Langs de IJssel en de Waal is hard gewerkt aan de ecologische waterkwaliteit. Soms zijn daarbij de doelstellingen van Ruimte voor de Rivier gekoppeld aan die van de KRW.

Deventer en Hengforderwaarden

Langs de IJssel bij Deventer zijn in het kader van Ruimte voor de Rivier sinds 2011 zes geulen gegraven, waardoor de IJssel bij hoogwater beter kan doorstromen. De geulen, eind 2015 opgeleverd, leiden tot een verlaging van de waterstand in de IJssel waardoor de kans op over stromingen wordt verkleind. Door de geulen staan de uiterwaarden meer in contact met de rivier en overstromen al bij lage hoogwaters de oeverzones en graslanden van de rivier. Dat is in 2016 voor het eerst gebeurd – in februari en in juni. Voor vissen ontstaat in de overstroomde graslanden dan een perfecte omgeving om te paaien. De jonge vis kan er schuilen tussen de vegetatie. Zodra het water weer zakt, trekken de vissen naar de altijd watervoerende geulen.

Ten noorden van Deventer, bij de Heng forderwaarden, heeft Rijkswaterstaat in 2015 en 2016 een extra verbinding met de IJssel aangelegd. In de oude situatie was het plassengebied aan één zijde met de rivier verbonden, waardoor het water stilstond en bovendien door een aalscholverkolonie erg vervuild was met uitwerpselen. Nu de plas zowel aan het begin als aan het eind met de IJssel is verbonden, stroomt deze een klein beetje mee met de IJssel en is de waterkwaliteit veel beter. Soorten die houden van ondiep stromend water kunnen hier nu geschikt leefgebied vinden. Omdat de Hengforderwaarden een bosrijk gebied is, ligt er veel hout in het water, wat bijzondere macrofauna aantrekt.

Jonge visjes schuilen onder dood hout

Geen rivier zo mooi als de IJssel wordt wel eens gezegd. Aan dit Oost-Nederlandse water in het stroomgebied Rijn is de afgelopen jaren hard gewerkt. Met verschillende maatregelen heeft Rijkswaterstaat ervoor gezorgd dat de kwaliteit van het water omhoog is gegaan en de doorstroming van het gebied is verbeterd. Zo hebben we in 2016 samen met waterschap Vallei en Veluwe op verschillende plekken langs de IJssel kleine nevengeulen – ongeveer vijftien meter breed en tussen de één en drie kilometer lang – gegraven. Deze ondiepe geulen stromen langzaam mee met de rivier en bieden een prachtig leefgebied voor jonge vis en andere waterbeestjes, zoals zoetwatermosselen, libellelarven en kokerjuffers. Als aan het eind van de zomer, bij dalende waterstanden, de geulen grotendeels droog vallen, is de vis inmiddels groot genoeg om te kunnen overleven in de hoofdgeul.

Natuurvriendelijke oever

In aanvulling op de kleine geulen heeft Rijkswaterstaat in 2016 de oevers langs de IJssel – in totaal elf kilometer – onder handen genomen. Steen is daarbij vervangen door zand en grind. Het nieuwe natuurvriendelijke karakter van de oevers biedt paairuimte aan vissen die hun eitjes vanwege het slib liever niet in de geulen leggen. Schelpdieren en insectenlarven kunnen zich ingraven in de zandbodem. Natuurvriendelijke oevers en geulen vullen elkaar zo mooi aan en zorgen er samen voor dat de riviernatuur in en bij het water weer gevarieerder wordt. Voor een juiste inpassing in het landschap werkt Rijkswaterstaat nauw samen met Staatsbosbeheer, dat als belangrijke grondeigenaar van het gebied een beheerplan heeft opgesteld. Ook de veiligheid voor de professionele scheepvaart is een belangrijke factor die meespeelt bij het uitvoeren van de maatregelen. Om aanzanding in de hoofdgeul te voorkomen, wordt de afvoer door de nevengeulen beperkt door duikers. En bij zeer lage waterstanden stromen de geulen niet meer mee, om te voorkomen dat de waterstand in de hoofdgeul te veel zou dalen.

