Dit artikel hoort bij: KRW jaarrapportage 2016

2. Is goed, goed genoeg? Naar een betere ecologische waterkwaliteit

In dit hoofdstuk van deze jaarrapportage nemen we – onder de noemer ‘Is goed, goed genoeg’ – de ontwikkelingen op het gebied van ecologische waterkwaliteit onder de loep. We gaan in op de vragen die op dit moment leven – op de lopende discussie – en op de gevolgen hiervan voor de toekomst. Tegelijkertijd weten we dat lang niet alle antwoorden op deze vragen voorhanden zijn. En dat hoeft natuurlijk ook niet. Zolang we ons maar realiseren welke ontwikkelingen er zijn, welke gevolgen die (kunnen) hebben, en – misschien net zo belangrijk – waar deze ontwikkelingen vandaan komen. Daarom kijken we in dit hoofdstuk niet alleen naar de toekomst van ecologische waterkwaliteit, maar beschouwen we ook het verleden en het heden.

2.1 Op naar 2027!

Gezond water is van levensbelang als bron van leven voor mens en natuur. Daarom werkt Rijkswaterstaat met het programma KRW aan een verbetering van de ecologische waterkwaliteit.
2027 is het jaar waarin de afspraken met Brussel hun beslag moeten krijgen. Dan moeten de doelen van de KRW zijn gehaald. Maar zijn we er dan al helemaal? Moeten we ook na 2021 op dezelfde voet doorgaan? Welke rol spelen keuzes uit het verleden en staan we daar nog steeds achter? En met welke nieuwe ontwikkelingen moeten we rekening houden?

2.2 Scherpe keuzes maken

De eerste periode na het van kracht worden van de KRW is gebruikt om de problematiek op het gebied van ecologische waterkwaliteit in kaart te brengen. Wat is er aan de hand? Hoe staat het ervoor? En waarom is de ecologische waterkwaliteit ‘zoals ‘ie is’? Daarna zijn de doelen – wat willen we bereiken? – en de bijbehorende maatregelen in kaart gebracht. Wat gaan we doen? En hoe gaan we het doen? Daarbij zijn van meet af aan scherpe keuzes gemaakt. Bij het vaststellen van de beoogde doelen is de bestaande fysieke toestand van de grote wateren als uitgangspunt genomen. De achterliggende gedachte hierbij was dat terugkeer naar een (bijna) natuurlijke situatie niet te combineren viel met bijvoorbeeld goede waterveiligheid, de scheepvaart, zoetwatervoorziening en de landbouw. Het zou leiden tot significante negatieve effecten aan deze functies. Ook het kostenaspect speelde een rol. Het terugbrengen van de volledig natuurlijk oorspronkelijke situatie zou disproportionele kosten met zich meebrengen.

Veenwortel

Gevolgen voor de grote wateren

De systematiek van de KRW biedt lidstaten dan ook de mogelijkheid om bepaalde maatregelen niet uit te voeren als ze significante schade zouden aanbrengen aan de huidige functies, zoals de scheepvaart, landbouw of waterveiligheid. Tegelijkertijd blijkt meer en meer dat in een aantal systemen een extra inzet nodig lijkt voor het gezond krijgen van ecosystemen. Een voorbeeld: om de waterkwaliteit in het
IJsselmeergebied structureel te verbeteren, moeten ook de dijken, het peilbeheer en de harde oevers worden aangepast. Dit heeft echter grote gevolgen voor de landbouw, de waterveiligheid én de kosten van de maatregelen. Een ander voorbeeld is het Grevelingenmeer, een zoutwatermeer dat in 1987 is ontstaan als onderdeel van de deltawerken. Nog steeds is hier geen stabiele ecologische situatie bereikt. Om het watersysteem duurzaam op orde te brengen zouden we natuurlijke zoet zoutovergangen en getijdendynamiek moeten herstellen.

