
Gezondheid prominent in nieuw beleid
Gezondheid
De positie van het thema Gezondheid krijgt een steviger basis in beleid. Aan het begin van de zomer verscheen het beleidsstuk Gezondheid Breed op de Agenda van de ministeries van VWS en IenW. Ook krijgt gezondheid voor de lange termijn een sterke positie in de ambities van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Bart Vink, beleidscoördinator bij IenW licht de recente beleidsontwikkelingen toe.
Bart Vink
Vanuit IenW was Bart als coördinator – samen met stuurgroeplid Jan Hendrik Dronkers - toen nog als directeur-generaal - nauw betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe beleid. ‘Nog nooit stond Gezondheid zo prominent in ruimtelijke beleidsvisies’, stelt hij. ‘Het vaststellen door het kabinet van de Nationale Omgevingsvisie op 11 september is een mijlpaal voor de thema’s milieu en gezondheid.’ De visie is inmiddels doorgestuurd voor behandeling in de Tweede Kamer.
Het beleidsstuk Gezondheid Breed op de Agenda, als onderdeel van de Landelijke Nota Gezondheid, was vanaf juni al vastgesteld beleid binnen IenW.’ ‘Het is nu aan ons departement om er ook handen en voeten aan te geven in de fysieke leefomgeving’, vindt Bart. ‘Door onze inbreng en betrokkenheid is gezondheid nu voor het hele ministerie relevant. De NOVI geldt als de nieuwe ruimtelijke ordeningsvisie en Gezondheid Breed op de Agenda is inmiddels vastgesteld beleid.’
Verantwoordelijkheid nemen
NOVI is de beleidsnota op hoofdlijnen voor Nederland. Bart is trots op de integrale inhoud. ‘Het is een rijksbrede visie, waarin alle beleidsdepartementen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. En waarin het gelukt is om geen enkele sector te laten domineren. IenW is hiervoor een van de verantwoordelijke departementen in het fysiek domein en Rijkswaterstaat heeft voor deze taken de uitvoerbaarheidstoets gedaan.’
Omgevingsagenda's
Vervolgens moet de concrete vertaling in kaders en richtlijnen van zowel de NOVI en van Gezondheid Breed op de Agenda nog wel gemaakt worden. De jaarlijkse bijeenkomsten voor het MIRT-overleg in het najaar en het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar leveren daarvoor belangrijke input. Deze nadere uitwerking leent zich bijvoorbeeld ook voor de omgevingsagenda’s en bereikbaarheidsprogramma’s. Intussen ziet Bart al mooie voorbeelden van concrete plannen. ‘In het bereikbaarheidsprogramma van Utrecht zie ik veel aandacht voor natuur, landschap, woningbouw en erfgoed, maar ook voor iets tastbaars als een fietsenstalling. Dat is helemaal in de geest van de NOVI.’
Handen en voeten geven
In de opgave om gezondheid verder handen en voeten te geven, ziet Bart een grote rol voor Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie bij het maken van kaders en richtlijnen. Gezondheid komt nu in lopende planuitwerkingen veelal terug via de wettelijke normen voor luchtkwaliteit, geluidhinder en geur. In de toekomst is dat niet meer voldoende. ‘Zoals ook blijkt uit conclusies van de World Health Organization is er meer nodig en de NOVI roept op om een gezonde leefomgeving voor omwonenden te waarborgen. De ambitie reikt verder dan de normen’, duidt Bart de hoofdlijnen. Dit is ook de lijn in het Schoon Luchtakkoord dat DG-MI met inzet van provincies en gemeenten uitvoert.
Geen ruimteclaims
In de nieuwe ontwikkelingen staan naast gezondheid ook klimaat en energie centraal. Dat zijn de thema’s van vandaag, die in de volle breedte een plek moeten krijgen, zegt Bart. ‘Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen en wateropvang. Daar is ruimte voor nodig, die niet meer ingezet kan worden voor andere functies.’ In de NOVI worden geen keuzes gemaakt tussen deze ruimtes. Bart vindt dat jammer. ‘Als gekozen wordt voor woningbouw in een bepaald gebied, heeft dat als consequentie dat landbouw, natuur of andere zaken daar niet meer kunnen. Bouw je woningen, dan weet je dat ook de bereikbaarheid geregeld moet worden. Duidelijke keuzes hadden al richting kunnen geven aan de uitvoering. Toch liggen er goeie aanknopingspunten voor de toekomst.’
Aanvliegroutes
Om het thema gezondheid uit te werken in het werkveld zijn er 2 aanvliegroutes: het verleiden tot gezond gedrag én het gezonder maken van de leefomgeving. Bart is van mening dat Rijkswaterstaat in beide aanpakken een rol heeft. ‘Wil je gezond gedrag stimuleren, dan ligt het voor de hand om fietsen en lopen aantrekkelijker te maken. Wil je de leefomgeving gezonder maken, dan kun je de uitstoot beperken, bijvoorbeeld met snelheidsbeperkingen en betere doorstroming. In dat laatste geval snijdt het mes zelfs aan 2 kanten, want je hebt dan zowel betere bereikbaarheid als betere leefomstandigheden door minder uitstoot.’
Aantrekkelijk voor fietsers
Het verleiden tot gezond gedrag valt niet altijd binnen de eigen netwerken van Rijkswaterstaat. Toch kan Rijkswaterstaat hier goed invloed uitoefenen in de gesprekken met lagere overheden over de integrale mobiliteitsontwikkelingen in het gebied, stelt Bart. ‘Een mooi voorbeeld is de lay-out van een route in de gemeente Houten. Fietsers kunnen rechtdoor, terwijl automobilisten via een lus een omweg moeten maken. Daardoor is het voor inwoners aantrekkelijker om de fiets te pakken dan de auto.’
Reëel alternatief?
Met dit nieuwe beleid voor gezondheid wordt de vraag relevant of de fiets de hoofdrol gaat spelen in bereikbaarheidsstudies. Bart beaamt dat fietsalternatieven altijd een gezond alternatief zijn. Toch zal het niet altijd een reëel alternatief zijn, nuanceert hij. ‘Ik kan wel zeggen: ‘iedereen moet op de fiets’, maar er zijn allerlei beroepen waarvoor mensen echt met de auto moeten. Ook de afstand kan niet reëel zijn. Ik ben een voorstander van snelfietsroutes en doorfietsroutes, maar niemand pakt voor Almere-Amsterdam de fiets. Je ontkomt er bij zulke plannen niet aan om dan iets met infrastructuur en ov te doen.’