Kustgenese 2.0 / Pilotsuppletie

Dit artikel hoort bij: Waddenzee 01

3 voetbalstadions vol zand in zee

Vanaf het voorjaar van 2018 leggen we voor het eerst ongeveer 5 miljoen kubieke meter zand neer op de bodem van het Amelander Zeegat. Wat doet zo’n enorme hoeveelheid extra zand – waarmee je makkelijk 3 grote voetbalstadions kunt vullen – met het morfologische systeem en de ecologie van het zeegat? Daar willen we de komende jaren achter komen. Op basis van deze pilotsuppletie kunnen we namelijk beter bepalen waar en hoeveel zand we in de toekomst moeten suppleren om de Nederlandse kust beter te beschermen tegen hoogwater.

De pilotsuppletie zorgt samen met het programma Kustgenese 2.0 voor meer kennis over ons kustsysteem, en zeegaten in het bijzonder. Op basis daarvan kunnen we beter bepalen hoeveel zand we waar moeten suppleren om de Nederlandse kust te beschermen en te laten meegroeien met de zeespiegel

VOICE-OVER: Ons klimaat verandert, de zeespiegel stijgt.
Samen met andere waterbeheerders beheert en beschermt Rijkswaterstaat de kust.
Dat doen we met harde en zachte weringen en zandsuppleties.

(Een man plant helmgras. Boven op een grote buis waar donker water uit stroomt, staat een meeuw.)

LEVENDIGE MUZIEK

In het Deltaprogramma 2015 is opgenomen dat onze kust veilig, economisch sterk en aantrekkelijk moet zijn.
Kustgenese 2.0 komt voort uit dat Deltaprogramma en verzamelt kennis over het gedrag en het systeem van onze kust.

(In een auto die over het strand rijdt, werkt een man op een laptop.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Kustgenese 2.0 wordt uitgevoerd in opdracht van DG Ruimte en Water.
Onder de vlag van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat werken waterbeheerders, marktpartijen en universiteiten nauw samen.

(Een vrouw spreekt een groep mensen toe. Golven rollen het strand op.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Hoeveel zand is er nodig om mee te groeien met de zeespiegelstijging?
Waar kunnen we dat zand op de meest efficiënte manier neerleggen?

(Een schip spuit zand in zee.)

En hoe gebruiken we de kust, nu en in de toekomst?

(Een kustgebied vanuit de lucht.)

Deze en andere vragen onderzoeken we de komende jaren in zes deelprojecten.

(Boven bomen steekt een vuurtoren uit.)

We onderzoeken hoe we kustbeheer op de lange termijn het beste kunnen inrichten.

(Een animatie van stijgend water.)

De zeespiegelstijging en bodemdaling nemen we nauwkeurig onder de loep en we analyseren de uitwisseling van zand tussen bijvoorbeeld de Waddenzee en de Noordzee.
We bereiden de uitvoering van een pilotsuppletie in het Amelander Zeegat voor.
De ecologie van de zeebodem volgen we op de voet en we onderzoeken wat de zandsuppleties voor invloed hebben op bijvoorbeeld de zeehond, stern en zwarte zee-eend.

(Op een zandbank liggen zeehonden.)

Natuurlijk toetsen we onze ideeën.
Bestaande projecten, zoals de Zandmotor en toekomstige projecten, zoals de pilotsuppletie in het Amelander Zeegat houden we nauwlettend in de gaten.
Zo leren we wat de effecten van onze aanpak zijn.

(Wuivend helmgras.)

We kijken hoe we het duingebied zo kunnen inrichten dat de kust duurzaam, aantrekkelijk en economisch sterk is.
En we onderzoeken wat de beste locatie voor zandwinning is.
Met al die kennis en data bouwen we een datamanagement-systeem dat voor iedereen beschikbaar wordt.
Dat helpt ons om gefundeerde beslissingen te nemen.
Kustbescherming, wetenschap en internationale samenwerking komen samen in Kustgenese 2.0.
Het onderzoeksprogramma eindigt in 2020 en leidt tot een beleidsadvies voor het beheer en onderhoud van de Nederlandse kust.
Zo kunnen we ook in de toekomst veilig genieten van onze prachtige kust.

(Beeldtekst: Kustgenese 2.0. Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het beeld wordt geel met wit.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER TOT HET EIND VAN DE VIDEO

(Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op rijkswaterstaat.nl. Een productie van Rijkswaterstaat in samenwerking met NKWK (Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat) en Interreg North Sea Region. Building with Nature. European Regional Development Fund. Copyright 2017.)

Carola van Gelder, projectmanager Kustgenese 2.0 bij Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving

Kustgenese 2.0

Onze stranden en duinen vormen onze belangrijkste bescherming tegen de zee. Door stormen en hoogwater verdwijnt er zand in zee. Hierdoor moeten we jaarlijks kustonderhoud uitvoeren. We brengen bijvoorbeeld zand aan op de kust en versterken duinen en dijken.

Maar dat is niet genoeg. Door klimaatverandering en zeespiegelstijging moeten we blijven nadenken over nieuwe en duurzame manieren om onze kust ook in de toekomst te onderhouden. Dat doen we met Kustgenese 2.0, een programma waarin we aan de hand van modelonderzoeken en een pilotproject kennis verzamelen over het gedrag en systeem van de kust.

