Het Noordzeekanaal is een van de belangrijkste routes voor trekvis in Nederland. Daarom maken Rijkswaterstaat, de omliggende waterschappen, de provincie Noord Geleidelijke overgang van zoet naar zout water Holland en gemeenten van het kanaal een snelweg voor trekvissen.

Het Noordzeekanaal is een bijzonder kanaal. Als een van de weinige wateren in ons land verloopt de overgang van zoet naar zout water hier geleidelijk. En dat is gunstig voor trekvissen die op en neer pendelen tussen de Noordzee en de polders in laag Nederland; zij kunnen zich rustig aanpassen aan het veranderende zoutgehalte. Het Noordzeekanaal is dan ook een onmisbare schakel voor trekvissen in het stroomgebied Rijn-West. Tegelijkertijd zorgen obstakels als sluizen, stuwen en gemalen ervoor dat trekvissen zich niet vrijuit kunnen verplaatsen, waardoor ze in hun voortbestaan worden bedreigd. Daarom hebben Rijkswaterstaat, de omliggende waterschappen, provincie Noord-Holland en gemeenten de handen ineengeslagen.

Vispassages optimaliseren en aanleggen

De afgelopen jaren hebben al deze partijen – in het kader van de KRW – hard gewerkt aan het realiseren van betere verbindingen in het Noordzeekanaalgebied. Zo zijn er door of met medefinanciering van Rijkswaterstaat tien vispassages aangelegd en geoptimaliseerd. Vier nieuwe passages staan nog op de planning. Een van de vissoorten die profiteert van deze maatregelen is de Europese paling. De paling wordt – afhankelijk van zijn levensfase – ook wel glasaal, rode aal of schieraal genoemd. Als kleine glasaal zwemmen ze vanuit de zoute Noordzee via het Noordzeekanaal naar het zoete polderwater in laag Nederland. Daar groeien ze op als rode aal. Als schieraal trekken ze uiteindelijk weer terug naar zee, waar ze na een lange zwemtocht aankomen in de Sargassozee – in de buurt van de Bermudadriehoek – om te paaien.

Obstakel: zeesluizen IJmuiden

Een van de obstakels waarmee de Europese paling op zijn trektocht te maken krijgt, zijn de zeesluizen bij IJmuiden. Daarom heeft Rijkswaterstaat in 2016 twee maatregelen genomen. Ten eerste hebben we het gemaal visvriendelijker gemaakt. Door het toerental van de pompen te verlagen, kan meer schieraal het gemaal levend passeren. Daarnaast hebben we de Kleine Sluis op een innovatieve manier vispasseerbaar gemaakt. Bij deze passage maken we namelijk handig gebruik van de rinketten – afsluitbare openingen – in de sluisdeuren. Als er niet wordt geschut, worden de schuiven van de rinketten, afhankelijk van het tij, automatisch in zo’n stand gezet dat trekvissen er gemakkelijk doorheen kunnen zwemmen. De vispassage Kleine Sluis wordt in 2017 in gebruik genomen.

Effecten monitoren

Belangrijk onderdeel van de KRW-maatregelen voor trekvissen is monitoring: werken de vispassages naar behoren of moeten we samen met de waterschappen extra maatregelen nemen om de migratie van trekvissen nog meer te bevorderen? Zo monitoren we in 2017 het effect van de vispassage in de Kleine Sluis voor glasaal en schieraal. Ook brengen we dan het voor- en najaarsaanbod van deze trekvis in IJmuiden in kaart en onderzoeken we samen met de waterschappen en andere partijen de passage van glasaal en schieraal bij de overgangen langs het kanaal naar de boezemwateren. De afgelopen jaren hebben we met hulp van een grote groep vrijwilligers al veel informatie verzameld over de verspreiding van glasaal over de intrekpunten naar de boezemwateren. De komende jaren wordt dit onderzoek, aangevuld met andere methoden, herhaald.

Natuuroevers Noordzeekanaal zijn weer zo goed als nieuw

Het Noordzeekanaal herbergt een unieke levensgemeenschap, die gebonden is aan het brakke water. Ten westen van veerpont Buitenhuizen zijn aan weerszijden van het kanaal natuur vriendelijke oevers aangelegd: de natuuroevers Spaarnwoude en Buitenhuizen. In 2016 hebben we deze oevers opgeknapt, waardoor ze beter bestand zijn tegen erosie. Ook zijn bomen en struiken verwijderd en is het riet op een deel van de oevers gemaaid. Daarnaast zijn – in samenwerking met de Vogelbeschermingswacht Zaanstreek – de oeverzwaluwwand en ijsvogelwand in oude luister hersteld. Beide vogelsoorten hebben de nieuwe betonnen wanden meteen al in 2016 ontdekt en hebben er hun jongen grootgebracht.