Rivierhout helpt om de ecologische balans in onze wateren te herstellen. Dat blijkt uit het innovatieve pilotproject dat Rijkswaterstaat in 2014 is gestart. Bij een inventarisatie in 2016 zijn elf nieuwe soorten ontdekt. Zo dook de – sinds 1875 verdwenen – kokerjuffer op in de Nederrijn Lek. Na tientallen exemplaren in gestuwde rivieren, zijn nu ook de eerste dode bomen in vrij-afstromende rivieren geplaatst.

Rijkswaterstaat heeft er decennialang aan gewerkt om onze rivieren te temmen, zodat burgers veilig achter de dijken kunnen wonen en scheepvaart onbelemmerd het water kan doorkruisen. Al langer is bekend dat inheemse vissen en waterdiertjes minder wel varen bij de huidige inrichting van onze wateren. Rijkswaterstaat voert allerlei projecten uit om hier verandering in te brengen. Veelal als maatregel binnen de KRW. Opdracht: verbeter het water maximaal, zonder dat het zijn bestaande functies verliest.

Missend puzzelstukje

Toch leek er een puzzelstukje te missen. Want ondanks alle maatregelen, zoals nevengeulen en natuurvriendelijke oevers, keerden de oorspronkelijke rivierbewoners niet terug. Uit onderzoek blijkt dat dood hout in de rivier het ecologisch herstel bevordert. Op en bij het rivierhout vinden vissen en andere waterdiertjes volop voedsel en beschutting; een veel geschikter leefgebied dan de eenvormige kale zandbodems en de milieuvreemde stortstenen. Daarom heeft Rijkswaterstaat in de afgelopen drie jaar tientallen dode bomen gelegd in ondiep water bij oevers en in kribvakken. Stevig verankerd, zodat er geen gevaar voor de scheepvaart kan ontstaan. En aanvankelijk alleen in gestuwde rivieren, omdat daar het waterpeil vrijwel constant is.

Wat, waarom en hoe?

Het lijkt eenvoudig, het plaatsen van dood hout in rivieren, maar er komt heel wat bij kijken. Wat zijn geschikte locaties? Welke bomen zijn bruikbaar? Hoe maken we ze vast? Hoe houden we in de gaten wat de ontwikkelingen zijn? Wat zijn de kosten? Eigenlijk is elke situatie weer anders en dus maakt Rijkswaterstaat elke keer weer nieuwe afwegingen. Samen met betrokken partijen en partners. Speciaal voor initiatiefnemers en uitvoerders hebben we in 2016 een publicatie gemaakt, waar alle afwegingen in beschreven staan.
Van boom tot beheer. www.rijkswaterstaat.nl/rivierhout.

Uitbreiding naar Waal en IJssel

In 2016 heeft Rijkswaterstaat de pilot – inmiddels een KRW-maatregel – voorzichtig uitgebreid naar de Waal en de IJssel: beide ongestuwde rivieren. Bij de Waal zijn tien bomen verankerd in de nevengeul in de Klompenwaard. Bij Hattem aan de IJssel zijn twaalf bomen in het water gelegd. Dood hout in ongestuwde rivieren vraagt om een volkomen andere aanpak: als de bomen te diep komen te liggen (bij een hoog waterpeil), komt er te weinig licht bij. Als de boom net onder de waterspiegel ligt, kan hij bij laag water droog komen te staan. In beide gevallen niet ideaal. De zoektocht naar geschikte locaties en de gesprekken daarover zijn daarom nog in volle gang. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met scheepvaart, natuurorganisaties, gemeenten en watersportverenigingen.

Verbluffende resultaten

Om erachter te komen of het rivierhout daadwerkelijk effect heeft, monitoren we wat er op en rond het hout leeft. De bomen blijken een magneet te zijn voor allerlei soorten. Al na een paar maanden zijn de resultaten verbluffend. Aan de takken vormen zich draadalgen die vissen en waterdiertjes aantrekken. Bijzonder is ook dat we in 2016 in een eikentak de kenmerkende dansmug Stenochironomus hebben aangetroffen. Dit is een gangen-in-hout-knagende soort die we nog niet eerder in de Rijntakken is waargenomen.

Kokerjuffer keert terug

In het voorjaar van 2016 zijn bij een bemonstering in de Nederrijn-Lek en IJssel elf soorten ongewervelden ontdekt die al decennialang niet meer in de Nederlandse rivieren voorkwamen. De vondst van de kokerjuffer Brachycentrus subnubilus haalde de landelijke pers: het beestje is sinds 1875 niet meer in de grote rivieren aangetroffen.

Kokkerjuffer