< Ga terug naar hoofdstuk 4

‘De kern van smart mobility is data’, zegt Laurens Schrijnen, tot deze zomer directeur van De Innovatiecentrale in Helmond en nu adviseur smart mobility. ‘Lussen in de weg geven nuttige, maar beperkte informatie. Floating car data uit auto’s kunnen ons nog veel meer vertellen.’

Laurens Schrijnen

Sommige floating car data zijn op te vangen met behulp van bluetooth-kastjes langs de weg. Zo geplaatst, en niet duur bovendien. Zo’n kastje vangt alle bluetooth-signalen uit auto’s op, bijvoorbeeld van smartphones. ‘Dat gebeurt volstrekt anoniem’, zegt Laurens. ‘We willen niet weten wie daar rijdt. Het gaat ons er alleen maar om dát er iemand rijdt.’ Ieder apparaat heeft zijn eigen code. Als je die code bij bluetoothkastje 1 registreert en 500 meter verder bij bluetoothkastje 2, kun je bijvoorbeeld de snelheid meten. ‘Gegevens van één auto zeggen nog niet zo veel. Maar als je de snelheid van 5% van de voertuigen kunt meten, weet je of het verkeer een beetje kan doorrijden.’

Velsertunnel

Een mooie illustratie van de mogelijkheden van bluetooth biedt de renovatie van de Velsertunnel. Op 15 april 2016 ging die voor 9 maanden dicht vanwege een grootscheepse renovatie. De opknapbeurt zorgt dus voor langdurig flinke hinder. Om de hinder te beperken, nam Rijkswaterstaat diverse maatregelen, waarvan vooral de aanleg van tijdelijke verbindingswegen van en naar de A9/Wijkertunnel in het oog sprong. De verwachting was dat de verkeersdruk op het onderliggend wegennet in de IJmond dusdanig zou veranderen, dat alle serviceproviders ook hier over de juiste actuele data moeten beschikken. Om in deze behoefte te voorzien, wordt nu op de betreffende trajecten data ingewonnen via bluetooth-kastjes. ‘Learning by doing, dat is hoe we het moeten aanvliegen’, vindt Laurens. ‘Wil je weten wat we met smart mobility kunnen bereiken? Ga het doen! Doen is het nieuwe denken, zeg ik altijd maar.’

Lussen

‘Voor sommige informatie hebben we nog steeds meetlussen in de weg nodig’, zegt Laurens. ‘Bijvoorbeeld om de verkeersintensiteit te meten.’ Lussen registreren immers alle passerende auto’s, en blijven die functie vervullen zolang bluetoothkastjes of andere alternatieven ze overbodig maken. Het enige nadeel: ze bevinden zich maar op een beperkt aantal plekken. ‘We hebben 20.000 lussen. Dat lijkt heel veel. Maar vergelijk het eens met de mogelijkheden van 1 miljoen auto’s die hetzelfde meten, overal…’

Ruitenwissers en mistlichten

In heel veel auto’s is nu al veel nuttige informatie beschikbaar. Denk alleen maar over een simpele vraag als: staan de ruitenwissers aan? Laurens: ‘Hebben 100 automobilisten hun wissers aan op de hoogste stand? Dan wijst dat op een hoosbui, misschien te lokaal voor het KNMI om op te merken. Met zulke data kan de verkeerscentrale besluiten er een weginspecteur naartoe sturen, om ter plaatse te kijken wat de risico’s zijn.’ Andere gegevens die auto’s kunnen registreren zijn: gaten in de weg, gebrekkige markering, borden langs de weg, mist, waterplassen op de weg.

‘Onze meetlat is altijd de weggebruiker. Wat wordt die er wijzer van?’, zegt Laurens. Juist daarom vindt hij het belangrijk om de mogelijkheden van floating car data in de praktijk te verkennen: ‘Innovatie komt niet uit de lucht vallen. Daar moet je heel hard aan werken.’


< Ga terug naar hoofdstuk 4