WaalSamen

Ook bij de Waal heeft Rijkswaterstaat maatregelen genomen. Vanuit het project WaalSamen hebben we daarbij doeleinden van onder andere Ruimte voor de Rivier gekoppeld aan die van de KRW. Diverse andere riviergerelateerde beheerproblemen, zoals de bodemdaling van het zomerbed, pakken we hier integraal op. Zo hebben we in 2015 samen met Ruimte voor de Rivier ter hoogte van Ophemert, Dreumel en Wamel het zomerbed op vernieuwende wijze heringericht met twee stroomgeulen. Voor de scheiding van deze stroomgeulen hebben we langsdammen in de Waal geplaatst: dammen in de binnenbochten van de Waal die parallel aan de stroomrichting lopen en daarmee de kribben ter plekke vervangen. Door de ingreep is er naast een hoofdgeul voor de scheepvaart een oevergeul ontstaan. Het water krijgt zo meer ruimte bij hoogwater en kan beter worden afgevoerd. De langsdammen hebben openingen waarmee de stroomsnelheid, het waterniveau en het sedimenttransport bij normale en lage waterstanden kan worden beïnvloed.

Grootschalige monitoring

Maar hoe pakt zo’n innovatieve herinrichting van het zomerbed nou uit voor de natuur en bijvoorbeeld de visstand in de Waal? Naar dit aspect en tal van andere aspecten – zoals techniek, beleving, kosten en baten, beheer en onderhoud – is Rijkswaterstaat direct na oplevering een grootschalige monitoring gestart van minimaal drie jaar. In dit monitoringsproject werken we samen met maar liefst zeven andere kennispartijen, waaronder drie universiteiten (Delft, Nijmegen en Wageningen), twee hengelsportorganisaties en BLN-Koninklijke Schuttevaer, de belangenvereniging voor de binnenvaart. Ook is er een samenwerking met het programma RiverCare, waardoor twee promovendi en een postdoc aan dit monitoringsproject kunnen meedoen.

Integrale doelstellingen

Voor het effect van de herinrichting met langsdammen op de ecologische waterkwaliteit, zijn de metingen nog volop bezig. Toch is er al goed nieuws te melden: er zijn larven van de rivierprik gevonden. Dit betekent dat deze vissoort in de oevergeul zijn weg heeft gevonden. Nu is het nog zaak om de volwassen vissen goed in beeld te krijgen. De zalm bijvoorbeeld: zwemt deze door de hoofdgeul of kiest hij voor de oevergeul? Een lastige klus, omdat er een harde stroming in beide geulen van de Waal is. Uiteindelijk gaat het erom dat er binnen de gemiddelde stroming genoeg variatie in stroomsnelheid en in vissoorten is en de ecologische waterkwaliteit een nieuwe impuls krijgt. Ook is het belangrijk dat andere integrale doelstellingen – zoals hoogwaterveiligheid, de beleving van de mens, het stoppen van de bodemdaling en laagwaterdaling, maar ook veilig en vlot scheepvaartverkeer – voldoende aandacht krijgen.

‘Heel bijzonder om mee te werken aan het monitoringsproject van WaalSamen. Het is grootschalig en ingestoken op samenwerking. Zelf onderzoek ik drie jaar lang hoe gebruikers van de Waal – bewoners, sportvissers, recreatievaarders en beroepsschippers – de langsdammen beleven. Wat mij opvalt, is dat iedere groep andere prioriteiten heeft. Bewoners bijvoorbeeld hechten enorm aan waterveiligheid, terwijl sportvissers bezorgd zijn om het verdwijnen van de kribben. Beroepsschippers maken zich vooral zorgen over de gevolgen voor reistijd en vaarveiligheid. De sportvissers hebben een hele actieve rol gekregen in onze monitoring: ze geven hun visvangsten aan ons door en leveren zo een waardevolle bijdrage aan ons onderzoek naar de visstand.’

Laura Verbrugge, postdoc Radboud Universiteit

Heesseltsche uiterwaarden

Ook bij de Heesseltsche uiterwaarden langs de Waal worden maatregelen genomen, waarbij natuurontwikkeling en rivierverruiming prima samengaan. Na ruim twintig jaar plannen maken en afstemmen met de omgeving, heeft Rijkswaterstaat in november 2016 het officiële startsein gegeven. De herinrichting van de Heesseltsche Uiterwaarden moet zorgen voor een verbetering van de ecologische kwaliteit én voor een betere hoogwaterbescherming van het gebied achter de dijken. Rijkswaterstaat gaat hiervoor extra geulen aanleggen en delen van de uiterwaarden verlagen. Ook flauwe hellingen en natuurlijke oevers maken deel uit van het plan. De herinrichting – die in 2019 klaar moet zijn – zorgt ook voor hoog- en laagdynamische natuur: dicht bij de rivier komen hoogdynamische geulen en achter de zomerkade laagdynamische moerassen en agrarisch natuurbeheer. Schrale graslanden, rivierduinen rondom de geulen, besloten moerassen en zachthout ooibossen geven de flora en fauna weer een nieuwe impuls.