Foto Jelger Herder

Het gaat beter met de zoetwatervissen en de ijsvogel, oeverzwaluw, bever en otter zijn in aantal toegenomen. Dat komt naast de verbeteringen in de waterkwaliteit mede door acties uit de KRW, zoals de aanleg van vistrappen, nevengeulen en natuurvriendelijke oevers (NVO’s). Een opvallend resultaat in de visstand is de terugkeer in de Rijn van stromingsminnende soorten zoals de sneep. Ook de ooit uitgestorven Noordzee houting lijkt weer helemaal terug. Plantenminnende soorten als de bittervoorn laten eveneens een toename zien. Een teken dat de ecologische kwaliteit van de Nederlandse wateren sterk verbeterd is. Aan de andere kant is het aantal exotische soorten gegroeid, waardoor een inheemse soort als de rivierdonderpad wordt weggeconcurreerd.

Een opvallend verschijnsel in de grote rivieren is de toename in het aantal waarnemingen van stromingsminnende vissoorten als winde, sneep, kopvoorn, barbeel en serpeling. Dit zijn belangrijke doelsoorten van de KRW-vismaatlatten. De winde behoort tegenwoordig zelfs tot de algemenere vissoorten die worden aangetroffen bij de bemonsteringen met kleine schepnetten (zegens) in de nevengeulen en zandige rivieroevers. Soorten als sneep, kopvoorn en barbeel worden hierbij doorgaans nog alleen in lage dichtheden aangetroffen. Sinds 2015 is hun status op de Nederlandse Rode Lijst wel veranderd, van ‘bedreigd’ naar ‘kwetsbaar’. Met name de toename van de sneep is opmerkelijk snel gegaan. In de 19e eeuw was dit een vrij algemene soort die zelfs gegeten werd. Vanwege zijn stompe vooruitstekende kop en zwart buikvlies werd de soort ook wel ‘tabaksrooker’ genoemd. De sneep heeft een dikke vlezige neus en een onderstandige hoornige bek waarmee de volwassen dieren wieren van de bodem schrapen.

De figuur toont de waarnemingen van de sneep in de Nederlandse Bovenrivieren, de Bovenrijn, de Waal en de IJssel in verschillende tijdsperiodes.
Waarnemingen van sneep in de Nederlandse Bovenrivieren (Bovenrijn, Waal, IJssel). Rood: waargenomen in de periode 1987-1996. Geel: voor het eerst waargenomen in de periode 1997-2006. Groen: voor het eerst waargenomen in de periode 2007-2016. Bron: NEM Zoetwatervissen (RAVON/CBS)

Van Duitsland naar Nederland

Als gevolg van de slechte waterkwaliteit verdween hij vrijwel uit de Nederlandse rivieren, maar sinds het einde van de 20e eeuw zijn er weer waarnemingen. Tegenwoordig wordt de soort zelfs weer in alle rivierdelen, tot in de benedenrivieren aangetroffen. Opmerkelijk is dat er tot dusver hoofdzakelijk jonge dieren zijn aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat deze als larven vanaf paaiplaatsen in het Duitse deel van het Rijnsysteem naar Nederland zijn meegevoerd. De Rijn houdt niet op bij de Nederlandse grens. En ook maatregelen zoals het herstel van paaigebieden bij onze buren zijn van invloed op de visgemeenschap in de Nederlandse rivieren. Het wachten is nu op meldingen van volwassen snepen.

Uitgestorven zalmachtige terug van weggeweest

De beschermde houting behoort tot de familie van de zalmachtigen. Volwassen houtingen kunnen 60 tot 80 centimeter groot worden. Kenmerkend is de zwarte puntige neus. Door het normaliseren van rivieren, de verslechtering van de waterkwaliteit en de overbevissing, verdween de soort aan het begin van de 20e eeuw bijna overal. Vanuit een resterende Deense populatie heeft in de jaren ‘90 een herintroductie plaatsgevonden in de Rijn. Dit heeft inmiddels geresulteerd in een duurzame Rijnpopulatie die zich voortplant. Dat blijkt onder andere uit de vangsten van houtinglarven tijdens de monitoring van glasaal. Zowel volwassen als juveniele exemplaren van de soort worden regelmatig aangetroffen in het IJsselmeer, de benedenrivieren, de Waddenzee en de Voordelta. Ook verder bovenstrooms in de Rijn neemt het aantal waarnemingen toe en de soort verspreidt zich ook naar regionale wateren. Hier wordt de vis geholpen door de verbeterde waterkwaliteit en de aanleg van vistrappen. Zo werden in 2016 meer dan 100 paairijpe houtingen aangetroffen in Westeinderplassen.

