Verkeer op snelweg rijdt onder matrixbord door

Op weg naar digitale verkeerssturing

Wegbeheerders over zes jaar ervaring met in-car verkeersinformatie

Met de start van VM-IVRA kregen wegbeheerders een nieuwe manier om de weggebruiker te informeren. De ambitie was helder: toewerken naar een systeem met digitale meldingen, dat fysieke borden langs de weg uiteindelijk overbodig zou maken. Nu, 6 jaar later, is VM-IVRA afgerond. Hoe kijken wegbeheerders terug op deze ontwikkeling? En vooral: welke kansen zien zij voor de toekomst? Het woord is aan wegbeheerders van gemeente Amsterdam, de provincie Overijssel en de gemeente Den Haag.

Gemeente Amsterdam: ‘Digitaal verkeersmanagement is de toekomst.’

Joeri Reesink

Joeri Reesink

‘Bij de gemeente Amsterdam zijn we vanaf het begin betrokken geweest bij VM-IVRA. Terugkijkend vind ik de samenwerking tussen serviceproviders en wegbeheerders de waardevolste ontwikkeling binnen het project. Voorheen opereerden we namelijk vooral los van elkaar. Serviceproviders stuurden de weggebruikers zo snel mogelijk van A naar B, terwijl wij controle over het wegennet probeerden te behouden. Door VM-IVRA hebben we meer inzicht in elkaars rol, waardoor onze werkwijzen beter op elkaar aansluiten. Ons gezamenlijke doel verbindt: een veilige route voor de weggebruiker en een betere leefbaarheid in de stad. Dat bereiken we bijvoorbeeld door wegen in het netwerk samen te prioriteren, waardoor we ongewenste sluiproutes kunnen voorkomen.

Tegelijkertijd heb ik ook een aantal kritische noten. Zo zie ik nog veel potentie in het verder versterken van het contact tussen wegbeheerders en serviceproviders, dat eigenlijk vooral via VM-IVRA verliep. Er zijn wel sessies geweest waarin we samen aan tafel zaten, maar die zijn op één hand te tellen. Juist door dit soort gesprekken creëer je wederzijds begrip. Na zo’n gesprek is het voor mij als wegbeheerder ook duidelijker binnen welk speelveld we opereren en waar de ruimte ligt om samen verder te verbeteren. Dit directe contact mag van mij dus nog veel vaker.

Digitaal verkeersmanagement heeft de toekomst. Dat geloof ik echt. Maar ik denk dat het nog wel een aantal jaar duurt voordat de huidige fysieke instrumenten (DRIPS) worden vervangen door bijvoorbeeld een digitale tegenhanger. Daarvoor bevindt het project zich nog te veel in een ontwikkelfase. We werken momenteel met meerdere systemen en een groot deel vraagt nog om handmatig werk. Dat kost veel tijd. Bovendien zijn kleinere omliggende gemeenten minder ver in digitaal verkeersmanagement dan Amsterdam. De komende jaren zullen in elk geval de DRIPS en digitaal verkeersmanagement naast elkaar blijven bestaan.’

Voorbeeld van in-car routeinformatie

Provincie Overijssel: ‘We bevinden ons duidelijk in een overgangsfase.’

Albert Potkamp

Albert Potkamp

‘Tegenwoordig worden we allemaal steeds afhankelijker van data. Dat is in het verkeer niet anders. Voor de provincie Overijssel voelde het daarom als een logische stap om mee te doen aan VM-IVRA. Er liggen ontzettend veel kansen voor digitale informatieberichten en voor de samenwerking met serviceproviders. Veel van die kansen staan nu nog in de kinderschoenen, maar krijgen langzaamaan wel steeds meer vorm. Zo werkt het aanmelden van digitale vooraankondigingen voor wegwerkzaamheden goed en is het relatief eenvoudig geworden om dit structureel onderdeel te maken van onze werkzaamheden. Samen met regionale tactische teams kijken wegbeheerders regelmatig vooruit naar welke wegwerkzaamheden zich lenen voor een digitale vooraankondiging. 

