Om ons werk in het Waddengebied te begrijpen, is een uitleg van de dynamiek van het Wad op zijn plaats. Dat is een verhaal over stroomgeulen, wadplaten, banken en stranden. En een verhaal met 3 hoofdrolspelers: de buitendelta, de eilanden en de vloedkom in de Waddenzee achter de eilanden. Kortom: een spel van water, zand, slib, golven en wind.

Stroming doet het werk

Beweging. Daar gaat het om in dit spel. Water stroomt met de getijden van de Waddenzee naar de Noordzee en andersom. In beide richtingen neemt de stroming zand en slib met zich mee. Is het vloed, dan schuurt zand vanaf de Waddeneilanden en de zeemonding mee richting de kust. Zodra het peil daalt, nemen de golven het zand weer mee terug naar de eilanden en de achterliggende zandbanken. Een natuurlijk evenwicht.

Grootste van Europa

Tijdens de vorming van onze kust hebben getij en golven gigantische hoeveelheden materiaal aangevoerd: zand en klei uit de Noordzee en slib uit de grote rivieren. Door de beweging van het getij zijn in de Waddenzee geulen en platen ontstaan. Geulen zijn diepe gedeelten in het vaarwater. Wadplaten vallen droog wanneer het water laag staat. Je vindt deze geulen en platen tussen de Waddeneilanden en het vasteland. De platen vormen een intergetijdegebied: een gebied dat onder water staat bij vloed en droogvalt bij eb. Met een oppervlakte van zo’n 7.500 km2 heeft de Waddenzee het grootste intergetijdegebied van Europa. Dat bepaalt ook de grote natuurwaarde van het gebied en de reden waarom het op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Het beschermen waard!

Ernst Lofvers (adviseur morfologie)

Schild voor de kust

Zandbanken, eilanden, wadplaten en kwelders beschermen onze kust als een schild. De golven worden afgeremd en verliezen kracht. Met slechts een restant van hun oorspronkelijke kracht bereiken de golven vanuit de Noordzee de kust van Noord-Nederland. Zo beschermt het Waddengebied onze kust tegen gevaarlijk hoge golven.

Ernst Lofvers, adviseur morfologie, vertelt: ‘Afgelopen duizenden jaren werd de invloed van de mens steeds groter in de Waddenzee. Ontwatering van veengebieden leidde eerst tot grote doorbraken en overstromingen. Sinds zo’n duizend jaar werden de begrenzingen door waterkeringen en polders steeds bepalender voor het natuurlijk verloop van het Waddensysteem. Dit heeft nog steeds gevolgen voor de vorming van de huidige Waddenzee.

Zo hebben de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en die van de Lauwerszee in 1969 nog steeds belangrijke invloed op de ontwikkelingen van de Waddenzee. Plekken waar het water minder stroomt, vullen zich met slib en zand, en waar het harder is gaan stromen hebben geulen zich verdiept. Het zal mogelijk nog honderden jaren duren voordat de Waddenzee haar nieuwe dynamische evenwicht heeft gevonden.

Ook stijgt de zeespiegel en daalt de diepe bodem door bijvoorbeeld gaswinning. Maar uit onze meting blijkt dat de Waddenzee deze bewegingen nog prima kan volgen, met het zand en slib dat uit de Noordzee komt. Gemiddeld genomen wordt de Waddenzee zelfs steeds ondieper. Gezegd wordt ook wel dat de Waddenzee aan ‘zandhonger’ leidt. Dit kan op termijn leiden tot een steeds grotere opgave om de vaargeulen open te houden voor de scheepvaart. Daarop zal geanticipeerd moeten worden. Hoe zorgen we voor een duurzame bereikbaarheid van de havens en eilanden? Anderzijds leidt de zandhonger van de Waddenzee tot erosie (afslag) van de eilandkusten en van de zandbanken in de Noordzee. Omdat deze zandvoorraad van groot belang is voor de kustveiligheid vult Rijkswaterstaat deze voorraad geregeld aan door zandsuppleties. Als de zeespiegel sneller zou gaan stijgen is ook meer zand nodig om de kustzone te laten meestijgen. Dit proces houden we voortdurend in de gaten.'