Rijkswaterstaat werkt in het Nederlandse stroomgebied van de Maas op veel plekken aan de oevers en uiterwaarden. Ook in 2016 is er weer veel moois opgeleverd met De Maas vrijwel altijd meer dan één resultaat: een aantrekkelijker leefgebied voor riviergebonden planten en dieren gaat hand in hand met verbetering van de hoogwaterveiligheid. Maar ook met recreatie, natuurontwikkeling en (soms) historie. Wat is de Maas voor een rivier en wat zijn de pareltjes van 2016?

Zoals elke grote rivier heeft ook de Maas zijn eigen specifieke en bijzondere kenmerken. Het water in de Maas komt uit de lucht vallen: regen in het hele stroomgebied vult de rivier. Het beginpunt van de Maas bevindt zich in Noord-Frankrijk, op het Plateau van Langres. Van daaruit stroomt de rivier door België naar Nederland. De totale lengte is 935 kilometer, daarvan stromen er 250 door ons land. Het verval van de Maas in Nederland is 45 meter, waarvan ongeveer 20 meter tussen Eijsden en Roermond. Dat is voor Nederlandse begrippen veel. Bijzonder is het Limburgse deel van de Maas, ook wel Grensmaas of Gemeenschappelijke Maas genoemd. Hier volgt het water nog zijn natuurlijke loop: kronkelend over ondiepe grindbanken, niet bevaarbaar en ongestuwd. Scheepvaart volgt op dit stuk het Julianakanaal, dat parallel loopt aan de Grensmaas.

Ondiep water, vaargeul intact

Behalve een regenrivier is de Maas – vanaf het punt waar de rivier geen Grensmaas meer is – ook een gestuwde rivier. Vanaf Maasbracht tot aan Lith zijn zeven stuwen gebouwd die de rivier op diepte – en dus bevaarbaar – houden. Ook in deze gecontroleerde situatie brengt Rijkswaterstaat op een aantal plekken de natuurlijke situatie weer zo veel mogelijk terug, gecombineerd met hoogwaterveiligheid. Samengevat: we creëren ondiep water, maar houden de vaargeul intact. Oevers worden waar dat kan ‘ontsteend’ voor een natuurvriendelijkere, geleidelijke, overgang van water naar land. We maken oude, verdwenen geulen weer zichtbaar en sluiten ze aan één kant aan op de rivier. Of we graven een nieuwe geul om planten, vissen en andere waterdieren weer een goede habitat te geven. In 2016 rondden we twee mooie projecten af: de herinrichting van de Maasuiterwaard De Blauwe Sluis bij Den Bosch en de herinrichting van de Hemelrijkse Waard bij Oijen.

Feiten en cijfers

  • Langs de Maas heeft Rijkswaterstaat inmiddels negentig kilometer aan natuurvriendelijke oevers gerealiseerd.
  • Er zijn negentien beekmondingen weer visoptrekbaar gemaakt.
  • We hebben meer dan tien uiterwaarden omgezet in riviernatuur

Grensmaas: bescherming tegen hoogwater én natuurontwikkeling

De Grensmaas is het enige stukje – vrij afstromende – grindrivier dat Nederland kent. Ongekend mooi! Na de overstromingen van 1993 en 1995 startte Rijkswaterstaat met De Maaswerken met als primaire doel de hoogwaterveiligheid op niveau te brengen. Alleen al aan Nederlandse zijde wordt op elf verschillende locaties gewerkt. Enkele deelprojecten zijn afgerond, andere lopen nog door tot 2025. Veiligheid was de eerste aanleiding, maar tegelijkertijd werken we aan natuurontwikkeling. Luchtfoto’s van het gebied bij bijvoorbeeld Geulle aan de Maas (opgeleverd in 2016) laten een adembenemend resultaat zien: een prachtige Grensmaas waarvan de grindbodem weerspiegelt in de zon.

1.100 hectare vrij spel voor de natuur
Over een afstand van 43 kilometer tussen Maastricht en Roosteren gaat het Consortium Grensmaas via zogeheten zelfrealisatie als volgt te werk: de stroomgeul wordt verdiept en de uiterwaarden verbreed, zodat de waterstanden bij hoogwater tot een meter lager zijn. Uitgangspunt: maximale benadering van de natuurlijke situatie. In totaal krijgt de natuur hier maar liefst 1.100 hectare de ruimte om zich te ontwikkelen. Bij de meest landinwaartse stukken winnen we grind en daarvoor in de plaats voegen we bovengrond toe. Dankzij deze grindwinning is het mogelijk de maatregelen budgetneutraal uit te voeren.

