Als Rijkswaterstaat doen we het ‘grote’ zonder het kleine te vergeten. Veel projecten
of wat kleinere maatregelen vormen samen één programma, zoals het programma
Kaderrichtlijn Water (KRW). Sinds 2000 – het jaar waarin de KRW van kracht is
gegaan – voeren we daarnaast bij omvangrijke programma’s als de Maaswerken,
Ruimte voor de Rivier en Nadere uitwerking Rivierengebied waar mogelijk KRWmaatregelen uit. Alles bij elkaar levert dit een efficiënte en effectieve werkwijze op. De resultaten van deze brede aanpak bewijzen dit: aan het einde van de eerste tranche was 96 procent van de KRW-maatregelen uitgevoerd. De resterende 4 procent hebben we in 2016 opgepakt. In 2017 lopen deze maatregelen nog door samen met een nieuwe tranche maatregelen die vorig jaar zijn opgestart.

De successen die we behalen, komen niet in de laatste plaats voort uit praktische
afspraken die we met samenwerkingspartijen maken. Bijvoorbeeld met de waterschappen. Of voorheen met de Dienst Landelijke Gebied. Daar ben ik oprecht trots op. We mogen die successen nog meer laten zien en delen met samenwerkingspartners, maar ook met de samenleving. De pareltjes die u in deze jaarrapportage vindt, vormen goede voorbeelden daarvan. Ze laten zien dat Rijkswaterstaat – in nauw overleg met betrokken partijen – werkt aan een robuust ecosysteem; aan aantrekkelijke natuur waarin mensen zich kunnen ontspannen, zonder de veiligheid uit het oog te verliezen. Bovendien leveren we op deze manier een bijdrage aan het voortbestaan van onze planeet. Dat is van groot belang voor komende generaties.

Dat Rijkswaterstaat zich bezighoudt met natuurvraagstukken is volkomen logisch.
In 1798 zijn we onder de noemer Waterstaat ontstaan, met de opgave de
Nederlandse rivieren – in de breedste zin van het woord – in goede banen te leiden.
Natuur en water liggen letterlijk dicht bij elkaar. De keuzes die we in het verleden
naar eer en geweten hebben gemaakt, waren niet altijd even goed voor de natuur.
Nu kunnen we op basis van nieuwe inzichten en moderne technieken deze nadelige
effecten opheffen. Nog steeds leiden we het water in goede banen, maar nu met
aandacht voor flora en fauna.

Ik heb er alle vertrouwen in dat we de komende jaren verder kunnen bouwen aan
natuurvriendelijke oevers, nevengeulen en vispassages. Aan avontuurlijke riviernatuur, ondiepe poeltjes en geleidelijke overgangen tussen zoet en zout, zand en
slib. Toch is er misschien meer nodig voor ecologisch gezonde watersystemen.
In 2016 hebben veel partijen – waaronder Rijkswaterstaat, regionale en lokale
overheden, industrie en landbouw – zich gecommitteerd aan de Delta-aanpak
Waterkwaliteit en Zoetwater. De aanpak omvat een groot aantal acties die moeten
leiden tot ecologisch gezond water. Daarbij gaat Rijkswaterstaat een impuls geven
aan het ecologisch herstel van de grote wateren. Als we alle krachten bundelen,
gaat dat zeker lukken en bereiken we nog meer dan we nu doen.

Theo van de Gazelle,
coördinerend hoofdingenieur-directeur Kaderrichtlijn Water