De Afsluitdijk vormt een barrière voor trekvissen. Dat geldt ook voor de Haringvlietsluizen. In beide gevallen neemt Rijkswaterstaat maatregelen om de vismigratie tussen de zoute zee en de zoete binnenwateren te verbeteren. Ook zijn er compenserende Vismigratiemaatregelen om de zoetwaterkwaliteit op peil te houden voor drinkwaterconsumptie en de landbouw.

Ons land is rijk aan waterkeringen. Voor de bescherming tegen hoogwater een zegen, maar voor de ecologische waterkwaliteit een vloek. Zout en zoet water zijn gescheiden, waardoor trekvissen niet goed vanuit de buitenwateren de binnenwateren kunnen bereiken en vice versa. Voor het paaien en opgroeien van jonge trekvis is dit wel nodig. Het gevolg: verschraling van de trekvissoorten en andere waterdiertjes en daardoor ook een daling van de ecologische waterkwaliteit.

Visvriendelijk sluisbeheer

Bij de Afsluitdijk is Rijkswaterstaat in 2015 en 2016 aan de slag gegaan met diverse maatregelen. Hierbij hebben we bestaande en nieuwe openingen in de dijk slim gecombineerd. We maken bijvoorbeeld gebruik van de bestaande schutsluizen om vissen door te laten. Speciaal voor de vissen zetten we ’s nachts de sluizen open, waardoor er jaarlijks maar liefst 160 miljoen extra vissen naar binnen kunnen komen. Van de 25 spuisluizen openen we er tien een kwartiertje eerder. Hierdoor komen er ongeveer 185 miljoen vissen per jaar naar binnen. Het zoute water dat met dit visvriendelijke sluisbeheer meekomt, moet worden afgevoerd. Daarom hebben we zoutwaterafvoersystemen geïnstalleerd. Zo blijft de zoetwaterkwaliteit goed voor landbouwdoeleinden én drinkwaterconsumptie. De zoutwaterafvoer werkt als volgt: bij Den Oever en Kornwerderzand hebben we een lange buis aangelegd vanaf de diepe kuilen waarin het zoute water zich verzamelt. Deze buis gaat door de dijk naar de Voorhavens aan de Waddenzeekant. Zodra het water op het IJsselmeer hoog staat, drukt dit het zoute water door lange buizen terug naar de Waddenzee.

Permanente doorgangen

Daarnaast heeft Rijkswaterstaat in 2015 een nieuwe opening in de Afsluitdijk gemaakt. Bij Den Oever, de Noord-Hollandse zijde van de Afsluitdijk, hebben we een vispassage aangelegd voor kleine vissoorten. Dit is een permanente verbinding die zorgt voor zoet water richting de zoute Voorhaven. Dit werkt als een lokstroom voor vis, die tegen de stroom in door de dijk zwemt. Bij monitoring in het voorjaar van 2016 is gebleken dat er op het hoogtepunt van de trek zo’n vijftigduizend glasaaltjes in één nacht door de vispassage zwemmen. Bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de Afsluitdijk, staat een vismigratierivier gepland. Dit is een kilometerslang ecoduct waarin trekvissen geleidelijk kunnen wennen aan de overgang tussen zout en zoet water. Initiatiefnemer van de vismigratierivier is De Nieuwe Afsluitdijk (DNA), een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Friesland en de gemeenten Hollands Kroon, Súdwest-Fryslân en Harlingen. Rijkswaterstaat en DNA hebben hiervoor in 2016 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Rijkswaterstaat legt de doorgang door de Afsluitdijk aan en DNA zorgt voor de voor- en achtertuin in de Waddenzee en het IJsselmeer. Dit totaalpakket aan maatregelen zorgt ervoor dat de verschillende vissoorten die massaal liggen te wachten voor de dijk, weer ruim baan krijgen.

