Natuur en Milieufederaties: ‘Energie opwekken doe je samen’

Duurzaamheid

De Natuur- en Milieufederaties is een grote speler op het gebied van de energietransitie. Maar netwerkdirecteur van de koepelorganisatie Annie van der Pas ziet in deze transitie ook een mooie rol voor Rijkswaterstaat weggelegd. ‘Energie opwekken doe je samen.’

Annie van der Plas

Lokaal participeren de Natuur- en Milieufederaties in plannen voor hernieuwbare energie of nemen hiervoor zelf het initiatief. Voorwaarde is altijd dat de kwaliteit van landschap en natuur ook behouden blijft. Lokale energiecoöperaties zijn voor de Natuur- en Milieufederaties de voorhoedeclubs om de energietransitie te versnellen. Rijkswaterstaat is voor de federaties een interessante initiatiefnemer van grote ruimtelijke projecten. ‘Als ik kijk naar alle rijkswegen die we in Nederland hebben, denk ik meteen aan de kracht van zon en wind naast de weg. Naar Rijkswaterstaat kijken wij als facilitator voor hernieuwbare energie. Daar waar initiatieven elkaar raken liggen volgens ons kansen,’ kopt Annie in.

De Natuur- en Milieufederaties ziet in de plannen van Rijkswaterstaat voor zichzelf graag een ondersteunende rol weggelegd door zelf creatieve plannen in te brengen en de omgeving daarbij nog meer te betrekken. De federaties zetten in hun inbreng altijd sterk in op de participatiekant. Dat kan zijn in de vorm van lokaal eigendom, waarbij omwonenden een coöperatie vormen en in co-creatie duurzame energie opwekken. ‘We willen doelen halen én zorgvuldige inpassing, waarbij het belang van de omgeving wordt meegenomen.’

Omwonenden plukken de vruchten

De oproep van de Natuur- en Milieufederaties aan Rijkswaterstaat is om open te staan voor verschillende vormen van participatie. ‘De grond naast de weg lijkt misschien een afgebakend leeg gebied, waar je als beheerder je gang kunt gaan, maar zo is het niet. Overal in Nederland wonen mensen, ook nabij wegen. Wil je langs de weg energie opwekken dan kun je dat ook samen met de omgeving doen. Doe je dat niet, dan kun je weerstand uit die hoek verwachten.’ Bij de betrokkenheid van de omgeving denkt ze aan vormen waarvan omwonenden mee profiteren. ‘Omwonenden ervaren de ruimtelijke gevolgen van lokale energieopwekking en plukken daarvan ook de vruchten.’

Zon op land

Over ‘zon op land’ is maatschappelijk de nodige discussie. Niet iedereen vindt grote vlaktes met zonnepanelen een goede ontwikkeling voor het landschap. ‘Voor kleine plukjes met zonnepanelen langs de weg valt bovendien nu nog moeilijk een businesscase te maken,’ erkent Annie. ‘Maar het wordt anders als je wind en zon samenpakt en dat bovendien aan de omgeving ten goede laat komen. Wij vinden het dan wel belangrijk dat een combinatie van weg, zonnepanelen en windmolens niet oerlelijk wordt en willen ook daarover meedenken. Wij zien mooie combinaties voor ons met begroeiing en functies die verwerkt worden in integrale ontwerpen.’ Maatwerk en goede informatie staan volgens haar voorop. Zeggenschap, lokaal eigendom of zelfs financiële participatie zijn dan de inzet naar de omgeving. ‘Altijd zul je de processtappen met omwonenden netjes moeten doorlopen om tot iets gezamenlijks te komen,’ stelt ze.  

Energie geldt als een nutsvoorziening, die aan de basis ligt van het bestaan van mensen. Het is daarom volgens Annie een natuurlijk gegeven dat mensen meeprofiteren van zo’n basisvoorziening. ‘Als je een invasie aan zonnepanelen en windmolens teweegbrengt in het landschap en omwonenden ervaren daarvan alleen de lasten, dan oogst je weerstand. Het is daarom nu het moment om na te denken over het goed verdelen van de lasten en de lusten. Jammer dat dat nog niet overal is doorgedrongen.’

Illustratie Energietuinen

Voedselbos

Als goed voorbeeld noemt Annie het Windpark Nijmegen, waar de omgeving aanvankelijk op zijn achterste benen stond. ‘Nu is het een schoolvoorbeeld van hoe energieopwekking zou moeten zijn. De omgeving profiteert mee, er is een voedselbos geplant, mensen hebben een appje over de opbrengst van zon en wind. Als omwonenden vanwege thuiswerk veel last hebben van het lawaai dan kan daar rekening mee worden gehouden. Bovenal: ze verdienen er geld aan en daarmee is de relatie tussen lasten en lusten gelegd. Dat klinkt alsof het ver weg is, maar er is een klimaatakkoord waarbij gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom. Laten we dat samen oppakken.’

Ooit waren de Natuur en Milieufederaties vooral belangenbehartiger, maar de afgelopen 10 jaar leveren zij hun inbreng vooral aan de voorkant van ontwikkelingen. Soms zijn zij ook zelf initiatiefnemer. Als voorbeeld van hoe energie ook mooi en functioneel kan zijn ontwikkelen de federaties Energietuinen op enkele plaatsen in Nederland. Annie licht dit initiatief toe: ‘We willen laten zien dat duurzame energieopwekking prima samen kan gaan met natuur, landschap, recreatie en educatie.’