Natuurlijk Veilig

Dit artikel hoort bij: Waddenzee 01

Een veilige kust én gezonde natuur

Rijkswaterstaat brengt ieder jaar zand aan op diverse plekken langs de kust. Ook Ameland krijgt regelmatig extra zand. Zo blijft Nederland veilig voor overstromingen en is er genoeg ruimte voor de natuur, recreatie en drinkwaterwinning. Zandsuppleties passen goed bij de dynamische en zandige kustnatuur. Om meer zicht te krijgen op het effect van de suppleties op planten en dieren is Rijkswaterstaat in 2010 gestart met het onderzoeksprogramma Ecologisch gericht suppleren. In het vervolgonderzoek Natuurlijk Veilig, dat we samen met 10 natuurorganisaties uitvoeren, ligt de focus op de natuur onder water net voor de kust.

(Een duinlandschap vanuit de lucht. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Duinen en stranden zijn onze belangrijkste bescherming tegen de zee.
Maar door de wind, de zee en stroming verdwijnt er zand van de kust.
Deze dynamiek brengt risico's met zich mee voor de mens maar is tegelijkertijd ook van belang voor de beschermde natuur van de kust.
Door nieuw zand aan te brengen houden we de kustlijn intact.
Zo blijft de natuur dynamisch en de mens beschermd.
Een belangrijke taak, zeker omdat de zeespiegel stijgt.
Maar welke impact heeft het opspuiten van zand op de flora en fauna in ons kustgebied en in de Waddenzee?
Om daarop antwoord te krijgen en er verantwoord mee om te gaan laat Rijkswaterstaat samen met tien partners onderzoeken wat de gevolgen van zandsuppletie zijn voor de natuur.
PETRA DAMSMA: De Nederlandse zandige kust is een belangrijk natuurgebied.
We hebben, samen met een aantal natuurorganisaties, onderzocht wat de effecten zijn van zandsuppleties op de natuur van de kust.
En dat gaat dan om onderwaternatuur, zoals schelpenbanken en ook de natuur op het land, zoals broedvogels die op het strand broeden.
En we willen daarmee bij de uitvoering van suppleties zo veel mogelijk rekening houden.

(Wilde golven rollen het strand op. Damsma loopt langs de zee samen met Gerard Janssen, die een rugzak draagt en een riek vastheeft:)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

GERARD JANSSEN: Ja, we lopen hier dan op het strand aan de rand van de vooroever. En, ja, de vooroever is vooral voor ons van belang omdat daar vooral gesuppleerd wordt.
En dat is ook tegelijkertijd de kinderkamerfunctie voor de jonge platvis, de jonge schol, de jonge tong.
En het is toch wel heel erg belangrijk dat we daar ook rekening mee gaan houden.

(Ze lopen naar de zee toe. Janssen steekt de riek in het vochtige zand.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Dit is de plek waar we suppleren maar ook de plek waar dus de jonge visjes voorkomen, met name de jonge schol.
Daarom is het ook een kinderkamer.
Kijk, ik heb wat meegenomen.
Hier zie je de jongste scholletjes, 'postzegeltjes' noemen we ze ook wel.
Die zijn van dit jaar en, ja, die eten hier de wormen die in het zand zitten en ze worden zelf ook weer gegeten door de garnalen die hier zitten.
Maar hoe nou precies, zeg maar, hun leven wordt beïnvloed door het zand dat wij hier suppleren, dat is iets wat we de komende jaren willen onderzoeken.

(Een stuk bij de zee vandaan steekt hij opnieuw de riek in het zand. Samen met Damsma bekijkt hij iets aandachtig. In het zand liggen allerlei soorten schelpen. Janssen en Damsma lopen door het mulle zand een heuvel op.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

DAMSMA: Je ziet ook aan de vorm van het strand, de manier waarop het oploopt dat er is gesuppleerd, want een natuurlijk strand, dat loopt veel vlakker.
JANSSEN: Ja, en je ziet ook aan de kleur van het strand dat er gebruik is gemaakt van zand dieper uit de Noordzee.
En dat kan je zien aan dat het een beetje een bruinige kleur heeft.
En dat komt door deze oude, fossiele schelpen.
Dat zijn schelpen van zo'n tienduizend jaar oud en die komen dus uit het diepere deel van de Noordzee.
En als je nou zo langs het strand kijkt, zie je dus dat het allemaal wat bruinig is.