Het pilotproject is het onderzoek naar de werking het Amelander Zeegat. Met de kennis over dit zeegat, de werking van zeegaten in het algemeen en de diepere delen van de Noordzee, leren we waar, wanneer en hoeveel zand we moeten aanbrengen om de kustgebieden in ons land op de lange termijn te laten meegroeien met de zeespiegelstijging.

Samen met de bevindingen uit andere kustprojecten, zoals de Zandmotor en het wetenschappelijke project SEAWAD, kunnen we goed onderbouwde maatregelen bedenken die ervoor zorgen dat Nederland waterveilig blijft, nu en in de toekomst.

Carola van Gelder
Projectmanager Kustgenese 2.0
Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving

Judith Litjens, omgevingsmanager Kustgenese 2.0 bij Water, Verkeer en Leefomgeving

Flinke logistieke operatie

Na de grootschalige meetcampagne in het najaar van 2017 is de pilotsuppletie de volgende stap in het onderzoek naar de werking en ecologie van het grotendeels nog raadselachtige Amelander Zeegat. Een flinke logistieke operatie, vertelt Judith Litjens, omgevingsmanager Kustgenese 2.0. bij Rijkswaterstaat. “Baggerschepen halen het zand voor de suppletie uit dieper gelegen water en vervoeren het vervolgens naar de Noordzeekant van het zeegat. Daar wordt het zand tussen -5 en -8 meter NAP gestort."

Monitoren

Als al het zand er ligt, volgt een periode van jaren van monitoren, geeft Litjens aan. “We gaan bijvoorbeeld meten wat de bodemligging is. Dat gebeurt deels door vaklodingen en deels via een automatische x-bandradar op de vuurtoren van Ameland. Daarnaast houden we in de gaten wat de ecologische effecten zijn: hoe snel herstelt het bodemleven zich na de suppletie?”

Meegroeien met zeespiegelstijging

Met de resultaten van onder andere de pilotsuppletie kan Rijkswaterstaat nauwkeuriger bepalen hoeveel en op welke locaties er in de toekomst gesuppleerd moet worden. Het liefst met een zoklein mogelijk effect op de ecologie. Litjens: “Omdat we meer inzicht krijgen in het Amelander Zeegat – en daarmee in zeegaten in het algemeen – kunnen we onze rekenmodellen aanscherpen. We kunnen hierdoor beter bepalen hoe suppleties zo kunnen plaatsvinden dat het Nederlandse kustfundament meegroeit met de zeespiegelstijging. Bijvoorbeeld door zand te storten op slimme plekken op de eroderende buitendelta’s van zeegaten. Met al deze kennis kunnen beleidsmakers  vanaf 2020 onderbouwde besluiten nemen voor beleid en beheer van het Nederlandse zandige kustsysteem.”

Bram van Prooijen, SEAWAD-projectcoördinator bij de Technische Universiteit Delft

Gps-tonnetjes

Zeegaten zijn ook interessant voor fundamenteel onderzoek. Want de interactie tussen getij, wind, golven en zand- en slibtransport is buitengewoon sterk in deze gebieden. En dat bepaalt mede hoe de Nederlandse kust de komende decennia gaat veranderen.  Vandaar dat SEAWAD – een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Delft, Twente en Utrecht – een belangrijk steentje bijdraagt aan het onderzoek naar het Amelander Zeegat.

Dat doen de universiteiten soms op innovatieve wijze. Zo zetten ze 30 drifters in om de stroming op verschillende plekken in het zeegat te meten. “Dat zijn tonnetjes met smartphones erin”, legt SEAWAD-projectcoördinator Bram van Prooijen van de Technische Universiteit Delft uit. “Via gps en een app kunnen we daar voortdurend contact mee leggen. Na een paar uur worden de drifters weer opgehaald en zien we waar ze naartoe zijn gedreven. Zo krijg je op een relatief goedkope manier een goed ruimtelijk beeld van de stroming.”

Werking kustsysteem

SEAWAD heeft het onderzoek zo opgezet dat het bijdraagt aan de ambities van het project Kustgenese 2.0.  Van Prooijen: “In ruil daarvoor draagt Rijkswaterstaat deels bij aan de financiering van de promovendi en biedt Rijkswaterstaat hen de mogelijkheid om mee te doen met de meetcampagne voor Kustgenese 2.0. En wij gebruiken de meetgegevens  – en straks ook de resultaten van de pilotsuppletie – om onze rekenmodellen telkens te verbeteren. Zo krijgen we een steeds beter beeld van de werking van het Nederlandse kustsysteem.”

Meten vanaf de vuurtoren

Op de vuurtoren van Ameland staat een x-bandradar. Deze is bedoeld om het scheepvaartverkeer te begeleiden. Daarnaast zorgt de radar voor reflecties van het wateroppervlak die informatie geven over de golven. Hiermee kan vrij goed worden ingeschat wat de bodemligging van het zeegat is. Omdat deze informatie continu beschikbaar is, kunnen we bijna live de beweging van het zand en straks ook de pilotsuppletie en de zandtransporten na de suppletie  in de buitendelta volgen. Een schat aan aanvullende informatie dus op de gewone lodingen.

Meer weten?

U leest meer over dit onderwerp op de projectpagina van Kustgenese 2.0.