De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Ook biedt de wet meer ruimte voor initiatieven en participatie. Dat klinkt mooi, maar wat gaat dit dan betekenen voor het programma Kaderrichtlijn Water (KRW) van Rijkswaterstaat? We vroegen het aan 3 experts.

‘De KRW is onderdeel van de integrale maatschappelijke opgave’

Als programmamanager van het programma Veranderopgave Omgevingswet Rijkswaterstaat weet Margreet Hobbelen als geen ander wat er op Rijkswaterstaat afkomt als de Omgevingswet in werking treedt. Een van de belangrijkste verbeterdoelen van de nieuwe wet is het bewerkstelligen van een samenhangende benadering om te komen tot een duurzame leefomgeving. ‘Werk vanuit de integrale maatschappelijke opgave, denk vanuit mogelijkheden, benut participatie en maak je besluitvormingsproces zo transparant mogelijk’, licht Hobbelen toe. ‘Dit moet leiden tot integrale oplossingen voor een duurzame fysieke leefomgeving.’

Integrale benadering

Feitelijk betekent dit volgens Hobbelen dat je een ‘probleem’ niet vanuit 1 kant bekijkt, maar kiest voor een integrale benadering. ‘Betrek je dit op de KRW, dan betekent dit niet dat de Europese wet- en regelgeving wordt losgelaten. Wel is het de bedoeling dat we – meer dan nu het geval is – oog hebben voor wat er lokaal, in de omgeving van een KRW-project, allemaal speelt. Willen we in het kader van de KRW een vistrap of een natuurvriendelijke oever aanleggen, dan verkennen we ook of er in hetzelfde gebied nog andere initiatieven en wensen spelen zodat we mogelijk meerdere doelen tegelijk kunnen dienen als we aan de slag gaan. Dus niet alleen een vistrap aanleggen, maar bijvoorbeeld ook recreatiemogelijkheden meenemen en burgerinitiatieven inpassen als die er zijn.’

Je ziet de Nevengeul van de Lek bij Everdingen. Op de oever tussen de nevengeul en de lek grazen koeien. In de lek vaart een zeilboot.
Nevengeul in de Lek bij Everdingen

‘Op juridisch vlak gaat er het nodige veranderen’

Weinig nieuws onder de zon

Volgens Jasper van Kempen, senior juridisch adviseur bij de corporate dienst van Rijkswaterstaat, brengt de Omgevingswet de nodige veranderingen met zich mee, maar blijft de essentie van de aanpak van de KRW overeind. Hij stelt dat de bedoeling van de Omgevingswet is dat er meer wordt ingezet op samenwerking en een integrale aanpak. ‘Het mooie is dat die waarden al heel erg in onze aanpak van de KRW zitten. Op dat gebied brengt de Omgevingswet dus weinig nieuws onder de zon.’ Ook al blijft de essentie van de KRW in de Omgevingswet overeind, toch brengt de nieuwe wet op juridisch vlak veranderingen met zich mee. Zo is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (BPRW) straks geen zelfstandig plan meer. Daarnaast worden de stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) verzelfstandigd.

Eenvoudiger

Ook heeft de Omgevingswet gevolgen voor de projectplannen die nu onder de Waterwet worden opgesteld voor de uitvoering van de KRW. ‘De Omgevingswet kent alleen projectbesluiten; geen projectplannen meer’, aldus Van Kempen. ‘Zo’n projectbesluit kent een uitgebreidere procedure, duurt langer en is complexer. Maar, en dat is met name belangrijk, zo’n besluit is straks niet meer verplicht. In plaats daarvan kun je ook volstaan met het aanvragen van een vergunning bij de minister. En dat is qua procedure een stuk eenvoudiger.’ Van Kempen verwacht dan ook dat er in de toekomst vaak wordt gekozen voor het aanvragen van een vergunning. Wel is een kleine nuancering volgens hem op zijn plek. ‘Hebben de plannen betrekking op een verandering aan een waterkering, dan is zo’n projectbesluit wél verplicht. Dan kun je dus niet volstaan met de aanvraag van een vergunning.’

Van bovenaf kijken we naar natuurgebied Wijde Blik. Links de grote plassen en wateren, rechts polder en wei-landen. Er grazen koeien onder in het beeld.
Natuurgebied Wijde Blik

Praktische gevolgen

Hebben we het over de praktische gevolgen van de Omgevingswet voor de uitvoering van de KRW, dan kan Wouter Jansen, omgevingsmanager KRW bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland, wel een aantal punten bedenken. Participatie is volgens hem een belangrijk voorbeeld. ‘Uiteraard doen we bij de KRW al veel aan participatie. Maar altijd volgens onze eigen uitgangspunten. Als we in een bepaald gebied een project willen uitvoeren, gaan we in gesprek met de omgeving – met omwonenden, gemeenten, provincies en andere partijen – en halen we input op. Die input verwerken we in onze plannen en in de contracten met partijen die voor ons de werkzaamheden uitvoeren. En vervolgens gaan we aan de slag. We realiseren ons echter steeds meer dat íedereen een opgave heeft in een gebied. De Omgevingswet probeert hierop in te spelen door bij projectbesluiten een bepaalde manier van participatie voor te schrijven. Dat is net iets anders dan we nu gewend zijn.’

‘Samen nagaan wat het beste is voor dat gebied.’

Samen eruit komen

Jansen geeft een voorbeeld. ‘Stel dat een groep bewoners een windmolen wil neerzetten in de uiterwaarden. De gemeente wil in dat gebied juist de recreatiemogelijkheden verbeteren door er een wandelroute aan te leggen. En Rijkswaterstaat ten slotte wil de ecologische waterkwaliteit een boost geven door in de uiterwaarden een geul te graven en natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Dan is het straks niet meer de bedoeling dat wij als Rijkswaterstaat een project uitvoeren zonder daarbij te kijken naar de gebiedsopgave. Nee, we moeten dan samen – met alle betrokken partijen – naar het gebied kijken en nagaan wat het beste is voor dat gebied. Je moet er dus samen uit zien te komen. Uiteindelijke doel is dat de plannen er op deze manier een stuk beter van worden.’

Lees hier het uitgebreide artikel.