2.3 Meekoppelen: succesfactor uit de eerste tranche

De eerste tranche van het programma KRW is in 2010 van start gegaan. Tussen 2010 en 2015 hebben we een fors pakket aan maatregelen voor het ecologisch herstel van de rijkswateren uitgevoerd. Wel heeft het kabinet als gevolg van bezuinigingen besloten om ongeveer een derde van de voorgenomen maatregelen uit te stellen tot na 2015.

Samenwerken is het devies

Een van de succesfactoren van de eerste tranche is dat we ons best hebben gedaan om – waar mogelijk – ‘mee te koppelen’. Dit betekent dat we de samenwerking hebben gezocht met andere waterbeheerders én met andere grote programma’s binnen Rijkswaterstaat. Zo leggen we samen met vrijwel alle waterschappen beekmondingen aan en realiseren we vispassages tussen rijks- en regionale wateren. Daarnaast voeren grote RWS-programma’s, zoals Ruimte voor de Rivier en Maaswerken, KRW-maatregelen uit. Bijvoorbeeld door bij projecten meteen natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Meekoppelen leidt dan ook tot een kostenefficiëntere uitvoering en minder overlast voor de omgeving; er hoeft immers maar een keer in een gebied gewerkt te worden. Daarom zetten we deze aanpak voort in de tweede en derde tranche. Meer weten over hoe we meekoppelen in de praktijk brengen? Bekijk dan de etalageprojecten in deze rapportage.

2.4 Continu verbeteren

Het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (BPRW) 2016 - 2021 stelt dat er in de rijkswateren ten opzichte van 2009 een substantiële verbetering te zien is van met name de biologische kwaliteitselementen en de fysisch-chemische parameters.

Ook voor een aantal chemische stoffen is er langzaam verbetering te zien. Zo neemt de concentratie tributyltin in de rijkswateren inmiddels duidelijk af. Tegelijkertijd zijn de einddoelstellingen van de KRW nog niet gehaald. Reden is dat het tijd kost voordat met name de ecologische maatregelen effect hebben. Daarnaast speelt het ‘one-out, all-out-principe’ van de KRW een rol. Dit betekent dat het hele waterlichaam niet voldoet aan de KRW-hoofddoelstelling als één van de parameters of kwaliteitselementen er niet aan voldoet. Kijken we bijvoorbeeld alleen naar de individuele oordelen van de chemische toestand van het water, dan voldeed in 2015 meer dan 85 procent aan de norm.

We zijn er nog niet

Hoewel we kunnen concluderen dat Nederland er op het gebied van ecologische waterkwaliteit op dit moment redelijk voorstaat, weten we ook dat we er nog niet zijn. Dat is logisch; de eerste tranche van het KRW-programma is pas net afgerond. Bovendien zijn we in 2016 begonnen met de uitvoering van het maatregelenpakket van de tweede tranche, die loopt tot 2021. Deze maatregelen zijn overigens te vergelijken met die uit de eerste tranche.

Tegelijkertijd realiseren we ons dat al deze maatregelen zijn gebaseerd op de huidige kennis van de relatie tussen maatregel en effect. Er is dan ook veel dat we nog niet weten! Daarom voeren we tijdens de tweede tranche studies uit naar de morfologische ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers, vismigratie stroomafwaarts en mogelijkheden voor aanpassingen in het peilbeheer. De resultaten van deze studies en pilots gebruiken we voor de afweging en programmering van het maatregelenpakket na 2021 – de derde tranche. Zo zorgen we ervoor dat we ook voor de KRW het algehele motto van Rijkswaterstaat hanteren: continu verbeteren.

