Voor Rijkswaterstaat vormen FCD een welkome nieuwe databron. Maar wat doen andere wegbeheerders met FCD? En hoe kijkt het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) naar de toekomst. Wat is de grootste uitdaging? Directeur NDW en adviseur Landelijk Verkeersmanagement Beraad (LVMB) Chris de Vries vertelt.

Chris duotoon
Chris de Vries, Directeur Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW)

“Decentrale overheden gebruiken FCD in principe voor dezelfde doeleinden als Rijkswaterstaat”, zegt De Vries. “Provincies en grotere gemeenten zijn en enthousiast en actief mee aan de slag. Vooral omdat het voor hen een enorme verrijking betekent van de data waarover ze al beschikken. Ook decentrale overheden hebben lussen in de weg, maar vaak niet zo dicht op elkaar als RWS. Ze kunnen dus wel verkeer tellen op een bepaald weggedeelte, maar het is met die lussen niet goed mogelijk een beeld te geven van snelheden of files. Met FCD beschikken zij wel over die informatie.”

Daarnaast zijn alle wegbeheerders – provincies en gemeenten net zo goed als RWS – zeer geïnteresseerd in ‘historische FCD’. De Vries: “Wanneer je over een bepaalde periode over gegevens kunt beschikken, kun je daar op basis van analyses bepaalde patronen in ontdekken. En dat vormt weer belangrijke input voor beleidsinformatie.”

Samen en niet ieder voor zich

Het NDW koopt data in voor de wegbeheerders. “Daarbij gaat het om een soort basisuitvraag”, zegt De Vries. “Maar voor een aantal toepassingen heb je een ander type FCD nodig, en vaak ook grotere hoeveelheden data, dan wij nu inkopen. Nu is het soms zo dat wegbeheerders voor een bepaalde toepassing zelf data inkopen omdat de basisdata die wij inkopen daarvoor te beperkt zijn. Dat vind ik ontzettend zonde. De uitdaging is wat mij betreft om de afzonderlijke vraag naar data van zowel het Rijk als de decentrale overheden te bundelen en te komen tot één uitvraag. Daarvoor is het cruciaal dat alle wegbeheerders gezamenlijk bepalen – en daarover tot afstemming komen – waar ze die data voor willen gebruiken. Dat kan via het overleg in NDW-verband en bij voorkeur ook in het LVMB. Laten we het samen doen en niet ieder voor zich. Dat is bovendien goedkoper en het levert meer op. Bijvoorbeeld in de vorm van landelijke dekking.”