoorraad voor de komende decennia. Dat kan als we weten hoe het zand zich verplaatst. Daarom onderzoeken we in het programma Kustgenese 2 de zeegaten in het Waddengebied. Zeegaten zijn openingen tussen de eilanden waar de Waddenzee overgaat in de Noordzee.

Vanuit de vuurtoren op Ameland monitoren we de natuurlijke verplaatsing van zand in het Waddengebied. Met innovatieve techniek maken we beter gebruik van de radarbeelden. Vanuit de golfbewegingen, die met die radarbeelden worden vastgelegd, kan de bodemdiepte berekend worden. Hiermee proberen we de beweging van zand beter te begrijpen én te voorspellen.

Robert Zijlstra, adviseur morfologie vertelt: ‘Met deze simpele en snelle methode hebben we datagegevens van ieder moment. Dit is belangrijke input voor rekenmodellen, waarmee we het tempo en verloop van de natuurlijke verplaatsing van zand naar de Waddenzee voorspellen. Zo berekenen we hoeveel zand nodig is om het Waddensysteem in stand te houden en de kustlijn mee te laten stijgen met de zeespiegel.’

‘Ook starten we komend jaar een pilot bij Ameland. We willen onderzoeken wat de effecten van zandsuppletie in een zeegat zijn op de ecologie en de waterveiligheid. We hebben nog niet eerder een zandsuppletie bij een zeegat uitgevoerd, dus we leren ook over de uitvoerbaarheid van een suppletie op deze plek. Dit alles met als doel om zandsuppletie nog gerichter te kunnen inzetten en zo de kust van de eilanden en de Waddenzee in stand te houden.’

Zandsuppletie op het strand van Ameland
Laura Dijkman (omgevingsmanager)

Verruiming waterkeringen Vlieland en Terschelling

We gaan de eilanden beter beschermen tegen hoogwater van de Noordzee. Daarom verruimen we de primaire waterkeringen op Terschelling en Vlieland: de zandige keringen. De waterkering zorgt ervoor dat de duinen voldoende sterk zijn bij extreme stormcondities en de eilandbewoners droge voeten houden. Door de waterkering uit te breiden, beschermen we een groter deel van de bebouwing op de eilanden tegen overstroming.

Laura Dijkman, omgevingsmanager, vertelt: 'Bij het opstellen van het uitvoeringsbesluit hebben we de belanghebbenden betrokken. Zij kwamen naar meedenksessies en informatiemarkten. Eilandbewoners zijn zeer begaan met hun leefomgeving en beschikken over veel lokale kennis. Fysiek verandert er niet veel aan de waterkeringen. Er komt alleen hier en daar extra zand bij. In onze berekeningen houden we rekening met de zeespiegelstijging van de komende 50 tot 200 jaar. Daarom kijken we of er voldoende zand en ruimte aanwezig is. Zo kunnen de duinen meegroeien met de zeespiegelstijging.’