In het Ketelmeer en het Zwarte Meer heeft Rijkswaterstaat maatregelen vanuit de KRW én Natura 2000 gecombineerd. Een gouden greep, waarbij innovatieve oplossingen centraal stonden.

Het Ketelmeer, Vossemeer en Zwarte Meer vormen samen de Randmeren Noord, een natuurgebied in het oostelijke deel van het IJsselmeergebied. Natuurlijke meren hebben glooiende oevers met een variëteit aan leefgebied voor vissen, waterdieren en vogels. Maar bij de aanleg van de Noordoostpolder en Flevoland zijn er rechte, steile dijken gebouwd, waardoor er geen geleidelijke overgang is tussen land en water. In de Randmeren zijn er dus maar weinig ondiepe plaatsen, terwijl vissen deze juist graag als kraamkamer gebruiken. Ook rietvogels, zoals de karekiet, zijn – vanwege het riet – dol op deze geleidelijke land-waterovergangen.

Gecombineerde doelstellingen

Met ondiepe zones en rietland kan de visstand in het gebied zich verbeteren. De snoek en de brasem bijvoorbeeld ontwikkelen zich beter als er voldoende ondiep water is voor het leggen van eitjes. In ondiep water groeien bovendien waterplanten waar de vissen eitjes in leggen en die ook nog eens als voedsel voor de vissen dienen. In het kader van de KRW heeft Rijkswaterstaat in 2015 in het Zwarte Meer twee spiksplinternieuwe eilandjes – Kraggenoog en Snörre – met daaromheen ondieptes aangelegd. In het Ketelmeer hebben we op drie plekken ondiepe zones aan bestaande eilanden toegevoegd. Vanuit Natura 2000 zijn er in 2016 rietzones aangelegd bij de bestaande eilandjes en bij IJsseloog, het baggerspeciedepot van Rijkswaterstaat. Een prachtig voorbeeld van eco-engineering!

Van bagger tot plaggen

Glansrol in het rietzoneverhaal is weggelegd voor een lokaal ontworpen rietplagsnijmachine. De nieuwe rietzones bestaan namelijk uit complete rietplaggen, onttrokken uit bestaande rietvelden. Daardoor is er geen risico op voortijdig wegspoelen van de kwetsbare rietplantjes en is het gewas een minder gemakkelijke prooi voor al te hongerige ganzen. Maar hoe verplaats je twee meter lange rietplaggen van 1.200 kilo en met een kluit van 50 centimeter? De uitkomst kwam van een lokaal baggerbedrijf uit Oosterwolde. Het bedrijf bouwde een landbouwmachine om tot rietplagsnijmachine. De machine steekt de plag uit en zet deze op een ponton, die de plag naar zijn bestemming brengt. Daar graaft een kraan een plantgat, waar de plag ingeschoven wordt. In totaal zijn er op deze manier ongeveer vierduizend rietplaggen geplant in een 21,4 hectare ondiepe zone.

Water en land

Op het eiland waar het riet is weggehaald, zijn nieuwe geulen ontstaan. Dit heeft gezorgd voor nieuwe natuur op het land en in het water. Vogels, vissen en ander onderwaterleven varen wel bij de maatregelen. Tijdens de werkzaamheden kwam er zelfs een nieuwsgierige otter kijken. Rietvogels weten het gebied goed te vinden. Met dertig broedplaatsen het afgelopen jaar is het Zwarte Meer dé Nederlandse hotspot van de grote karekiet. Ook voor de roerdomp bieden de nieuwe rietkragen een schuil- en opgroeigebied. Al met al een mooi voorbeeld van hoe maatregelen vanuit de KRW en Natura 2000 perfect te combineren zijn.

Nieuwe bestemming

Om de kersverse ondiepe zones in de randmeren tegen erosie te beschermen heeft Rijkswaterstaat damwandplanken gebruikt. Geen nieuwe, maar bestaande, overbodig geworden exemplaren uit het gebied ten noordwesten van IJsseloog. Zo heeft het bouwmateriaal een nieuwe bestemming gekregen. Wel na een wasbeurt met een speciaal ontwikkelde damwandwasmachine, want de damwanden stonden in vervuilde grond. Een mooi staaltje duurzaamheid!

‘Met de maatregelen van Rijkswaterstaat in het Ketelmeer en Zwarte Meer is iedereen blij. Een kwestie van kansen zien en die op de juiste manier met elkaar verzilveren. Het winnen van de rietplaggen en de geulen die daardoor zijn ontstaan, hebben voor een nieuwe impuls van de natuur in het water en op het land gezorgd. Een prachtige oplossing voor Rijkswaterstaat én Staatsbosbeheer, dat verantwoordelijk is voor het onderhoud van het gebied. Goede, duurzame oplossingen vinden en realiseren kost vaak veel tijd vanwege de afstemming met stakeholders en het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Gelukkig was ons die tijd als aannemer gegund.’

Jeroen Vermeer, regiomanager bij waterbouwbedrijf Van den Herik Sliedrecht

Karekiet in het riet