Geulen en poeltjes
In de verbrede geul komen grind en zandbanken weer terug: de natuurlijke situatie waardoor de waterkwaliteit verbetert en waarin meer planten en diersoorten kunnen leven. Talrijke geulen en poeltjes zijn letterlijk een kweekvijver voor kleine waterbeestjes, inheemse vissen en veel verschillende planten. Het is een kwestie van tijd voordat de zalm terugkeert in de Maas.

Blauwe Sluis: waterrijk natuurgebied

In het project Blauwe Sluis – dat Rijkswaterstaat in 2016 heeft opgeleverd – komen ecologische waterkwaliteit, hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling, recreatie en historie op een bijzondere manier samen. Rijkswaterstaat heeft dit project in 2012 opgepakt samen met het Waterschap Aa en Maas, de gemeente ’s-Hertogenbosch, Natuurmonumenten en Werkplaats de Gruyter.

‘Wij zijn blij dat dit stukje ’s-Hertogenbosch er weer mooi bij ligt en de bezoekers hier net als voorheen kunnen genieten van de natuur en het water. Dit past binnen onze bredere visie voor een Groene Delta rond de stad. De taakstelling van Rijkswaterstaat om te werken aan het ecologisch herstel van de rivier sloot hier naadloos op aan. Net als het programma MeerMaas van Natuurmonumenten, dat is gericht op het terugbrengen van natuurlijke uiterwaarden. Waterschap Aa en Maas en Werkplaats de Gruyter hebben met de pier nog een mooie dimensie toegevoegd aan de beleving van dit gebied.’

Jos van Son, wethouder ’s-Hertogenbosch

Natuurvriendelijke Maasoever
Blauwe Sluis is de naam van de verdwenen sluis en gelijknamige verdedigingsschans waarvan de contouren via een aarden wal weer zichtbaar zijn gemaakt. De aarde die Rijkswaterstaat hiervoor heeft gebruikt, is afkomstig uit de 500 meter lange natuurvriendelijke, ondiepe geul die is gegraven. Daarbij is ook de Maasoever aangepakt: de stenen bekleding is tot 50 centimeter onder het water weggehaald. Hierdoor is rustig, ondiep water ontstaan, een heus paradijs voor flora en fauna. Langzamerhand ontstaat bij deze natuurvriendelijke Maasoever een goed werkend ecosysteem dat een belangrijke voorwaarde vormt voor gezond en schoon water.

Naar hartenlust rondstruinen
Opvallend in de parkachtige omgeving die is ontstaan, is de recreatieve dijkpier tussen dijk en rivier. De pier ligt in het verlengde van het verdwenen fort en biedt bezoekers een prachtig uitzicht over de Maas. Mensen kunnen hier naar hartenlust rondstruinen, de dynamiek van het water ervaren en na afloop neerstrijken bij restaurant De Blauwe Sluis. Bijzonder aan het project is de samenwerking tussen vijf partijen. Dit heeft geleid tot een gebiedsgerichte aanpak waarin alle aspecten en wensen zijn meegenomen.

Ruig riviernatuurgebied Hemelrijkse Waard

De Hemelrijkse Waard is een groot gebied van 225 hectare – vergelijkbaar met 450 voetbalvelden. In opdracht van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten is de Hemelrijkse Waard omgetoverd van landbouwgrond naar een riviernatuurgebied met een drie kilometer lange nevengeul.

Randvoorwaarden bieden ruimte
Aan de start van het project is een intensieve voorbereiding vooraf gegaan. De daadwerkelijke uitvoering heeft slechts twee jaar geduurd – eind 2016 is het project opgeleverd. Rijkswaterstaat heeft bij de aanbesteding van het werk gekozen voor prestatie-inkoop (best value procurement), waarbij de uitvragende partij de meeste waarde voor de beste prijs verkrijgt. Het komt erop neer dat we niet alles dichtgetimmerd hebben, maar alleen de doelen hebben bepaald. Dit geeft inschrijvende partijen de mogelijkheid zich te onderscheiden op kwaliteit. Een van de randvoorwaarden: het uitvoerende team moest beschikken over een Maasecoloog.

Aanpak effectief
Deze aanpak blijkt in dit project heel geslaagd. De uitvoerende partij komt uit de regio en kent het gebied bijzonder goed. Zijn kennis en kwaliteiten gecombineerd met de expertise van de Maasecoloog vormen een cruciale succesfactor: ze zijn er samen toe in staat gebleken het oorspronkelijke plan van Rijkswaterstaat op bepaalde punten aan te scherpen en naadloos te laten aansluiten bij de doelen.

