Kustgenese 2.0 / Metingen bodemligging

Dit artikel hoort bij: Waddenzee 01

Meten in een onontgonnen gebied

Rijkswaterstaat en partners verrichtten in het najaar van 2017 5 weken lang metingen in het Amelander Zeegat, een complex van geulen en platen waar het getij zich richting de Waddenzee perst en weer terug. We voerden deze omvangrijke meetcampagne uit om de (zand)stromen en ecologie in het zeegat uitgebreid in kaart te brengen. Want als we weten hoeveel zand verplaatst naar de Waddenzee en hoeveel naar de kust van Ameland, dan kunnen we ons kustonderhoud daarop aanpassen. 

(Beeldtitel: Meetcampagne Amelander Zeegat. Najaar 2017. Op een kaart van Nederland licht een bolletje op bij Ameland.)

LEVENDIGE MUZIEK TOT HET EIND VAN DE VIDEO

(Beeldtekst: DOEL meetcampagne: Langetermijn kustonderzoek. Nulmeting ecologie. Langetermijn kustonderzoek: Onderzoek naar de werking van de dynamiek van zeegaten. Doel: kennis opdoen over het morfologische systeem.)

(Nulmeting ecologie: Onderzoek naar de huidige ecologie in het Amelander Zeegat. Doel: Bepalen invloed van suppleties op ecologie in buitendelta. 5 meetframes meten de stroming van zand en water op 5 vaste plekken op de bodem van de Noordzee.)

(Een meetframe hangt aan een kabel. Een kaart van het zeegat bij Ameland met 5 nummers erin. Beeldtekst: 30 drifters meten de stroming op verschillende plekken. Een bootje vaart weg bij een apparaat dat in zee drijft.)

(Beeldtekst: Onderzoek sedimenttransport door fluorescerend magnetisch zand. Een luchtfoto van oplichtende plekken in zee. Op andere foto's gooien mannen vanaf een schip emmers leeg in een pijp. Beeldtekst: Nulmeting ecologie in het Amelander Zeegat. Foto's van zeedieren.)

(Beeldtekst: Nemen van bodemmonsters. Benthosmetingen met boxcores. Visbemonstering. De meetcampagne draagt bij aan de kennisontwikkeling van de kust. Deze kennis wordt gebruikt voor het advies over het Nederlandse kustbeleid na 2020. Daarmee bereiden wij ons proactief voor op de zeespiegelstijging.)

(Kustgenese 2.0 is een samenwerkingsverband tussen Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, SEAWAD en Deltares.)

Afgelopen herfst stonden er ineens 5 stalen frames met een enorme hoeveelheid geavanceerde meetapparatuur op verschillende locaties op de bodem van de Noordzee. En ook boven water was het veel drukker dan normaal. Daar voeren meerdere onderzoeksschepen af en aan om water- en bodemmonsters te nemen en metingen te verrichten.

Op 5 locaties voerden we metingen uit om de (zand)stromen en ecologie van het Amelander Zeegat in kaart te brengen.

Eerste beeld

Alle meetinspanningen leverden eind 2017 een zogeheten nulmeting op: een eerste beeld van de wisselwerking tussen de wind, golven, zandverplaatsing en, bodemligging en ecologie in het Amelander Zeegat. De combinatie van deze elementen en factoren zorgt er mede voor dat de vloedstroom in de Waddenzee zand van Ameland en Terschelling afschuurt. En de ebstroom zand teruglegt op de buitendelta aan de Noordzeekant van het zeegat. De nulmeting moet meer inzicht geven in de werking van het zeegat en deze stromingen.

Harry de Looff, technisch manager bij Rijkswaterstaat

Zandhonger

Met name de buitendelta van het Amelander Zeegat is nog grotendeels onontgonnen gebied, geeft Harry de Looff, technisch manager bij Rijkswaterstaat, aan. “Wat we wel weten is dat de buitendelta een belangrijke rol heeft bij het ‘voeden’ van de Waddenzee met zand. De Waddenzee trekt nog steeds zand aan en lijdt aan wat we wel eens ‘zandhonger’ noemen. Door dat zand kan de Waddenzee meegroeien met de zeespiegelstijging. Maar de zandvoorraad van de buitendelta raakt ooit een keer op. Met de stroommetingen en sedimentmetingen in het Amelander Zeegat kunnen we berekenen wanneer dat precies is, met hoeveel zand we de voorraad moeten bijvullen en wat daar dan weer de morfologische en ecologische effecten van zijn. Zo leren we steeds beter hoe het zeegat zich gedraagt en kunnen we onze rekenkundige modellen voortdurend aanscherpen. We weten dan beter waar en hoeveel zand we moeten toevoegen aan het systeem om de kust te onderhouden.”

Vervolgstap is een pilotsuppletie die we vanaf voorjaar 2018 uitvoeren in het Amelander Zeegat. We storten daar dan ongeveer 5 miljoen kubieke meter zand en monitoren daarna wat de effecten daarvan zijn op het morfologische systeem van én de ecologie in het zeegat.

Cor Schipper, marien bioloog bij Rijkswaterstaat

Eten of gegeten worden

Cor Schipper, marien bioloog bij Rijkswaterstaat, coördineerde de ecologische nulmeting en hield in de gaten wat het met de ecologie – de bodemfauna en -vissen van het zeegat – doet als er een bak zand wordt gestort. Volgens hem is het Amelander Zeegat een relatief klein gebied waar veel zeeorganismen onder zeer dynamische omstandigheden leven.

Schipper: “Zo worden er hoge stroomsnelheden gemeten en zijn er veel steile geulen en grote dieptes en ondieptes in een relatief klein gebied. Daarnaast is er een complexe voedselketen: het is er eten of gegeten worden. Zeevogels, zeehonden en bruinvissen jagen bijvoorbeeld op diverse vissen. Die leven op hun beurt weer van kleine bodemorganismen. Het grote aanbod aan voedsel zorgt tegelijkertijd voor een levendige en afwisselende biodiversiteit in het zeegat.”

Edwin Verduin, marien ecoloog bij laboratoriumbedrijf Eurofins

Bevolkingssamenstelling van het zeegat

Om te achterhalen of de populatie van het zeegat al dan niet verandert, analyseert laboratoriumbedrijf Eurofins de bodemmonsters van de nulmeting. Marien ecoloog Edwin Verduin en zijn collega’s kijken daar welke bodemdieren mee naar boven zijn gekomen tijdens de bemonstering.

“We nemen een hap uit de bodem met een zogenoemde boxcorer”, vertelt Verduin. “Dit apparaat neemt een monster van de zeebodem door zich er zo’n 25 centimeter in te boren. Hieruit nemen we vervolgens een klein monster waarmee we de samenstelling van de zandkorrels bekijken. Daarna spoelen we het overige materiaal over een zeef. Alle bodemdieren die op de zeef achterblijven, zoeken we uit in het laboratorium. Dat vraagt flink wat analysewerk. Want alle bodemdieren die we tegenkomen, moeten we op naam brengen. Zo ontstaat een goed beeld van de samenstelling van de bodemdierengemeenschap."

“Wat nu al opvalt, is dat een flink aantal bodemdieren zich – ondanks de sterke stroming – weet te handhaven in het Amelander Zeegat. In ieder geval kunnen we door de nulmeting en de teststorting een goed beeld krijgen van het effect van een suppletie op dit specifieke ecosysteem. Bij een volgende suppletie kan bijvoorbeeld Rijkswaterstaat daar weer rekening mee houden.”

Meer weten?

U leest meer over dit onderwerp op de projectpagina van Kustgenese 2.0.