Kierbesluit Haringvliet

De vissen in het Haringvliet – de monding van de rivieren Rijn en Maas – kampen met een vergelijkbaar probleem als die bij de Afsluitdijk. Door de harde scheiding tussen zout en zoet water als gevolg van de Deltawerken, hebben trekvissen grote moeite om vanuit de Noordzee het Haringvliet in te komen. Daardoor zijn de populaties van onder andere zalm, zeeforel, elft, fint en andere trekvissoorten sterk afgenomen. Om hier iets aan te doen, is in 2000 het Kierbesluit genomen. Dit betekent dat de Haringvlietsluizen vanaf 2018 op een kier worden gezet. De sluizen gaan open als de waterstand op het Haringvliet lager is dan op zee. Op die manier kunnen trekvissen zoals zalm en zeeforel de sluizen passeren richting hun paaigebieden, die stroomopwaarts liggen.

Brakwatergebied

Het openzetten van de sluizen zorgt er ook voor dat zout water binnen kan stromen, waardoor het westelijk deel van het Haringvliet gaat verzilten. Er komt een overgangsgebied tussen zoet en zout water. Zo ontstaat er een natuurlijker situatie, waar veel vissen baat bij hebben. Zoetwatervissen, zoals snoekbaars, kunnen nu ongewild met het zoete water mee naar zee spoelen. Het brakwatergebied dat ontstaat, fungeert als een signaleringssysteem voor deze vissen. Het waarschuwt hen dat ze van het ene water naar het andere water overgaan. Zo kunnen ze op tijd terugkeren naar het zoete water.

Snoek

Compenserende maatregelen

Maar deze verzilting van het Haringvliet kan ook gevolgen hebben voor de kwaliteit van het drinkwater en het water voor de landbouw. Daarom hebben Rijkswaterstaat, Waterbedrijf Evides en waterschap Hollandse Delta de handen ineengeslagen om de zoetwatervoorziening met compenserende maatregelen te behouden. i 54 | Rijkswaterstaat Per eiland zijn er projecten gestart. Bestaande waterinlaten zijn verplaatst, nieuwe waterinlaten zijn aangelegd en zoetwatertrajecten zijn verlengd. Al met al zijn er forse aanpassingen geweest in de zoetwatertracés. Een pittige klus, waarbij de samenwerkende partijen 35 tot 40 hectare grond moesten zien te verwerven. In september 2018 is de officiële oplevering van de nieuwe zoetwatertracés. Voorafgaand daaraan is er dan al een half jaar proefgedraaid om te kijken of de watersystemen goed functioneren en de zoetwaterkwaliteit met de aanleg van de nieuwe tracés goed op peil blijft. Zekerheid boven alles, zo redeneert het projectteam.

Kosten noch moeite

Het bijzondere aan het Haringvlietproject is dat de oorspronkelijke maatregel – de sluizen van de Haringvliet op een kier zetten – civieltechnisch slechts een kleine ingreep is. Het gaat immers om een veranderde functionaliteit van een bestaande waterkering. De compenserende maatregelen als gevolg van deze ingreep zijn echter van een behoorlijke omvang. Om de zoetwaterbalans goed op orde te houden, zijn kosten noch moeite gespaard. In eerste instantie was er grote weerstand onder de lokale bevolking: er was angst voor hoogwater en bezorgdheid om slecht drink- en landbouwwater. Maar Rijkswaterstaat, het waterschap en het drinkwaterbedrijf hebben samen met de betrokken boeren een plan gemaakt voor compenserende maatregelen. Dit heeft ook het proces van grondverwerving vergemakkelijkt. Met alle vijftig boeren en zonder één enkele onteigening kwam er overeenstemming. Ook de samenwerking tussen de drie partijen is uitstekend verlopen. Rijkswaterstaat, het waterschap en het drinkwaterbedrijf bleven ieder bij hun leest en hebben goed en snel samengewerkt op punten waar hun vakgebieden elkaar raakten.