Langgerekte zandige eilanden en rivierhout
Het resultaat is onder meer een drie kilometer lange nevengeul met flauw oplopende natuurlijke oevers. Langgerekte zandige eilanden begrenzen de geul en het ondiepe water is een aantrekkelijke plek voor flora en fauna. De bakenbomen die zijn gerooid om de nevengeul aan te leggen, zijn in de oever van de nevengeul en de Maasarm neergelegd. Stevig verankerd. Dit dode rivierhout vormt een soort koraal waar vissen en waterdiertjes zich kunnen verschuilen en voedsel kunnen vinden. Tegendraadse oplossing Landinwaarts is het oorspronkelijke reliëf dat de Maas in een ver verleden vormde, hersteld. Lage delen zijn extra diep gemaakt, zodat er geulen zijn ontstaan. Dankzij een inventief idee van Maasecoloog Jos Rademakers is één daarvan aangesloten op de Teefelse Wetering. Hierdoor loopt er nu een langzaam stromende beek door de uiterwaard, in een gebied waar eigenlijk helemaal geen verval en dus stroming aanwezig is. Een waardevolle toevoeging, want daardoor is er ook een habitat voor stroomminnende soorten in de uiterwaard bij gekomen en dus nog meer biodiversiteit. Extra bijzonder is dat deze beek niet, zoals gebruikelijk, naar de rivier toe stroomt, maar andersom, van de Maas het land in, naar een inlaatpunt van het waterschap. Bij de monding kunnen wandelaars via een bruggetje oversteken. Ook is een deel van het winterbed verlaagd. Samen leveren deze maatregelen – als het nodig is – ruimte voor water op: bij hoogwater is de waterstand vier tot zeven centimeter lager dan voorheen. Bij wassend water kunnen wild en runderen zich verschansen op twee hoger gelegen delen.

‘In dit project is echt ruimte voor natuurontwikkeling vastgelegd, zonder de hoogwaterambitie uit het oog te verliezen. In de Hemelrijkse Waard kan de natuur zijn gang gaan: de natuurbeheerder hoeft niet continu te “poetsen, te schaven of te schuren”. Daarbij is het ondanks de uitdagende condities gelukt een stromende geul en waterstandschommelingen te creëren. Dat is bij een gestuwde rivier als de Maas een mooi ecologisch succes te noemen!’

Jos Rademakers, ecoloog

Monitoring van de verbetering van de ecologische waterkwaliteit

Om erachter te komen of onze maatregelen effect hebben, monitoren we de ecologische voortgang op een aantal punten langs de Maas. De monitoring is gericht op de oevers en is gestart tijdens de eerste tranche van het maatregelenpakket voor de KRW. Begin 2018 wordt de volgende rapportage verwacht die antwoord geeft op de vraag: zijn we op de goede weg om onze ecologische doelen te halen?

Alhoewel geldt dat waterleven langere tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen in een nieuwe habitat, is de voorzichtige conclusie dat het bij de Maasoevers die onder handen zijn genomen, de goede kant uit lijkt te gaan met de waterplanten en de visstand. Zo is er op verschillende plekken rivierfonteinkruid aangetroffen, een van de KRW-doelsoorten. En zien we meer inheemse en jonge vissen die van stroming houden. Ook de droge oever laat vooruitgang zien; daar vinden we een rijkere variatie aan vegetatie, evenals verschillende soorten sprinkhanen, libellen, juffers en vlinders. In de hogere steilranden keert de voorheen flink in aantal geslonken en beschermde oeverzwaluw in grotere getale terug om te broeden. Bij de macrofauna is er minder beweging; die ontwikkeling lijkt wat stil te staan. We bekijken nu hoe dat komt. Meten we bijvoorbeeld wel in het goede jaargetijde? En klopt de maatlat? Als bijvoorbeeld een bepaalde muggenlarve wordt aangetroffen die niet op de officiële maatlat staat, dan telt dat niet mee voor de KRW-score, terwijl die wel degelijk op een verbetering van de ecologische waterkwaliteit kan wijzen.

Wat betreft de inrichting hebben we geconstateerd dat een zandige ondergrond cruciaal is voor de gewenste plant- en diersoorten om terug te kunnen keren. Dat is namelijk de natuurlijke ondergrond van de Maas. Na het weghalen van de oeverstenen of de aanleg van een geul moet er dan ook een laag zand van minimaal één meter dik liggen en bijvoorbeeld geen klei. Verder maken we tegenwoordig in principe geen vooroevers meer langs de Maas. Het ecologische rendement van de ondiepe waterzone daarachter is te laag en de onderhoudslast door het snelle dichtslibben te hoog.