
Leerruimte brengt innovaties tot ontwikkeling
Duurzaamheid
Het innovatieprogramma Self Supporting Rivier Systeem (SSRS) ontwikkelde het concept contractuele Leerruimte als middel om goede ideeën naast de aanbesteding uit te werken. Leerruimte gaf biomassa en sediment al een impuls. En volgens innovatieregisseur Yuri Wolf leent het zich ook goed voor andere duurzaamheidsideeën. Hoe werkt het?
Yuri Wolf
Innovaties worden zelden binnen een normaal beheercontract opgenomen. Dit stimuleert de aannemer binnen een lopend contract niet om te innoveren. Dát is waar Leerruimte op inspeelt. Door Leerruimte mee aan te besteden, geef je de opdrachtnemer gelegenheid om zowel het reguliere werk uit te voeren als nieuwe ideeën te testen. Binnen SSRS worden hiermee volgens Yuri Wolf goede resultaten bereikt.
Schapen langs het kanaal
‘We bereiden nu de realisatie van een set innovaties voor’, vertelt Yuri. ‘Onder meer voor onderzoek naar verbetering van materiaal voor kribben, waardoor onderhoud aan het profiel van de rivier duurzamer en betaalbaar wordt. De krib kan veranderd worden door materiaal weg te nemen of bij te storten, modulair dus. Bovendien is de verwachting dat de nadelen van een regulier opgebouwde krib met dit type wordt weggenomen. Het materiaal is geschikt voor hergebruik. Verder doen we langs de IJsseldelta-Twentekanalen een proef met een beheervorm waarbij schapen langs het kanaal grazen. We onderzoeken of deze beheervorm passend is en letten daarbij op kosten, biodiversiteit en beleving van het landschap. We zijn heel positief over de resultaten tot nu toe.’
Rijkswaterstaat zet via Leerruimte grazende schapen aan het werk langs de Twentekanalen
Leerruimte als zelfstandige overeenkomst
Leerruimte is binnen SSRS veelbelovend en reikt veel verder dan het riviersysteem. Daarom werkt Yuri vanuit SSRS de aanpak Leerruimte uit om ook te kunnen gebruiken bij droge projecten én als zelfstandige overeenkomst. Een voorbeeld van een toepassing in een wegenproject is de reconstructie van de N65 Vught – Haaren. De Leerruimte richt zich hier op hoe je de inbreng van de omgeving bij de aanleg van de weg in het contract kunt meenemen. Dit gaat dus verder dan het vragen om klanteisspecificaties. ‘Ik zie meerdere toepassingen om vooruit te komen met Leerruimte, in zelfstandige vorm of als annex in contracten. En dat beperkt zich ook niet tot duurzame onderwerpen. De aanbestedingswet moet je niet als beperking zien. Toon als inkoper gerust lef en doorzettingsvermogen om iets te bereiken’, vindt Yuri, die zelf van oorsprong inkoper is.
Best Value aanpak

(Beeldtitel: Best Value aanpak. Een animatie.)
VOICE-OVER: Projecten opleveren van hoge kwaliteit binnen de afgesproken tijd en het budget en met een tevreden opdrachtgever en opdrachtnemer.
Daar gaan we voor bij Rijkswaterstaat. De Best Value-aanpak helpt daarbij.
Best Value levert de meeste waarde voor een reële prijs.
Dat kan bereikt worden als opdrachtgever en opdrachtnemer ruimte geven aan elkaars expertise.
Als de opdrachtnemer in the lead is en de opdrachtgever faciliteert.
Aanbieders kunnen zo optimaal laten zien wat ze kunnen en Rijkswaterstaat hoeft niet elke stap te controleren.
Win-win, dus.
Hoe werkt het? De Best Value-aanpak bestaat uit vier fasen.
Fase één is de voorbereidingsfase.
Rijkswaterstaat formuleert het gewenste eindresultaat en bepaalt projectdoelstellingen waaruit de meerwaarde voor het project blijkt.
De uitvraag stellen we zo op dat marktpartijen worden gestimuleerd om innovatieve oplossingen te bedenken en om zich te onderscheiden op basis van hun expertise en de kansen die zij zien.
Fase twee is de beoordelingsfase.
Bij de beoordeling laten we kwaliteit zwaarder wegen dan de prijs.
Inschrijvers gebruiken begrijpelijke, logische en makkelijk te verifiëren informatie om hun aanbod te onderbouwen.
Daardoor kunnen we de inschrijvingen goed beoordelen.
Nu hebben we de best beschikbare marktpartij gevonden.
Vanaf dit moment is de opdrachtnemer in the lead.
In fase drie, de onderbouwingsfase bakenen we de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer duidelijk af.
De beoogde opdrachtnemer onderbouwt zijn plan en we maken concreet wat binnen en wat buiten de opdracht valt.
Daarna sluiten we het contract.
In de vierde fase, de uitvoeringsfase doet de opdrachtnemer aan proactief risicomanagement.
Elke week rapporteert hij over eventuele afwijkingen van de planning en over de status van de kritische prestatie-indicatoren.
Komen er risico's in beeld, dan stelt de opdrachtnemer direct voor hoe en door wie die het beste beheerst kunnen worden.
Zo kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer onverwachte gebeurtenissen in het project beter managen.
Met Best Value verbeteren we kwaliteit en efficiëntie, en minimaliseren we risico's.
Een samenwerking waar opdrachtgever en opdrachtnemer beiden de vruchten van plukken.
(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijkswaterstaat. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het beeld wordt geel met wit. Beeldtekst: Meer informatie over de Best Value aanpak? Kijk op www.rijkswaterstaat.nl/zakelijk. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2019.)
Value case
Met een ‘value case’ als basis kunnen volgens Yuri (duurzaamheids)vraagstukken goed worden opgepakt binnen een contract voor Leerruimte. ‘Je kijkt verder dan financiën en weegt de invloeden mee op people, planet, sociaal domein, omgeving en de sustainable development goals. Wij vinden bijvoorbeeld het waterbergend vermogen erg belangrijk en nemen dat mee in een value case met aandacht voor gezonde bodem en biodiversiteit. Enerzijds breng je geld in, maar je wil er waarde voor terug hebben. Bij een Value case moeten altijd meerdere partijen aan tafel zitten vanuit bedrijfsleven en overheden, met elkaar vorm je een keten.’
Een van de voorwaarden voor Leerruimte is een vorm van coproductie met partners. Dit vergt andere competenties van deelnemende marktpartijen. Samenwerken aan elkaars belangen bijvoorbeeld. De ervaringen in projecten laten zien dat dit onderdeel scherp naar voren moet worden gebracht. ‘Niet altijd lukt het. We kwamen in een project tegen dat een leverancier de verkoop van zijn product voorop stelde en niet mee wilde onderzoeken of een andere toepassing van zijn product mogelijk was. Voor ons is die participatie een voorwaarde, omdat bij gedeeld eigenaarschap een hoge mate van vertrouwen komt kijken en partners daardoor in staat zijn om samen goede beslissingen te nemen. Deze voorwaarde moeten we vooraf nog beter benadrukken.’