(Ze wandelen verder over het harde zand dat vlak bij de zee ligt. De lucht is blauw met witte wolken.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

DAMSMA: Dus we suppleren op de vooroever en op het strand.
Maar dat zand blijft daar niet liggen, dat verplaatst zich, dat is ook de bedoeling.
We houden rekening met de natuurlijke dynamiek van de zee en van de wind.
En komt dat zand dan ook nog in de duinen terecht uiteindelijk?
Ja, daar komt het natuurlijk terecht, omdat het ernaartoe waait.
En we willen dus ook weten van: wat betekent dat dan voor de kwaliteit van de duinen?
Maar het gaat niet alleen naar de duinen het gaat via het water en de zeegaten ook naar de Waddenzee.
En we willen dus ook weten: wat betekent het voor de Waddenzee?

(In de zon lopen ze langs de duinen.)

DAMSMA: Voor de effecten op de duinen gaat het niet alleen om de suppleties maar ook om het beheer van de duinen zelf.
En juist daarom is het belangrijk dat wij het onderzoek naar de effecten van suppleties vormgeven samen met natuurorganisaties, zoals duinbeheerders en ook de Waddenvereniging, als het gaat over de effecten op de Waddenzee.

(Ze stappen een houten hek door en vervolgen hun weg over een zandpad door de duinen.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER

VOICE-OVER: Tien natuurorganisaties werken met Rijkswaterstaat aan het project.
Samen onderzoeken we hoe we verantwoordelijk en duurzaam onze kusten kunnen onderhouden.
Samen zoeken we naar de beste manier om ons land te beschermen.
Met aandacht voor het onderwaterleven en flora en fauna op het strand, op de Wadden en in de duinen.
Zodat mens en natuur harmonieus samen kunnen blijven bestaan.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het beeld wordt groen met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op natuurlijkveilig.nl. De logo's van Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, Stichting De Noordzee, LandschappenNL, Stichting Duinbehoud, Waddenvereniging, Dunea Duin en Water, Staatsbosbeheer en Waternet.)

DE RUSTIGE MUZIEK EBT WEG

(Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2017.)

Deze ondiepe kustzones zijn dynamische gebieden: golven rollen er met grote kracht het strand op. Het ondiepe water heeft een belangrijke kinderkamerfunctie voor vissen. Tegelijkertijd beïnvloedt Rijkswaterstaat deze zones door er zand aan te brengen. Dat zorgt ervoor dat de plaatselijke fauna wordt verstoord. Op basis van eerdere onderzoeken verwachten we dat het bodemleven zich grotendeels binnen een paar jaar herstelt. Wel is het mogelijk dat de samenstelling van het bodemleven door opeenvolgende suppleties uiteindelijk verandert. En dat kan weer gevolgen hebben voor andere soorten, zoals vogels, die er hun voedsel vinden. Zij leven namelijk van de bodemdieren en visjes.

Voldoende data verzamelen

Om zinnige uitspraken te kunnen doen over de effecten van zandsuppleties op het onderwaterleven voor de kust, zijn er veel meetgegevens nodig die met elkaar in verband moeten worden gebracht. Daarom worden er langs de hele Nederlandse kust op verschillende plekken een heleboel monsters genomen en geanalyseerd, vertelt Petra Damsma, adviseur Natuur en Hoogwaterveiligheid bij Rijkswaterstaat en projectleider van Natuurlijk Veilig. “We nemen bijvoorbeeld op verschillende momenten happen zand uit de bodem, zeven deze uit en kijken dan welke wormen en schelpen er achterblijven. Ook gebruiken we sleepnetten om vissen te vangen. En met echometingen kijken we waar vissen zwemmen.”

Petra Damsma, adviseur Natuur en Hoogwaterveiligheid bij Rijkswaterstaat en projectleider van Natuurlijk Veilig

Suppleties goed timen

Hoewel het nog te vroeg is om conclusies te trekken over langetermijneffecten, verwacht Damsma dat het onderwaterleven in de ondiepe kustzones zich wel zal herstellen na een zandsuppletie. “Dat zijn immers van nature al heel dynamische gebieden. De soorten die daar leven zijn gewend aan de kracht van de zee en kunnen dus wel tegen veranderingen. Bovendien verspreidt het zand zich sneller onder water dan op het strand. Uit het onderzoeksprogramma Ecologisch gericht suppleren, dat tussen 2010 en 2015 op Ameland is uitgevoerd, bleek dat het bodemleven zich grotendeels herstelt binnen 3 jaar. Met die hersteltijden moeten we rekening houden. Zo moeten we de ene suppletie wellicht niet te snel op de andere laten volgen. En misschien is het wel beter om telkens een klein beetje zand aan te brengen. Of juist heel veel in één keer. We weten nog niet goed of de vooroever als geheel verandert door tientallen jaren van opeenvolgende suppleties.”

