Foto Erik Venneman

De Kaderrichtlijn Water (KRW) moet voor een goede chemische en ecologische waterkwaliteit zorgen. Voor de chemische waterkwaliteit gelden stofnormen en voor biologische toetsing en beoordeling van de verplichte kwaliteitselementen (soortgroepen) zijn maatlatten gemaakt. Hoe werkt toetsen van waterkwaliteit in de praktijk en welke dilemma’s treden daarbij op?

Toetsen van waterkwaliteit

Het toetsen van de waterkwaliteit is een cyclisch proces. Toetsen leidt tot het nemen van maatregelen. Vervolgens toetsen we het effect van die maatregelen. Dit leidt eventueel weer tot nieuwe maatregelen, die we weer toetsen en zo verder. Rijkswaterstaat werkt in dit proces nauw samen met andere waterbeheerders, provincies, gemeenten, belangenorganisaties en onderzoeksbureaus. Iedere zes jaar kijken de waterbeheerders wat het resultaat is van de maatregelen.
 

Meetbaarheid vergroten

De maatregelen voor de volgende periode worden aan de hand daarvan eventueel bijgesteld. Tijdens de uitvoering van de eerste tranche KRW-maatregelen (2010-2015) is door Rijkswaterstaat en STOWA, het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders, veel aandacht besteed aan het vergroten van de meetbaarheid van de ecologische kwaliteit van de waterlichamen. De aanwezigheid van vissen is relatief snel vast te stellen, maar bij vegetatie duurt het lang voordat je kunt zien of KRW-doelen bereikt zijn. Voordat bepaalde maatregelen effect laten zien, ben je zo jaren verder.

Van gegevens naar betekenis

De hoeveelheid en kwaliteit van de meetgegevens is in de eerste tranche sterk verbeterd. Maar veel kwalitatief goede data alleen is niet genoeg: je moet weten wat het allemaal betekent. Hierin speelt het Informatiehuis Water (IHW) een grote rol. Het IHW, opgericht in 2010, is de digitale schakel tussen waterbeheerders. Alle waterbeheerders beoordelen met het programma Aquo-kit hun meetgegevens over de ecologische en de chemische waterkwaliteit. Deze resultaten leveren ze samen met gegevens over de voortgang van de uitvoering aan het IHW. Het IHW maakt deze gegevens geschikt voor rapportage. Eén keer in de zes jaar wordt gerapporteerd aan de Europese Commissie. Ook produceert IHW jaarlijks tussentijdse resultaten in de vorm van uitgebreide factsheets. Die geven een beeld van de (veranderingen in de) kwaliteit van een waterlichaam en laten zien of maatregelen effect hebben.

Maar veel kwalitatief goede data alleen is niet genoeg: je moet weten wat het allemaal betekent.

Samenwerken en afstemmen

De bovenstaande vraag is er een die natuurlijk niet alleen vanuit de toets praktijk wordt beantwoord. Als uit toetsing blijkt dat de watertoestand niet aan de gestelde doelen beantwoordt, kunnen nieuwe maatregelen nodig zijn. Door de grotere hoeveelheid informatie waarover we beschikken en de kennis die is opgedaan in de periode van 2008 tot 2017, weten we steeds beter welke maatregelen voor het gewenste effect zorgen. Maar waterlichamen zijn onderdeel van een gebied. Ze worden gebruikt voor allerlei maatschappelijke functies: naast natuur ook scheepvaart, recreatie en visserij. De maatregelen die we kunnen nemen ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit hebben soms bijvoorbeeld negatieve effecten voor de scheepvaart. Fine tuning van de maatregelen blijft dan ook een proces van creativiteit en zoeken naar optimale oplossingen voor ecologie en andere belangen.

Lees hier het uitgebreide artikel.