Foto Blikonderwater

Binnen het project Natuurvriendelijke oevers van de Maas veranderen strakke stenige oevers in glooiende waterkanten. Zo neemt de biodiversiteit boven en onder water toe, was de verwachting. Is die verwachting uitgekomen?



Van nature komen stortstenen oevers niet voor in de Nederlandse rivieren. Oorspronkelijk waren de oevers flauw en zandig. In de sneller stromende rivierdelen, zoals de Grensmaas, bestonden ze uit fijn grindsubstraat. Doordat de Nederlandse visfauna niet is aangepast aan het leven in stortstenen oevers is de biodiversiteit er laag. Ook als opgroeigebied zijn ze van weinig waarde. Zeker als we ze vergelijken met meer natuurlijke rivieroevers. Tijdens een onderzoek naar de opgroeifunctie voor vissen in de oevers van verschillende delen van de Maas, is vastgesteld dat het aantal vissoorten in de stortstenen oevers een stuk lager is dan meer natuurlijke oevers.

Aantal vissoorten (x-as) waarvan broed werd aangetroffen in stortstenen versus natuurlijke rivieroevers in de verschillende riviertrajecten van de Maas. Bron gegevens: Onderzoek Kansen voor riviervissen (Kranenbarg et al. 2010).

Ecosysteem met meer biodiversiteit

Door hun opbouw en afwisselende structuur van diepe en ondiepe gedeeltes, bieden ze ruimte voor een meer diverse vegetatie. Hierin vinden ook meer verschillende dieren hun habitat. Zo ontstaat een ecosysteem met meer biodiversiteit. Een hogere dichtheid van planten en dieren draagt daarnaast bij aan schoner water. Waterplanten zorgen voor zuurstof en filteren stoffen als fosfaten en stikstof uit het water, zodat bijvoorbeeld (blauw)algen zich daar niet meer mee kunnen voeden. Ook komen waardevolle steilwanden terug voor de ijsvogel en oeverzwaluw om in te nestelen. Doordat de Maas breder wordt, is er ook meer ruimte om het water af te voeren bij hoogwater.

Afpelmodel

Er begon een traject om zoveel mogelijk oevers te ontdoen van stortsteen. Maar niet elke oever kon volledig worden getransformeerd tot natuuroever. Soms was er sprake van bebouwing, van leidingen of van afmeeroevers zoals een kleine haven. Enkele plekken hadden archeologische waarde waarmee we rekening moesten houden. Ter plekke werd gekeken wat de hoogst haalbare natuurlijke oever (inrichtingsvariant) was. Er kwam een ‘afpelmodel’. Dat omvatte zes ambitieniveaus. Het hoogste niveau is een vrij eroderende oever die volledig ontdaan is van stenen. Hieronder kwamen lagere ambities.

De figuur toont een impressie van morfologische ontwikkeling van een oever na het gedeeltelijk weghalen van bestorting. Te zien is dat na 60 jaar de oever zich weer heeft teruggebracht naar haar natuurlijke, glooiende staat, wat ervoor zorgt dat er een grotere diversiteit aan vissoorten is.
Impressie van morfologische ontwikkeling oever na gedeeltelijk weghalen oeverbestorting. Bron: Bart Peters (2005).

Typische 'riviersoorten' keren terug

Met het uiteindelijke doel, het vergroten van de ecologische kwaliteit in en rond de Maas, lijkt het de goede kant op te gaan. Soorten die van nature voorkomen in en langs de rivier, keren terug. Zo laat het meest recente onderzoek (PDF Een Natuurlijker Maas, Deltares 2016) zien dat het aantal verschillende plantensoorten, waarvan sommige typisch voor dit ecologische systeem, op de onderzochte locaties toeneemt. We tellen meer vissen die van stroming houden in de hoofdstroom. Aan de oevers zijn voor de rivier typerende soorten, zoals de ijsvogel en de weidebeekjuffer, weer steeds vaker te zien. Vooral de oeverzwaluw is en masse teruggekeerd. De kleine waterdiertjes laten vooralsnog niet veel tekenen van herstel zien. We bekijken nu hoe we deze beter kunnen helpen.

Lees hier het uitgebreide artikel.