Verschillende invalshoeken

Damsma is blij dat er zoveel natuurorganisaties meedoen aan Natuurlijk Veilig. “Ze helpen Rijkswaterstaat bij het bedenken van de belangrijkste onderzoeksvragen. En doen dat vanuit heel verschillende invalshoeken. Zo vraagt de Stichting Duinbehoud logischerwijs aandacht voor de doorwerking van zandsuppleties op de duinen. Doordat we samenwerken kunnen we gemakkelijker in gesprek over dit soort zorgen en kan Rijkswaterstaat er ook daadwerkelijk iets mee doen.”

Kinderkamerfunctie

Ook Lies van Nieuwerburgh, marien ecoloog bij de Waddenvereniging, is te spreken over de samenwerking binnen Natuurlijk Veilig. “Het is heel positief dat we nu – anders dan vroeger – echt samen aan dezelfde doelen werken en de kennis over het kustsysteem opbouwen. “Suppleren is weliswaar een ‘zachte’ maatregel, maar we moeten wel de precieze effecten ervan weten. Zeker ook omdat de zeespiegel mogelijk sneller stijgt dan verwacht en Rijkswaterstaat de komende jaren dus waarschijnlijk nog meer extra zand moet aanbrengen. Alleen als we goed in beeld hebben wat daar de gevolgen van zijn, kunnen we de Nederlandse kust – die bestaat uit Natura2000-gebieden waarover we samen hebben afgesproken dat we deze beschermen – op een goede manier, met oog voor de natuur veilig houden.”

Lies van Nieuwerburgh, marien ecoloog bij de Waddenvereniging

Werelderfgoed

Een andere uitdaging volgens Van Nieuwerburgh is om te achterhalen wat het effect is van het suppletiezand op de Waddenzee. “Wat doet dat met de platen en sedimentsamenstelling in de Waddenzee? En wat betekent dat vervolgens voor de bodemdieren, vissen en de dieren die hen opeten? Ook dat aspect is voor ons van belang. Veel mensen weten wel dat er zeehonden in de Waddenzee leven en dat trekvogels er hun voedsel vandaan halen. Maar over de voedselketen onder water is nog weinig bekend. Laat staan dat we weten welke effecten menselijke activiteiten hierop hebben. Het mooie aan Natuurlijk Veilig is dat het een deeltje van deze puzzel oplost. En dat is belangrijk, want het onderwaterleven zorgt er mede voor dat de Waddenzee een Werelderfgoedgebied is met de mooiste natuur van Nederland.”

Overleeft een kniksprietkreeftje een zandsuppletie?

Uit promotieonderzoek van Lies Leewis van de Vrije Universiteit blijkt dat bodemdieren en planten op stranden te lijden hebben van menselijke activiteiten, zoals het opspuiten van zand en het machinaal schoonmaken van stranden. Diertjes raken hierdoor bijvoorbeeld bedolven onder het zand of worden overreden.

Het onderzoek spitste zich toe op 4 bodemdieren: gemshoornworm, agaatpissebed, kniksprietkreeftje en de zandvlokreeft. Leeuwis ontdekte dat deze 4 veelvoorkomende organismen zich goed aanpasten aan de veranderlijkheid van het strandmilieu en na een zandsuppletie het strand weer snel bevolkten.

Gerard Janssen, professor Kustecologie en ecologisch adviseur bij Rijkswaterstaat, was promotor van het onderzoek. “Het is goed dat we nu uit praktijkonderzoek weten dat bodemdieren op het natte deel van het strand redelijk snel herstellen na strandsuppleties. Wel moeten we oog houden voor de vele soorten die nog niet zijn onderzocht. Mooi dat we nu in Natuurlijk Veilig de impact op bodemdieren en vissen onderzoeken in juist de vooroever van de kust. Zo ontdekken we of suppleren in het water net voor de kust inderdaad beter is voor dieren dan suppleren op het strand, waar dieren waarschijnlijk kwetsbaarder zijn. We krijgen we een beter beeld van de impact van suppleties in de verschillende kustzones."

Rijkswaterstaat is als kustbeheerder mede verantwoordelijk voor een goede balans tussen kustverdediging en natuurbeheer en financierde het promotieonderzoek.

Meer weten?

Kijk dan op de website van Natuurlijk Veilig.