Foto John van Schie

KRW-maatregel rivierhout. Plaats een complete boom in een stromende rivier en al snel ontstaat er een ‘zoetwaterkoraalrif’. Deze bloeiende onderwaterreservaten herbergen veel vissen, slakken en kreeftjes, en versterken zo de ecologische waterkwaliteit. Dat is tenminste het idee. Recente metingen moesten uitwijzen of dit inderdaad zo is.

               
Alexander Klink is ecoloog met als specialisme paleo-ecologie, een vakgebied waarbinnen onderzoekers ecosystemen uit het verleden reconstrueren. Klink: ‘Recente monsters van de Monitoring Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL) en het huidige onderzoek wijken namelijk sterk af van de monsters uit het verleden. Die bevatten veel meer soorten. Zo verloor de Rijn in de afgelopen 300 jaar vrijwel zijn gehele bestand aan eendagsvliegen, steenvliegen, kokerjuffers en kevers.’

Hoopvolle ontdekking in het buitenland

Klink bekeek ook actuele data van rivieren uit het buitenland. Daar lagen op enkele plekken bomen in het water en trof hij wél de soorten aan die bij ons zijn verdwenen. Hout in het water verrijkt dus het ecosysteem.

‘Vergelijk een voetbalveld met een bos. Het voetbalveld heeft, ecologisch gezien, twee dimensies, het bos drie. Het biedt een veel groter bewoonbaar oppervlak. Hetzelfde zie je terug in de rivieren. Veel rivieren zijn uitgediept en voorzien van stortstenen in de oevers. Het is een vrij ‘arme’ ecologische omgeving. Met bomen kun je die verrijken.’

Kokerjuffers en dansmuglarven

Meer hout in onze rivieren brengen, werd een maatregel van Kaderrichtlijn Water (KRW) en leidde tot verschillende, kortlopende proeven. De resultaten van onderzoek uit 2016 wezen uit dat vooral dansmuggen profiteren van deze ‘onderwaterreservaten’. Ook is in 2016 de kokerjuffer bij Wageningen aangetroffen.

Klink: ‘De kokerjuffer is in de afgelopen 150 jaar nooit levend in of langs de grote rivieren verzameld. Een andere ‘nieuwkomer’ is de hout-etende dansmuglarve. Die troffen we nu ook voor het eerst sinds lange tijd weer in de rivier aan.'

Kaspische indringers

Op bijna alle locaties meldde de Kaspische aasgarnaal zich als exoot. Deze soort, die niet van nature voorkomt in Nederland, kon door de aanleg van het Main-Donaukanaal de rivier op zwemmen. Ook vlokreeftjes en slijkgarnalen uit de Kaspische zee zijn in ruime mate aanwezig, op en rond het rivierhout. Op plekken waar ze veel voorkomen, is er geen plaats voor andere soorten. Naast een toename van deze macrofauna, laat het project ook zien dat veel vissoorten dankbaar gebruikmaken van de beschutting die de boomtakken en wortels bieden. Jonge vissen schuilen er, sommige soorten paaien er en roofvissen vinden er een vruchtbare jachtgrond. Ook de trekvissoorten, die rivieren gebruiken om van en naar de zee te zwemmen, zijn geholpen met het rivierhout: ze kunnen er onderweg tussen schuilen.

Geul Maasbommel

Grotere vispopulatie vergroot diversiteit

De uitkomsten bieden dus volop reden de maatregel op te schalen. Meer bomen in het water vergroot de aantallen barbelen, snepen en koopvoorns. Uit onder zoek blijkt dat deze zich voor 90 procent voeden met de Kaspische slijkgarnalen en vlokreeftjes. Dit geeft inheemse macrofauna weer de ruimte zich op het hout te vestigen. Klink heeft goede hoop voor de toekomst van het rivierhout. ‘Monitoring wijst uit dat het hout een uitstekende manier is om de ecologische kwaliteit van watersystemen te verbeteren en daarmee het behalen van de KRW-doelstelling dichterbij te brengen.’

Lees hier het uitgebreide artikel.