Zorgen voor schoon water is één van de hoofdtaken van Rijkswaterstaat. Daarom meten we voortdurend de biologische en de chemische kwaliteit van het water en toetsen die aan de hand van doelen en normen. Op basis daarvan bepalen we of en wanneer we maatregelen moeten treffen om de kwaliteit van het water te verbeteren.



Schoon water is vooral een zaak van samenwerking. Samenwerking tussen de Nederlandse waterbeheerders, waterschappen, Rijkswaterstaat, gemeenten en provincies. Maar zeker ook samenwerking tussen EU-landen die een stroomgebied van een rivier delen. Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) is vooral gewerkt aan biologische kwaliteit, maar zeker ook aan chemische waterkwaliteit.

Prioritaire stoffen

Door de EU is een lijst van zogeheten prioritaire stoffen met bijbehorende normen opgesteld. Dit zijn de stoffen die in veel EU-landen een probleem vormen voor de waterkwaliteit. Daarnaast stelt elke lidstaat een lijst op van specifieke verontreinigende stoffen met bijbehorende normen. De normen voor stoffen bieden bescherming aan ecosysteem en mens. In het KRW-monitoringsprogramma worden beide stofgroepen gemonitord.

Kobalt in de Maas

Een voorbeeld van een relatief recent geconstateerde normoverschrijding is die van kobalt in de Maas. Dit geval toont het proces bij een normoverschrijding goed aan. Allereerst is er de normoverschrijding. Dat wil in dit geval zeggen dat het geconstateerde jaargemiddelde van kobalt hoger is dan de norm. We zijn vervolgens gaan kijken waar die normoverschrijding vandaan komt. Omdat we bij Eijsden geen normoverschrijding vonden, konden we al snel vaststellen dat het een kobaltverontreiniging is die in het Nederlandse gedeelte van de Maas plaatsvindt. De waterschappen constateerden op hun beurt normoverschrijdingen in zijrivieren van de Maas. Dit zegt natuurlijk nog niets over de uiteindelijke bron. De stof kan nog steeds via een zijrivier in België in de Maas terechtkomen.

Kwestie van samenwerken

Het lastige in dit geval is dat kobalt niet onder de prioritaire stoffen valt. De norm hoeft in België niet precies even hoog te liggen als bij ons. Waar Nederland wel sprake is van een normoverschrijding, hoeft dat bij onze zuiderburen niet zo te zijn. Nederland gaat in deze gevallen in gesprek met alle landen in de CIM, de Internationale Maascommissie. Samen proberen de landen de bron van de verontreiniging te herleiden. Pas als de bron bekend is, kunnen we gaan denken aan eventuele maatregelen. Tot slot moeten we het met de waterschappen eens worden over te nemen maatregelen die in het volgende stroomgebiedbeheerplan worden opgenomen. De constatering van een normoverschrijding is dus vaak het begin van een langdurig en zorgvuldig proces. Schoon water is echt een kwestie van samenwerking. Nationaal en internationaal.

Lees hier het uitgebreide artikel.