Zomersneeuw: een uniek fenomeen

Bij de KRW is meten zeer belangrijk. Tekenen van ecologisch herstel zijn echter niet altijd te meten of met parameters in kaart te brengen. Een mooi voorbeeld is ‘zomersneeuw’. Dit fenomeen ontstaat doordat eendagsvliegen op verlichte plekken met duizenden tegelijk uit het water komen om te paren. De grote wolken witte vliegen lijken op een hevige sneeuwbui – vandaar de naam zomersneeuw. Door watervervuiling stierf de eendagsvlieg in de jaren dertig van de vorige eeuw uit. Sinds de rivieren schoner zijn geworden, zijn de ‘sneeuwbuien’ weer af en toe te zien. Zo zijn er in 2015 en 2016 weer massaal zomersneeuwbuien gemeld.

2.5 Goed of beter?

Is goed, goed genoeg? Of kan en moet het beter? Dat is – met het oog op de voorbereiding van de derde tranche en de uiteindelijke afronding van de uitvoering van maatregelen voor de KRW in 2027 – een belangrijke vraag. De evaluatie van de eerste tranche laat in elk geval zien dat het goed gaat, maar dat er ook ruimte is voor verbetering. Intern maken we deze slag door nadrukkelijk in te zetten op professionalisering, kennisuitwisseling en innovatie. Zo hebben we in 2016 regelmatig kennisbijeenkomsten georganiseerd, waarbij we elkaar bijpraten over belangrijke ontwikkelingen en innovaties. Ook nodigen we experts uit om extra uitleg te geven over bepaalde thema’s, zoals grondverwerving. Zo zorgen we voor betere samenwerking en voorkomen we dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Uiteraard houden we de blik niet alleen naar binnen gericht. Ook extern – buiten het programma – onderscheiden we een aantal belangrijke ontwikkelingen die meespelen bij de keuzes voor de derde tranche en de periode daarna. Op deze ontwikkelingen gaan we hieronder in.

Duurzaamheid en duurzaam waterbeheer

De vraag naar een betere, gezondere en aantrekkelijkere leefomgeving wordt steeds belangrijker. Rijkswaterstaat speelt hierop in met duurzame gebiedsontwikkeling. Hebben we het over ecologische waterkwaliteit, dan praten we meestal over duurzaam waterbeheer. Net als bij duurzame gebiedsontwikkeling gaat het hierbij vaak om een complex samenspel tussen Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, waterschappen, marktpartijen en andere organisaties. Al deze partijen hebben verschillende belangen en werken vanuit hun eigen verantwoordelijkheid aan een duurzame leefomgeving. Om dit samenspel inzichtelijk te maken, alle belangen in kaart te brengen en de samenwerking op gang te krijgen, is de Omgevingswijzer het instrument bij uitstek, evenals de andere instrumenten uit de Aanpak Duurzaam Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW). Het programma KRW is in 2016 aangewezen als één van de tien MIRT-voorlopers duurzaamheid (waarbij MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) binnen het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Natuurlijk werken we ook op dit moment al zo duurzaam mogelijk, bijvoorbeeld door in KRW-maatregelen alleen gebiedseigen grond te gebruiken. Hierdoor zorgen we voor de flora voor de beste uitgangssituatie en gebruiken we bovendien de natuurlijk aanwezige zaadbank.

Voortschrijdend inzicht en beelden die veranderen

We zijn ons bewust van de gevolgen van de keuzes die in het verleden zijn gemaakt met betrekking tot het programma KRW. Er zijn genoeg signalen die aangeven dat als de KRW-maatregelen in 2027 zijn gerealiseerd bepaalde wateren ecologisch mogelijk toch nog niet goed functioneren. De verklaring ligt voor een groot deel in het verleden: in tekortkomingen in de KRW-monitoringssystematiek voor de diepe wateren en vooral in het feit dat bij het vaststellen van de KRW-opgave de huidige, sterk veranderde fysieke inrichting van de grote wateren als uitgangspunt is genomen.