Bittervoorn van Rode Lijst af

Door het verbeteren van de waterkwaliteit en herstel van waterplanten neemt de verspreiding van plantenminnende vissoorten in het rivierengebied toe. Een bijzondere plantenminnende vissoort is de bittervoorn, die beschermd wordt volgens de Europese Habitatrichtlijn. Deze soort is niet alleen afhankelijk van waterplanten maar ook van zoetwatermosselen waarin ze hun eitjes leggen. Op hun beurt hebben de mosselen een goede bodemkwaliteit nodig. Het gaat ook goed met deze soorten, in veel uiterwaardwateren die waterplanten en zoetwatermosselen bevatten, is de bittervoorn inmiddels een vaste bewoner. De verspreiding van de bittervoorn is zelfs zo sterk toegenomen, dat de soort van de Rode Lijst gehaald is.

De verspreiding van de bittervoorn is zelfs zo sterk toegenomen, dat de soort van de Rode Lijst gehaald is.

Sterke afnamen rivierdonderpad door opmars exotische grondels

De rivierdonderpad is een relatief zeldzame en beschermde vissoort die wordt waargenomen in oevers met stenen of andere vormen van structuur. Recentelijk is vastgesteld dat de rivierdonderpad niet alleen voorkomt in rivieren en beken maar ook in veel meren, kanalen en zelfs stadswateren. Het verspreidingsgebied is dus een uitgebreider dan gedacht. Maar in de grote rivieren verdwijnt de soort als gevolg van verdringing door invasieve exotische grondelsoorten als de zwartbekgrondel en de Kesslers grondel. Deze soorten hebben een vergelijkbare habitatvoorkeur en voedselspectrum als de rivierdonderpad, komen tegenwoordig in hoge dichtheden voor en zijn zeer territoriaal. Sinds hun toename neemt het aantal waarnemingen van rivierdonderpad af. Daarom is de soort in 2015 opgenomen in de Rode Lijst vissen.

Een spoor van feromonen

De Nederlandse grote rivieren en riviermondingen hebben een belangrijke functie voor de migratie van beschermde trekvissen als de zalm, steur, elft, fint, zeeprik en rivierprik. Een aantal van deze soorten trekt hierbij vanaf zee vele honderden kilometers de rivieren op naar paaigebieden ver voorbij onze landsgrenzen. Ze maken hierbij gebruik van geursporen in het water om de paaigebieden te vinden. De rivierprik is één van deze soorten. Ze leven in de kustzones en estuaria waar ze parasiteren op levende vissen waaraan zich vastzuigen.

Groei prik stokt

paaigebieden namen de vangsten van rivierprik, net als die van veel andere trekvissen, aan het einde van de 20e eeuw toe. Inmiddels lijkt het erop dat de populatiegroei niet verder doorzet en mogelijk zelfs afneemt. Het aantal rivierprikken dat door Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON) op een paaiplaats in de zijrivier de Niers geteld wordt, is sinds 2013 al zeer laag, de laatste jaren worden soms helemaal geen paaiende rivierprikken waargenomen. Ook voor de zalm lijkt de populatiegroei al jaren gestagneerd. Het is de verwachting dat het andere beheer van de Haringvlietsluizen en de aanleg van de Vismigratierivier bij de Afsluitdijk vanaf 2018 tot betere intrekmogelijkheden vanaf zee voor trekvissen leidt, waarna het populatieherstel van trekvissoorten hopelijk doorzet.

Lees hier het uitgebreide artikel.

De figuur toont de verspreiding van vissoorten die karakteristiek zijn voor wateren met een goede waterkwaliteit in Nederland is toegenomen sinds 1990 tot 2015.
De verspreiding van vissoorten (bermpje, bittervoorn, kleine modderkruiper, tiendoornige stekelbaars, snoek, rivierdonderpad, riviergrondel en zeelt) die karakteristiek zijn voor wateren met een goede waterkwaliteit in Nederland is toegenomen sinds 1990. Bron: NEM Zoetwatervissen (RAVON, CBS).​