Foto Blikonderwater

De afgelopen jaren heeft Rijkswaterstaat veel maatregelen genomen om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs rivieren en meren, en de aanleg van vispassages bij sluizen, stuwen en gemalen. Om na te gaan of we met die maatregelen inderdaad de doelstellingen van de KRW halen, monitoren we soms extra om de effecten te meten.

Vismigratie door de Kleine Sluis in IJmuiden

De sluizen bij IJmuiden zijn een hindernis voor de trekvissen als (glas)aal en driedoornige stekelbaars die het Noordzeekanaal op willen zwemmen. Om deze vismigratie te vergemakkelijken, hebben we begin 2017 in de Kleine Sluis in IJmuiden een vispassage ingesteld. Hierbij maken we gebruik van de bestaande openingen in de sluisdeuren, de rinketten. In het voorjaar openen we de rinketten bij laag water, zodat er een lokstroom van zoet water voor vissen ontstaat. Bij hoog water kunnen ze vervolgens de sluis inzwemmen en laten de rinketten ze aan de kanaalzijde binnen.

Verdere optimalisatie

Om te kijken of dit functioneert, startten en in april de monitoring. Voor de stekelbaars was dat helaas te laat. Glasaal troffen we wel aan, maar nog geen grote aantallen. Het advies luidde om de passage verder te optimaliseren door de stroomsnelheden te verminderen. Direct daarop vingen we in mei duizenden exemplaren van haring en sprot, die ook op zoet-zout overgangen heen en weer zwemmen. Monitoring in 2018 moet duidelijk maken welke vissen nu door de sluis kunnen migreren met de verbeterde instellingen.

Knelpunten

In Zeeland werkt Rijkswaterstaat samen met de provincie en Waterschap Scheldestromen aan vismigratie tussen zoet en zout water. Door via monitoring kennis op te bouwen over knelpunten, bepalen we waar we als eerste maatregelen nemen. Eén van de plaatsen waar we weten dat grote aantallen glasalen naar het zoete water willen, is de Bathse Spuisluis.

Uitzonderlijk veel glasaal

In 2017 legde Rijkswaterstaat hierin een vispassage aan, waarbij de klep van de spuisluis langer open blijft. Zo krijgen glasalen (jonge paling) en andere vissen vanuit de Westerschelde de kans om door te zwemmen richting het Schelde-Rijnkanaal en het Volkerak. Ook naar minder grote knooppunten kijken we. In 2017 is gestart met monitoring van verschillende locaties met kruisnetten binnen de samenwerking ‘Samen voor de Aal’. Bij gemaal de Noord op Tholen vinden we 1.051 glasalen. Gezien de eenvoudige methode is dat een uitzonderlijk hoog aantal. Hierop besloten waterschap, provincie en Rijkswaterstaat met prioriteit de aanleg van een vispassage in te plannen. Deze moet in 2019 gereed zijn.

Belangrijke impuls

De KRW heeft op landelijk en Europees niveau een belangrijke impuls gegeven om barrières voor vissen weg te nemen. Maar het aanleggen van vispassages is zeker niet de enige manier om de visstand te herstellen. Zo worden steeds meer gemalen van visvriendelijke pompen voorzien. En wordt de visserij op volwassen paling tijdens de migratieperiode naar zee beperkt.

Lees hier het uitgebreide artikel.

Gemiddeld aantal glasalen per kruisnettrek in de monitoring in Zuid-Holland en Noord-Holland. De stippellijn geeft de internationale trend weer ten opzichte van de referentieperiode 1960-1979.