Een kanttekening is dat de huidige criteria voor digitale vooraankondiging vaak te beperkend zijn. Meldingen mogen bijvoorbeeld alleen worden ingezet bij een volledige blokkade, terwijl het afsluiten van één rijstrook soms evenveel – of zelfs meer - impact heeft op de ring van een stad. Ook de eis van 20 seconden bedenktijd maakt het vinden van een geschikte DIB-locatie lastig: in een stedelijke omgeving sta je dan al snel alweer bij het volgende kruispunt.

Bovendien denk ik dat digitale vooraankondigingen beter tot hun recht komen als ook het bewustzijn groeit onder wegbeheerders in kleinere gemeenten. Dat zijn vaak duizendpoten met veel verschillende taken, waardoor digitaal verkeersmanagement niet altijd voldoende aandacht krijgt. Tijdens regionale overleggen blijven we het onderwerp daarom actief agenderen. Ook hebben we extra capaciteit ingezet om gemeenten te ondersteunen bij het correct melden van werkzaamheden in Melvin en om ze te wijzen op de mogelijkheden van digitale vooraankondigingen. Met kwartaalrapportages maken we inzichtelijk hoe dit verloopt en gebruiken we de resultaten om het gesprek hierover te voeren.

Met de ontwikkelingen binnen VM-IVRA bevinden we ons duidelijk in een overgangsfase. We hebben nu zowel digitale oplossingen als fysieke borden nodig. Vooral omdat niet iedereen gebruik maakt van live navigatie, en we dus niet iedereen kunnen bereiken met onze meldingen. Ik geloof daarom niet in een toekomst volledig zonder borden. Maar wel in een toekomst waarin digitaal verkeersmanagement en DRIP’s en borden elkaar versterken en aanvullen.’ 

Voorbeeld van een gewijzigd routeadvies

Gemeente Den Haag: ‘We zien digitaal verkeersmanagement vooral als aanvullend instrument.’

Wouter Schijns

Wouter Schijns

‘Hoewel gemeente Den Haag nu één van de koplopers is binnen VM-IVRA, zijn we pas 2 à 3 jaar geleden aangehaakt. In deze periode stonden we voor de keuze in hoeverre we onze stedelijke DRIP’s voor de aankomende 15 jaar zouden vervangen of verwijderen. Voor ons een aanleiding om bewust tijd te investeren in de vraag waar digitaal verkeersmanagement nu staat, wat het perspectief is en welke kansen er liggen voor de toekomst. Die kansen waren voor ons overtuigend genoeg om alsnog aan te sluiten.

Op dit moment zien we digitaal verkeersmanagement vooral als ondersteunend middel: een extra manier om informatie te delen met de weggebruiker. De dekkingsgraad (het aandeel van het totale verkeer dat een melding ontvangt) van digitale meldingen is namelijk nog steeds best wel klein: zo’n 8 tot 10 procent. Dat komt vooral omdat niet iedereen een navigatiesysteem gebruikt en grote serviceproviders als Google nog niet meedoen. Daarnaast schuurt het gebruik van digitale meldingen op je navigatiesysteem met de MONO-boodschap: we vragen weggebruikers hun aandacht op de weg te houden, maar sturen tegelijk spraak- of zelfs tekstuele berichten via navigatie. Zeker in stedelijk gebied is het complex om deze in-car meldingen veilig te ontvangen. 

In het vervolgtraject van VM-IVRA hoop ik dat er hier duidelijkere afspraken over worden gemaakt in de dataketen. Bijvoorbeeld door spraakberichten als randvoorwaarde op te nemen, in plaats van als vrijblijvende optie. Daarbij zou ik graag als wegbeheerder direct het gesprek aangaan met de serviceproviders. Nu gebeurt dat niet, alleen via het projectteam van VM-IVRA. Er bestaan onderlinge wensen, maar ook afhankelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van datakwaliteit en het moment waarop meldingen worden aangeleverd. Ook zouden we baat hebben bij meer afstemming tussen serviceproviders onderling, zodat meldingen consistenter worden aangeboden aan de weggebruiker.

Al met al kan het nog wel jaren duren voordat de digitale berichtgeving, afgezien van de digitale vooraankondigingen, uit de kinderschoenen is. Tot die tijd blijven we samen innoveren, maar blijven fysieke borden en DRIP’s langs de weg onmisbaar.’

Voorbeeld van in-car routeinformatie