Zoals eerder al is toegelicht, was de achterliggende gedachte dat terugkeer naar een (bijna) natuurlijke situatie niet te combineren viel met een goede waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Nu blijkt dat de huidige inrichting het ecologisch functioneren van de grote wateren meer in de weg staat dan gedacht. Daar komt bij dat ons programma voor een aantal grote wateren geen of beperkte maatregelen bevat, omdat de benodigde maatregelen naar verwachting te duur 292 van de 302 KRW-maatregelen Monitoring naar eerste tranche gerealiseerd ecologische doelen In 2016 gestart met de uitvoering van de tweede tranche. In totaal 234 KRW maatregelen KRW-jaarrapportage 2016 | 25 zouden zijn. Voor een goede ecologische waterkwaliteit zijn daarom aanpassingen nodig van bijvoorbeeld de bestaande dammen en dijken en moeten we anders omgaan met baggerspecie. Er is kortom sprake van voortschrijdend inzicht en veranderende denkbeelden. We realiseren ons uiteraard dat de politiek in de toekomst op dit gebied andere keuzes kan maken.

Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoet Water

De ontwikkeling naar grote wateren met een goede ecologische waterkwaliteit gaat niet van vandaag op morgen. En dat hoeft ook niet. Het is een transitie waaraan we binnen Rijkswaterstaat stap voor stap invulling geven door in te spelen op nieuwe kennis, praktijkervaring en de kansen die zich voordoen. De Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoet Water speelt hierbij een belangrijke rol. In 2016 hebben veel partijen – waaronder Rijkswaterstaat, de waterschappen en lokale overheden, industrie en landbouw – zich hieraan gecommitteerd. De aanpak bevat 120 acties om de waterkwaliteit verder te verbeteren. Daarbij gaat het ten eerste om een verbetering van de chemische waterkwaliteit, bijvoorbeeld op het gebied van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnen. Ook de bescherming van grondwater als bron van drinkwater is onderdeel van de delta-aanpak. Daarnaast staat de verbetering van de ecologische kwaliteit van de grote wateren op de agenda.

Dit derde punt wordt door Rijkswaterstaat opgepakt met een speciaal programma: de Delta-aanpak Grote Wateren. Dit programma is aanvullend op het lopende werk voor onder meer de KRW. Het programma gaat aan de slag met de hierboven geschetste problematiek van de grote wateren en de aanvullende maatregelen om de grote wateren op de langere termijn – in 2050 – ecologisch goed te laten functioneren. Zo heeft Rijkswaterstaat samen met andere partijen in kaart gebracht welke maatregelen – aanvullend op het KRWprogramma – nodig zijn om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Het gaat hierbij onder meer om projecten gericht op grootschalig systeemherstel, zoals het realiseren van een zout Volkerak-Zoommeer en de Marker Wadden. Voor sommige wateren liggen de plannen al op de plank (Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, Oosterschelde). Voor andere wateren is het probleem helder, maar de oplossing nog niet (Wadden, Eems-Dollard, Westerschelde, IJsselmeergebied). En in weer andere gevallen is eerst meer inzicht nodig in het probleem en de mogelijke oplossingen (Rijntakken, Maas, Haringvliet). De beoogde maatregelen vormen niet alleen een aanvulling op de lopende en geplande maatregelen voor de KRW, maar ook voor Natura 2000. Daarnaast passen ze bij het toekomstbeeld van de Natuurambitie Grote Wateren (NAGW).

Financieel is de opgave van de Delta-aanpak Grote Wateren nog grotendeels ongedekt. Wel heeft de Tweede Kamer aan de minister van IenM gevraagd om – samen met de regio’s – financieringsconstructies uit te werken voor een gefaseerde uitvoering van de rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Daarnaast lopen er proefprojecten, zoals de Markerwadden, geulwandsuppleties in de Oosterschelde en kleirijperij in de Eems-Dollard.

De Delta-aanpak Grote Wateren en het programma KRW willen zo veel mogelijk samen optrekken. Op die manier werken we – op een praktische en efficiënte manier – samen aan een nóg betere ecologische waterkwaliteit.

Water bij Volkerak-Zoommeer